Volledig scherm
Foto ter illustratie © Thinkstock

Eén op vijf inbraakslachtoffers krijgt binnen een jaar opnieuw bezoek van dief

Bij ruim een vijfde van de slachtoffers van een woninginbraak kwam binnen een jaar weer een inbreker langs. Dieven weten blijkbaar dat op die plekken wat valt te halen.

De meeste inbraken worden gepleegd in de vakantiemaanden juli, augustus of december. Januari is de ‘veiligste’ maand, zo blijkt allemaal uit nieuwe analyses van het CBS. 

In 2017 gaf 12 procent van de bevolking aan dat zij in de afgelopen vijf jaar slachtoffer zijn geweest van woninginbraak of een poging daartoe. Twee procent kreeg daar de afgelopen twaalf maanden mee te maken. De kans op een inbraak is daarmee iets afgenomen ten opzichte van 2012.  

Steden

Inwoners van stedelijke gemeenten gaven vaker aan slachtoffer te zijn van woninginbraak dan mensen die in dorpen of op het platteland wonen. Bovendien waren ze vaker voor een tweede of zelfs derde keer slachtoffer van een inbraak. In de niet-stedelijke gemeenten is 16 procent van de inbraakslachtoffers meer dan één keer slachtoffer geweest, in zeer sterk stedelijke gemeenten was dit 28 procent.

Dat heeft impact op hun gevoel van onveiligheid. Van de herhaalde slachtoffers acht 61 procent de kans groot dat zij opnieuw slachtoffer zullen worden van woningbraak. Bij eenmalige slachtoffers is dat 41 procent en bij personen die in het afgelopen jaar geen slachtoffer zijn geweest van woningbraak is dat 8 procent. Ook voelen slachtoffers van inbraak zich vaker onveilig in hun buurt. 15 Procent van de herhaalde slachtoffers voelt zich vaak onveilig in eigen buurt, tegen 6 procent van de eenmalige slachtoffers en 1 procent van mensen die niet te maken hebben gekregen met een inbraak.