Volledig scherm
PREMIUM

Vanzelfsprekend wordt de Notre-Dame volledig herbouwd

Kerken en kathedralen zijn in de loop der eeuwen uitgebrand en ingestort, maar even zo vaak weer herbouwd. Denk in eigen land aan de Rotterdamse Sint-Laurenskerk. Maar ook voor Frankrijk is de ramp in Parijs geen unicum, weet Cas van Houtert.

Volledig scherm
Restauratiewerk aan het dak, vorig jaar juni. (o). © AFP

Als president Emmanuel Macron, staande voor de smeulende Notre-Dame, plechtig belooft dat de grotendeels verwoeste kathedraal herbouwd zal worden, dringen zich twee vragen op. Ten eerste: wat bedoelt hij precies? En ten tweede: mocht het zo zijn dat hij de trots van Frankrijk in haar volle glorie wil hertellen, kan dat dan? Is het in bouwtechnisch en financieel opzicht haalbaar? Om met de tweede, belangrijkste vraag te beginnen: het antwoord is ja. Waar een wil is, is een weg. Dat is geen slag in de lucht maar een bewezen feit. Er zijn veel voorbeelden uit een ver verleden om dat te bevestigen. En minstens één dat jong genoeg is om ons ook vandaag nog te overtuigen.

De beroemde kathedraal van Reims, ook een Notre-Dame, werd in het begin van de Eerste Wereldoorlog door het oprukkende Duitse leger in brand gestoken en aan flarden gebombardeerd. Frankrijk had dat min of meer over zichzelf afgeroepen. Het Franse opperbevel had het verstandig geoordeeld één van de twee torens van de kathedraal als uitzichtpost in te richten. Van daaruit ontving de Franse artillerie instructies waarop zij haar geschut moest richten. De Duitsers hadden dat snel in de smiezen en gaven de kathedraal de volle laag. Gezegd werd dat de brand zo hevig was dat de waterspuwers gloeiend lood uitbraakten. Wat restte was een gigantische puinhoop die zo'n deerniswekkende aanblik bood, dat de foto's ervan dienst gingen doen in de anti-Duitse oorlogspropaganda.