Volledig scherm
© Dierenzorg Eemland

Dierenzorg Eemland moet reorganiseren om poezen, vogels en andere dieren te kunnen blijven helpen

Dierenzorg Eemland ondergaat dit jaar een reorganisatie. Interim-directeur Thijs Merks laat weten dat dit nodig is, wil de stichting in de toekomst dieren kunnen blijven helpen.

,,De dierenzorg in heel Nederland staat onder druk”, zegt Merks. ,,Ik ken geen enkel dierenasiel waarmee het wel goed gaat. Hier in de regio merken we die druk met name door de (voorlopige) sluiting van de vogelopvang in Utrecht en Naarden. Een groot deel van die vogels komt bij ons terecht.”

Dierenzorg Eemland organiseert voor acht gemeenten de opvang en noodhulp voor dieren. De stichting is afhankelijk van donaties en financiële bijdrages van gemeenten. ,,We moeten ons werk verrichten met steeds minder inkomsten, terwijl de kosten blijven stijgen. Daarom is een reorganisatie nodig.”

De afgelopen drie jaar maakte de stichting een ton verlies per jaar. ,,Dat konden we tot nu toe nog compenseren met reserves, maar ook niet meer voor lang”, aldus Merks. 

Digitaal

De reorganisatie betekent dat medewerkers flexibeler moeten worden ingezet voor de verschillende diersoorten. Ook moet de administratie in de toekomst digitaal worden verwerkt.

Daarnaast wordt er gekeken naar de locaties van de dierenopvang. Merks wil onderzoeken of het mogelijk is om de huidige locatie in Soest te verbouwen of zelfs helemaal opnieuw te bouwen. ,,Het is belangrijk dat de dieren worden opgevangen op locaties die volgens de huidige standaarden zijn toegerust én die zijn voorbereid op de toekomst.”

Efficiënter

Dierenzorg Eemland telt tien medewerkers en zo’n honderdvijftig vrijwilligers. ,,Met toewijding en passie helpen we jaarlijks duizenden honden, katten, konijnen, vogels en andere dieren. Als we dat willen blijven doen, moeten we efficiënter gaan werken.”

Vrees voor de toekomst heeft Merks niet. ,,Er moet wat gebeuren. Dat is duidelijk. Maar als we nu handelen, kunnen we ook in de toekomst de dieren in de regio blijven opvangen.”