Volledig scherm
Tonia Dabwe. © Foto Ab Hakeboom

Interview 3 mei: Strijden voor sterker Dabwe Town

ToniaDabwe (38) is door het Britse Women4Africa genomineerd als International African Woman of the Year. De Deventerse verloor haar moeder in de Liberiaanse burgeroorlog en zet met de Mineke Foundation het levenswerk van haar ouders voort: het (her)opbouwen van basisvoorzieningen in Dabwe Town.

Door René Vorderman

Haar vader droomde van een zelfvoorzienend Liberia, maar de verschrikkingen van dictator Charles Taylor knakten in diens vaderland het geloof in eigen kunnen. Tonia wil Dabwe Town op z'n minst een béétje mooier en zelfverzekerder maken.

Het was een Whatsapp-bericht aan haar nicht met heel veel hoofdletters en uitroeptekens. Gevolgd door een bericht op Facebook met een heleboel hoofdletters en uitroeptekens. Zó blij was Tonia Dabwe met haar nominatie als International African Woman of the Year. "Een vriendin had mij in september voorgedragen bij Women4Africa. Als de organisatie je zou nomineren, zou je dat voor het eind van het jaar te horen krijgen. Ik had niks gehoord dus dacht 'jammer, leuk geprobeerd'. Tot ik eind januari een mail kreeg met als onderwerp 'Congratulations'. Ik bleek alsnog genomineerd te zijn en was superblij.''

Het eerste wat ze deed was de afzender googelen. Ze kwam erachter dat Women4Africa twee hoofddoelen heeft, namelijk de mooie kanten van Afrika over het voetlicht brengen en het goede werk van vrouwen van Afrikaanse komaf waarderen. Dat laatste doet de organisatie middels een serie onderscheidingen die ze 18 mei uitreikt. Er zijn zeventien categorieën, waarvan twee internationale. "Als ik win'', zegt Tonia, "dan is dat op basis van mijn persoonlijke verhaal en niet vanwege mijn prestaties tot nu toe.'' De Deventerse, die haar moeder verloor in de Liberiaanse burgeroorlog, moet wedijveren met onder anderen een vrouw die sinds 1985 strijdt tegen aids en de directrice van de Amerikaanse afdeling van AMREF Flying Doctors, dat ontwikkelingswerk verricht in Afrika. "Zij hebben veel meer gepresteerd dan ik.''

De projectleider bij de provincie Overijssel - op dit moment houdt ze zich bezig met kwetsbare jongeren - zet zich sinds 2009 in voor de Mineke Foundation. Deze foundation richtte ze zelf op en draagt de voornaam van haar Nederlandse moeder. Met de stichting zet Tonia het opbouwwerk van haar ouders in Dabwe Town, vernoemd naar haar vader, voort. "Ik wil niet dat hun levenswerk verloren gaat.''

Dabwe Wiah en Mineke Muilerman leerden elkaar kennen in Deventer, waar Wiah studeerde op de tropische landbouwschool. In 1968 stichtte het echtpaar een proefboerderij nabij de Liberiaanse hoofdstad Monrovia, gevolgd door een school in 1982. Tonia's vader droomde van een zelfvoorzienend Liberia, maar de school raakte door de burgeroorlog (1989-2004) in verval en de inwoners van het dorp verloren het geloof in zichzelf. 'Je kunt niet winnen van het leven, dus waarom zou je het überhaupt proberen', is een veelgebezigde kreet in het West-Afrikaanse land. Tonia: "Na de oorlog heeft de apathie toegeslagen. Mensen geloven niet dat wat zij doen ook maar enigszins iets uitmaakt. In de oorlog beslisten anderen over hun lot en dat heeft hen zo gevormd.''

In Tonia's jongste jaren zag Liberia er een stuk vrolijker uit. "Nu, in 2013, wonen er bijna drieduizend mensen in Dabwe Town, maar toen ik opgroeide was het er een stuk rustiger. Er stonden een paar huizen, maar vooral veel bomen. Oerwoud. Een paradijs voor een kind. Ik had een hond en een paar katten. Met de hond trok ik er vaak op uit, samen avonturen beleven. Ik klom in bomen en op termietenbulten. Ja, die beestjes maken zandbulten van soms twee meter hoog. Samenwerking heet dat. Kunnen mensen nog iets van leren'', knipoogt ze.

Het paradijs veranderde langzaam maar zeker in een hel. Toen Tonia veertien was brak de oorlog uit. Rebellenleider Charles Taylor pleegde een machtsgreep en ontzag niemand. Aanvankelijk liepen Tonia en haar ouders geen gevaar, maar in juni 1990 verergerde de situatie. "Taylor had binnen een paar maanden bijna heel Liberia, dat drie keer zo groot is als Nederland, in zijn macht. De raketten vlogen over ons huis. De vraag is 'Overleef je dat?', maar wij werden nog steeds niet persoonlijk lastig gevallen.''

Dat gebeurde in oktober 1992 wél. Terwijl in de hoofdstad vredesonderhandelingen aan de gang waren, trok Taylor zich niets aan van het afgekondigde staakt-het-vuren en startte een verrassingsaanval. "Monrovia lag aan alle kanten onder vuur. Alles wat in de weg stond, werd omver gemaaid. De sfeer verruwde; er werd harder gevochten, we werden vaker lastig gevallen.'' Vooral haar moeder kreeg het zwaar te verduren. De blanke huidskleur stond voor de soldaten synoniem aan het hebben van geld. "Op 1 november werd ons huis overhoop gehaald. Wij werden op straat gezet met een pistool op ons gericht. 'Vertel nu waar jullie geld is of we schieten jullie neer', sommeerden de soldaten. Maar wij hadden geen geld dus we konden niets geven.''

Na opnieuw een doodsbedreiging, zat er voor vader, moeder en dochter maar één ding op: vluchten. Tonia's vader keerde terug om een slecht ter been zijnde oude vrouw te helpen. Moeder en dochter mochten intrek nemen in het hoofdkwartier van een commandant die zich over hen leek te ontfermen. Hij beloofde dat vader ook welkom was maar dat bleek een leugen: Dabwe Wiah werd op zijn weg terug geslagen, gemarteld en gevangen genomen, maar had de oude vrouw wél in veiligheid weten te brengen. De sfeer in de commandopost sloeg om van vriendelijk naar grimmig. 'Als jij nu niet zegt waar je geld is, zie jij je man nooit meer terug', bulderden de militairen tegen Tonia's moeder.

Toen de rust terugkeerde, besloot Mineke Muilerman medicijnen te halen voor Tonia's astma. "Ze is opgestaan, de deur uitgelopen en dat was het. Op 1 november 1992 heb ik mijn moeder voor het laatst gezien. Wat er precies met haar is gebeurd weet ik niet. Ik denk dat ze niet meer leeft, anders had ze al lang contact gezocht.''

Tonia wist te vluchten en belandde via een aantal omwegen in Ivoorkust. In het veel welvarender buurland van Liberia werd ze, met hulp van de Liberiaanse ambassade, bij een familielid herenigd met haar vader. Hij is nog altijd in leven en verkeert in relatief goede gezondheid. "Maar hij is de klap van het verlies van mijn moeder nooit helemaal te boven gekomen. Hij heeft nooit een manier gevonden om zijn verdriet een plek te geven en isoleert zich steeds meer van zijn omgeving.''

Tonia schoof haar eigen verwerkingsproces lang voor zich uit, maar kon in 1999 niet langer ontsnappen aan haar emoties. Gevoelens zoals pijn, verdriet, vermissing en angst - die ze had weggestopt om te overleven - kwamen aan de oppervlakte. Ze was in 1994 gevlucht naar haar grootouders in Oxe en was, na het afronden van een hbo-studie, eind jaren negentig begonnen aan de universitaire opleiding bedrijfskunde. Een heftige periode brak aan. "Ik stond gemiddeld een 8,5 maar haalde op een gegeven moment alleen nog maar onvoldoendes. Ik kon me niet meer concentreren, niet meer leren, ik kon gewoon bijna niets meer. Je kunt je gevoelens niet blijven blokkeren, die komen altijd een keer bovendrijven. Maar in de oorlog moest ik een knop omzetten om door te kunnen gaan. Dat deden alle kinderen.'' Hoewel, één keer werd ze ook tijdens de wreedheden gegrepen door emoties.

Tijdens haar verblijf in Ivoorkust keerde ze eens twee weken terug in Dabwe Town. "Het was toen tijdelijk rustig.'' Eenmaal gearriveerd in het dorp zag ze dat werkelijk alles overhoop was gehaald. "Het wreedste van alles vond ik dat onze fotoalbums waren verscheurd. Daar spreekt zó'n haat uit. Er zaten foto's tussen van mijn moeder. Waarom zou je iemands foto's verscheuren?''

Uiteindelijk rondde Tonia haar studie aan de Vrije Universiteit met twee jaar vertraging af. In 2009, na het oprichten van de Mineke Foundation, keerde ze voor het eerst terug in Dabwe Town. "Dat ging verbazingwekkend goed. Het verdriet overweldigde me niet meer. Voor mij het teken dat ik de ellende een plek had gegeven, hoewel het litteken altijd zal blijven. Net als het gemis van mijn moeder.'' Bij haar terugkeer trof ze een onbekend land aan. "Monrovia was drie keer zo groot geworden en Dabwe Town zeven keer zo groot. Ik zag heel veel jonge gezichten op straat en je weet dat het overgrote deel van die jongens en meisjes kindsoldaat is geweest. Met hoeveel woede en pijn lopen zij wel niet rond? Een jongevrouw had een angstaanjagend lege blik in haar ogen. Verder zag ik veel zwartgeblakerde gebouwen. Het dorp had nog steeds de uitstraling van een oorlogsgebied. Ik voelde me een vreemdeling op een bekende plek.''

Ze verzucht: "Liberia had zó ontzettend mooi kunnen zijn. Het land is in 1847 gesticht door ex-slaven die terugkeerden uit de VS. Zij wilden Liberia - afgeleid van het Latijnse 'liber'; vrijheid - als voorbeeld stellen voor de rest van het continent. Als een land dat in staat is goed te functioneren en welvarend te worden. Daar is helaas weinig van terecht gekomen. Vóór de oorlog overigens wel. Abidjan, de grootste stad van Ivoorkust, werd vergeleken met Parijs en Monrovia met New York of Washington. Liberia heeft alles om tig keer rijker te zijn dan Nederland, maar door mismanagement, corruptie en gebrek aan kennis is dat er nooit uit gekomen. We hebben ontzettend veel grondstoffen, zoals goud, ijzererts, diamant en rubber, maar er is geen verwerkingsindustrie. Mensen spreken slecht Engels en weten niet hoe ze met computers moeten omgaan. Google kan voor zijn vestiging in Liberia geen gekwalificeerde mensen uit het land zelf vinden. Het bedrijf vliegt arbeidskrachten in.''

Tonia wil met de Mineke Foundation kleine stappen voorwaarts maken in Dabwe Town. Vanuit Nederland zoekt zij continu naar sponsoren, in het land zelf is een team van drie man actief. Zij motiveren inwoners werk te maken van hun toekomstdromen en bieden onder meer vakopleidingen aan. Het drietal wil de school van Tonia's ouders volledig renoveren. Het belangrijkste in Dabwe Town is, vindt Tonia, dat mensen zélf de schouders eronder zetten en dat niet alles ze wordt aangereikt. In dat laatste geval, zo redeneert de Deventerse, is iets niet van jezelf en ben je niet bereid ervoor te vechten. En dat is nou net wel de bedoeling, want de Liberianen moeten het geloof in zichzelf herwinnen. "Zij zetten de eerste stap, de stichting de tweede en dan zij weer. Altijd in die volgorde.''

Mocht Tonia International African Woman of the Year worden, dan krijgt ze een beeldje, eer en aandacht. Geen geldprijs. De nominatie op zich is voor haar echter het belangrijkste. "De uitreiking in Londen zie ik als een fantastisch podium voor mijn stichting. Er komen die avond zo'n tweeduizend mensen; parlementsleden, ambassadeurs, vertegenwoordigers, zakenmensen. Daarnaast is er een heleboel pers. Ik ben continu op zoek naar samenwerkingspartners, daar is de prijsuitreiking een uitgelezen mogelijkheid voor. Bovendien komen er veel Afrikaanse vrouwen die zich al jaren inzetten voor het continent. Zij kunnen een adviesrol vervullen. Ik neem tig visitekaartjes mee. Want de prijs winnen is mooi, maar mijn hoofddoel blijft de Mineke Foundation en een mooier en zelfverzekerder Dabwe Town.''

  1. De Blauwe Engel tuft eenmalig door de regio: ‘Deze trein is een fenomeen'
    Play
    video

    De Blauwe Engel tuft eenmalig door de regio: ‘Deze trein is een fenomeen'

    De historische trein De Blauwe Engel tufte dinsdag van het Spoorwegmuseum in Utrecht via onder andere Zwolle en Wijhe naar Almelo. Daar doet de antieke trein de komende weken dienst als decorstuk in de musical Het Verzet Kraakt. Aan boord zaten onder meer acteurs, het Overijsselse college van Gedeputeerde Staten, Peter Paul de Winter (Spoorwegmuseum), Susi Zijderveld (NS) en producent Gerard Cornelisse van de musical.

In samenwerking met indebuurt Deventer

Deventer