Volledig scherm
Egbert-Jan Rots (l) en Hans de Vroome tekenen het contract voor de nieuwbouw en renovatie van Museum Arnhem. © DG

Bouw Museum Arnhem begint bijna en iedereen mag komen kijken

ARNHEM - Rots Bouw uit Aalten begint na de jaarwisseling met de nieuwbouw en renovatie van Museum Arnhem.

Dinsdag ondertekenden de Arnhemse wethouder Hans de Vroome en directeur-eigenaar Egbert-Jan Rots van het bouwbedrijf de overeenkomst die daar voor nodig was. Het streven is om het gebouw halverwege 2021 op te leveren.Over twee jaar, in januari 2022, zou het museum weer voor publiek geopend moeten zijn.

Quote

Iedereen kan zien dat we iets bijzonders bouwen

Egbert-Jan Rots, Rots Bouw, Aalten

Belangstellende Arnhemmers kunnen het bouwproces straks van nabij volgen. Rots is van plan een bezoekersroute te creëren bij de bouwplaats tussen Utrechtseweg en Onderlangs. ,,Zo kan iedereen zien dat we iets bijzonders bouwen voor de komende 150 jaar.” 

De bouwer hoopt er ook een positief gevoel mee te bewerkstelligen, na alle negatieve vibraties die de ambities voor een nieuw museum de afgelopen pakweg dertien jaar opriepen. Zo was er het echec met het kunstencluster ArtA, beoogd als nieuw onderkomen voor het filmhuis en het museum aan de Rijn. En toen dat niet doorging, kwam de aanbesteding van het alternatief - renovatie en nieuwbouw op de huidige plek - stil te liggen omdat het niet kon voor de beschikbare 15 miljoen euro. 

Uitschuifbare vleugel 

Nadat de gemeenteraad er nog eens 7,5 miljoen euro bovenop deed, werd Rots Bouw bereid gevonden de klus te klaren. Het bedrijf is er volgens de directeur toe in staat, al is de opdracht complex. Zo krijgt het museum een nieuwe vleugel die op de kelder in de stuwwal wordt gebouwd en die daarna wordt uitgeschoven, richting Rijn.  

,,Er komt een museum met kunst in het gebouw, maar wat wij maken, is bouwkunst", zegt Rots. ,,We vinden het mooi om ook dat aan de mensen te laten zien en we hopen dat het meer jonge mensen inspireert om te kiezen voor het fantastische vak dat wij uittoefenen.”