Volledig scherm
Edward Charlemagne kweekt op de New York Harbor School oesters en algen om ze te voeden. © Karlijn van Houwelingen

New York kweekt miljoenen oesters om kust te beschermen en water te zuiveren

Toen Nederlanders New York stichtten, beschermden enorme oesterbanken Manhattan tegen overstromingen. New Yorkse tieners kweken nu opnieuw oesters die de stad helpen behoeden voor de stijgende zeespiegel.

Zo veel oesters in de haven dat hun schepen vastliepen - de Nederlandse avonturiers die in de 17de eeuw Nieuw Amsterdam stichtten, nu New York, stuitten op wat bijna de helft van de oesterpopulatie in de wereld was. De lokale bevolking, de Lenape-indianen, at ze gewikkeld in zeewier. De nieuwkomers hoopten vergeefs op parels, raakten begeesterd door de smaak en begonnen de internationale handel die van New York oesterhoofdstad van de wereld maakte. Waar nu hotdogkramen staan, stonden ooit oesterkarren.

,,In honderd jaar was alles opgegeten,” vertelt Pete Malinowki, zoon van een oesterkweker die als directeur van het Billion Oyster Project probeert de oester terug te brengen naar de New Yorkse haven. Vervuiling was de doodsteek voor het schelpdier - de rivieren rond New York waren tot in de jaren 70 een open riool. Maar inmiddels is het water rond de stad een stuk schoner en kan de oester er weer in overleven.

Bescherming

Een miljard wil Malinowski er kweken. Oesters zijn een essentieel onderdeel van een gezond watermilieu, en helpen om andere soorten terug te halen naar de ooit zo giftige haven. Ze filteren bovendien het havenwater - één volwassen oester kan bijna 200 liter water per dag zuiveren. Daarbij vormen ze stevige bedden die de kustlijn beschermen tegen erosie en hoog water. Sinds orkaan Sandy de stad in 2011 toetakelde, probeert New York beter voorbereid te zijn op noodweer. Een door Nederlandse waterexperts opgezet herstelprogramma gebruikt nu oesters om waterkeringen te verstevigen.

Quote

Als ze een jaar, twee jaar buiten overleven, gebruiken we die oesters om te paaien

Edward Charlemagne

Zo groot als ze waren toen New York nog Nieuw Amsterdam was, zegt Malinowski, kunnen de oesterbanken onmogelijk weer worden - dat duurt honderden jaren. ,,Maar oesters kunnen deel zijn van een geïntegreerde oplossing voor bescherming van de kust”, zegt hij. ,,Ze spelen een kleine, maar significante rol.”

Ook omdat het oesterproject jonge New Yorkers meer bij het water betrekt, en hen bewuster maakt van de riscio’s van klimaatverandering en een stijgende zeespiegel. Daar ontbreekt het aan, sinds de haven zo vervuild raakte dat stadsbewoners er vooral van weg bleven. In 1927 werd oestervissen verboden, omdat lokale oesters ervan werden verdacht cholera en tyfus te verspreiden. ,,Heel veel New Yorkers wonen op loopafstand van het water, maar ze hebben helemaal niet het gevoel dat ze in een havenstad wonen”, weet Malinowski.

Kweken

Volledig scherm
Edward Charlemagne kweekt op de New York Harbor School oesters en algen om ze te voeden. © Karlijn van Houwelingen

Behalve dan de leerlingen van de Havenschool op Governors Island, een eilandje tussen Manhattan en Brooklyn. Zij kweken oesters tot ze sterk genoeg zijn om in de natuur te overleven. Edward Charlemagne (17) laat zien hoe dat gaat: in een tank met water dat de temperatuur heeft van het havenwater in juni, zodat de oesters beginnen zich voort te planten. ,,Als ze een jaar, twee jaar buiten overleven, gebruiken we die oesters om te paaien, zodat we weten dat ze sterk dna hebben”, legt de tiener uit.

In het wild hechten oesterlarven zich aan een schelp van een volwassen oester. In de tank in het klaslokaal van Edward, is dat een schelp uit de keuken van een New Yorks restaurant. Malinowski en zijn team halen lege oesterschelpen op bij tachtig restaurants in de stad, om er babyoesters in te laten groeien tot ze sterk genoeg zijn om te overleven in een van de kunstmatige oesterbedden in de stad, deels aangelegd op kapotgeslagen toiletpotten uit New Yorkse scholen.

Er zijn inmiddels 28 miljoen oesters uitgezet. Belangrijk: ze zijn niet eetbaar. De New Yorkse wateren zijn niet meer gevaarlijk, zegt Malinowski, ‘op de meeste dagen’. Als het regent, vermengt de inhoud van het riool zich nog steeds met rivierwater. Vissen voor consumptie is verboden. Het stadhuis kijkt dan ook wat argwanend naar de oesterkwekers. Ze hebben een dagtaak aan het aanvragen van vergunningen voor nieuwe oesterbanken. ,,Men is bang dat mensen de oesters uit de rivier gaan halen en opeten”, denkt Malinowski. ,,Maar ze hebben een belangrijkere taak.”