Volledig scherm
Maurits von Martels (CDA) tijdens een debat in de Tweede Kamer. © ANP

Chemische stofje PFOS dreigt bouwprojecten in Oost-Nederland plat te leggen: vragen in Kamer

De vrees dat het chemische stofje PFOS bouwprojecten gaat lamleggen leidt tot beroering in Den Haag. Politieke partijen maken zich grote zorgen over het feit dat er te weinig laboratoria zijn die bouwgrond en baggerspecie kunnen onderzoeken op de aanwezigheid van deze stof.

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat bepaalde onlangs dat iedere schep zand vanaf oktober moet worden onderzocht. Zo moet duidelijk worden hoeveel PFOS en vergelijkbare persistente stoffen er in de grond zitten. De grond mag pas verplaatst worden, als de norm – één microgram per kilo – niet wordt overschreden, zo onthulde deze krant dit weekend. Maar er zijn te weinig laboratoria die deze specifieke onderzoeken kunnen doen. Daardoor lopen bouwprojecten, zoals het werk aan de snelweg A1 bij Apeldoorn en Deventer, vertraging op.

Heroverwegen

VVD-Kamerlid Remco Dijkstra vraagt minister Van Nieuwenhuizen en staatssecretaris Veldhoven om het besluit te heroverwegen. ,,Door het besluit rondom het gebruik van stikstof, loopt de bouw al een enorme klap op. Deze nieuwe regels, opgelegd door het ministerie zelf, komen daar nu overheen. Is dat echt nodig nu? En hoe voorkom je dat woning- en wegenbouwprojecten vertraging oplopen? Want dat is iets dat we nu niet kunnen gebruiken.”

Dijkstra wil bovendien weten hoe het kan dat er te weinig labs zijn om de grondonderzoeken te doen. Ook CDA-Kamerlid Maurits von Martels stelt daar Kamervragen over. Het CDA wil van het ministerie weten of al voor het besluit van het invoeren van de norm bekend was dat er een gebrek aan laboratoria is. De partij eist ook opheldering over de vraag hoeveel projecten hierdoor in de knel komen.

Drie ton

Eerder liet milieulaboratorium AL-West uit Deventer aan deze krant weten dat het onderzoeken op PFOS en soortgelijke stoffen peperdure en zeer specifieke apparatuur vereist. ,,Wij hebben net een apparaat voor analyses aangeschaft. Dat kost drie ton. Je moet hele kleine hoeveelheden op kunnen sporen”, verklaarde een woordvoerder.

GroenLinks en de SP zijn voorstander van de nieuwe norm, maar maken zich ook zorgen over de capaciteit van de laboratoria. Suzanne Kröger (GroenLinks) was één van de eersten in de politiek die aan de bel trok over persistente stoffen: chemische stoffen die nauwelijks worden afgebroken in de natuur. ,,Wij gaan tijdens het debat over dit onderwerp op 12 september ook vragen hierover stellen aan de minister.”

Te laat

Kröger vindt dat de norm juist te laat is ingevoerd. ,,Ik snap dat sommige gemeenten en bedrijven zich er door overvallen voelen, maar we moeten die norm nu wel gaan hanteren. Buitenlands onderzoek naar deze stoffen geeft zorgwekkende resultaten. Wat de stoffen op langere termijn voor de volksgezondheid betekenen, weten we niet. Dit probleem is in ieder geval veel groter dan altijd is gedacht.”

Cem Laçin (SP) stelt dat de natuur nooit het onderspit mag delven. ,,Na de stikstof-affaire is dit mogelijk een nieuwe klap voor de bouw, maar de stelregel moet zijn dat er zo min mogelijk gevaarlijke stoffen in het milieu en menselijk lichaam terechtkomen. PFOS hoort gewoon niet thuis in de natuur.” De SP’er hoopt dat de regelgeving er niet voor zorgt dat de woningbouw vertraging oploopt. ,,Uiteraard hebben we daar zorgen over. Maar scherpe regels zijn er niet voor niets.”

Zorgen over Chemours zetten onderzoek in gang 

De nieuwe regelgeving voor het chemische stofje PFOS, dat in grond en water voorkomt, vloeit onder meer voort uit de affaires rondom de Dordtse chemiefabriek Chemours (voorheen DuPont). Chemours ligt  na onthullingen in deze kant al geruime tijd onder vuur vanwege de uitstoot van GenX, een stof die het gebruikt om diverse kunststoffen te maken. Dit is een zogeheten persistente stof die niet biologisch afbreekt en eeuwigdurende schade kan veroorzaken aan het milieu. Wetenschappers stellen dat de stof mogelijk kankerverwekkend is.

De stof zit al in kleine hoeveelheden in het drinkwater van miljoenen Nederlanders. GenX valt net als PFOS onder de noemer PFAS (perfluorverbindingen). Naar aanleiding van de zorgen over Chemours, diende Tweede Kamerlid Suzanne Kröger van GroenLinks in november 2017 een motie in die het kabinet opriep om het gebruik van deze stoffen uit te bannen. Deze motie kreeg ruime politieke steun in de Kamer. Staatssecretaris Stientje van Veldhoven (D66) liet het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) onderzoek uitvoeren naar de risico’s van PFOS en GenX.

De voorlopige uitkomsten van dit onderzoek hebben geleid tot nieuwe regelgeving voor grond en baggerspecie die per 1 oktober ingaat. Ieder schepje grond moet na die datum onderzocht zijn op de aanwezigheid van PFOS, waarbij maximaal één microgram per kilo de norm is. Deze regels zijn tijdelijk, omdat Van Veldhoven nog niet alle onderzoeksresultaten binnen heeft. Van Veldhoven wil met de tijdelijke regels tegemoetkomen aan de bouwsector en lagere overheden zoals gemeenten en provincies, opdat projecten niet stil komen te liggen. Die zou tot ‘stagnatie en maatschappelijke kosten’ kunnen leiden. Toch lijkt dit juist te gaan gebeuren, omdat Nederland op dit moment maar één laboratorium telt dat de grond op PFOS kan onderzoeken. Zodra alle onderzoeksresultaten binnen zijn, stelt Van Veldhoven een definitieve norm op.

In samenwerking met indebuurt Deventer

Deventer