Volledig scherm
Na de oorlog werden de Duitsers in Suttrop gedwongen om de lijken van dwangarbeiders terug op te graven. Vervolgens werden de lichamen in een echt graf gelegd (archiefbeeld). © National Archives and Records Administration, Washington

Archeologen graven laatste herinnering aan berucht Duits nazibloedbad op

Schoenen, knopjes, geldmunten en talrijke kogels zijn enkele objecten die archeologen opgroeven in Warstein, een plaats in de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen. De vierhonderd aandenkens werden teruggevonden op een van de vele sites waar de nazi’s op het einde van hun heerschappij bloedbaden aanrichtten.

Volledig scherm
Onder de voorwerpen ook vrouwenschoenen zoals deze. © LWL

We gaan terug in de tijd naar maart 1945: de Amerikanen en de Britten rukken op en bevrijden Nederland van de Duitse bezetting. Eind maart 1945 keert het tij helemaal en wordt Frankfurt bezet door de geallieerden waarna de Duitsers zich terugtrekken uit het westfront. De nazi’s zitten in de val en plegen nog enkele wanhoopsdaden.

In Warstein, maar ook in andere delen van Duitsland dwingen de nazi’s de gevangenen in werkkampen en vernietigingskampen om een laatste keer te graven. Ditmaal graven de dwangarbeiders hun eigen graf om de wanpraktijken van de nazi’s min of meer te verdoezelen.

Koelbloedig worden 71 Poolse en Russische dwangarbeiders neergeschoten waarna hun graf wordt dichtgegooid. Ook in Suttrop, in de buurt van Warstein, graven 57 dwangarbeiders hun eigen graf. Wat verderop, vlakbij Eversberg, gebruiken de nazi’s een granaat om een gigantisch gat te maken. Daar worden vervolgens nog eens tachtig lijken gedropt.

In totaal worden er die maand maar liefst 208 Russische en Poolse dwangarbeiders vermoord. Enkele weken later zouden de Amerikanen de regio’s bevrijden.

Persoonlijke items

De items die afgelopen maand ontdekt werden, zijn volgens LiveScience persoonlijke voorwerpen van de slachtoffers die verspreid werden teruggevonden in het bos tussen Suttrop, Warstein en Eversberg. Er werden woordenboeken, schoenen, dagboeken en Poolse gebedenboeken opgegraven.

De lichamen – van mannen, vrouwen én kinderen – werden na de oorlog terug opgegraven om de slachtoffers een eervolle begraafplaats te geven. Slechts veertien van de 208 lichamen werden geïdentificeerd.

Herinnering

Nu, jaren later, volgen de andere aandenkens van de slachtoffers. En dat is belangrijk volgens Matthias Löb, directeur van het Landschaftsverband Westfalen-Lippe (LWL). Hij organiseerde de archeologische opgraving omdat ,,de wereld herinnerd moet worden aan de wreedheden die plaatsvonden tijdens de Tweede Wereldoorlog”.