Volledig scherm
Door de opzet van een grotere organisatie hopen de twee stichtingsbesturen straks ook meer te kunnen doen om het lerarentekort aan te pakken. © FOTO HISSINK

Fusie schoolbesturen Roos en Quo Vadis gaat goede kant op

RIJSSEN/DEVENTER/ALMELO - De schoolstichtingen Roos en Quo Vadis zijn op de goede weg voor een fusie tot één nieuwe, robuuste scholenorganisatie. Dat meldt Roos-bestuurder Berthold van Leeuwen in een update over het proces. 

De eerste samensmeltingsplannen liggen momenteel ook bij betrokken gemeenten als Almelo, Rijssen-Holten, Deventer en Wierden. De gemeente Almelo liet deze week weten een eventuele fusie van de twee stichtingen te willen steunen. 

Goed gevoel

„Het gaat de goede kant op. Ik heb er een goed gevoel over”, zegt Van Leeuwen. „We zijn er nog niet, maar de neuzen staan over het algemeen dezelfde kant op. Zowel wij van Roos als het bestuur van Quo Vadis zijn uit op een stevige, grotere organisatie, waarmee we meer voor onze leerlingen en leerkrachten voor elkaar kunnen krijgen.”

De openbare scholenstichting Roos bestuurt op dit moment dertien scholen. Dat wordt er na dit schooljaar één minder, omdat de Rijssense openbare basisschool De Salto vanwege dalende leerlingenaantallen moet sluiten. Stichting Quo Vadis heeft zestien basisscholen. Opvallend is dat de Stichting Roos louter openbare scholen runt en dat Quo Vadis onder meer katholieke en bijzonder-neutrale onderwijsinstellingen bestuurt. 

Van Leeuwen gaf eerder dit jaar aan hier geen enkel probleem in te zien. „We moeten dat natuurlijk goed met elkaar bespreken, maar je ziet in steeds meer gemeenten samenwerkingen ontstaan tussen scholen met een verschillende grondslag. Mogelijk willen wij daar in de toekomst ook naartoe, dat katholieke en openbare scholen vanuit hetzelfde gebouw opereren.”

Later

De voorman van Roos verwacht overigens niet dat de besturenfusie op 1 januari van 2020 al rond is, zoals in eerste instantie gepland was. „We zetten nu in op februari. Dit moet zorgvuldig gebeuren. Ook zijn er verschillende gemeenten bij betrokken en hun besluitvorming hierover kost uiteraard tijd.”