Volledig scherm
Oud-dijkgraaf Albert van Ittersum gaat voor een ‘mooie, heldere, diepe IJssel’. Foto Nees Westerhout

By-pass, ‘de grootste Kamper ui ooit’

KAMPEN - Een flop, de grootste Kamper ui ooit, een ramp voor ons nageslacht.” De ferme oneliner aan het einde van het vaartochtje met de Stentor-sloep komt diep uit zijn hart. De plannen voor de aanleg van een nieuwe rivierarm tussen de IJssel bij Kampen en het Veluwerandmeer zijn Albert van Ittersum een gruwel. De 75-jarige oud-dijkgraaf van het voormalige waterschap IJsseldelta zet zijn kaarten op een ‘mooie, heldere, diepe IJssel’ met uiterwaarden waar het hoge water, net als vroeger, onbelemmerd over heen kan vloeien.

De bypass bij Kampen. Als het een half miljard euro kostende project doorgaat wordt het één van de grootste waterstaatkundige ingrepen in de IJssel uit de geschiedenis. Met deze nieuwe rivierarm wordt de stad Kampen geheel omringd door water. Aanvankelijk was het plan een groene rivier te maken, die alleen bij extreme hoogwatersituaties water zou afvoeren. Regionale overheden kozen later voor een blauwe rivier, een bypass waarin altijd water achterblijft, om zo met recreatieve voorzieningen en woningbouw (1300 woningen) te profiteren van het nieuwe water.

Van Ittersum stelt onverbloemd dat de bypass Kampen tot een gevaarlijke badkuip maakt. „De stad wordt dan geheel omringd door water. Zeker met het alsmaar stijgende waterpeil in het IJsselmeer kan dat tot levensgevaarlijke situaties leiden.”

Wat de oud-dijkgraaf, die aanspraak kan maken op een klinkende staat van de dienst in de waterschapswereld, betreft is de oplossing van het hoogwaterprobleem heel simpel. Hij wijst naar de weelderig begroeide uiterwaarden tussen Wilsum en Kampen. „Pak die dichte bebossing aan, zeker op plaatsen waar de zomerdijk en winterdijk dicht op elkaar staan. Niet door houthakkers want als die één boom omhakken komen er drie voor terug. Nee, je moet het probleem met wortel en tak uitroeien. Dan kan de IJssel weer snel stromen want na Deventer wordt de rivier steeds breder en neemt de stroomsnelheid af.”

Van Ittersum herinnert zich uit vroeger tijden, toen hij boer was in Mastenbroek, dat Rijkswaterstaat niet tolereerde dat er ‘s winters in de uiterwaarden ook maar iets van een obstakel achterbleef. „Als het vee naar binnen was moesten we zelfs de afrasteringen weghalen. Toen de boeren vertrokken nam Staatsbosbeheer het beheer van de uiterwaarden over. Onder druk van de milieulobby hebben ze alles maar laten groeien. Er is ook illegaal gepoot. Die beboste uiterwaarden leveren wel een machtig mooi gezicht op, maar hun primaire taak is de afvoer van water.”

We varen terug van Wilsum naar Kampen en komen langs de plek waar de bypass wordt verbonden met de IJssel. Nieuwe tegenargumenten rollen uit zijn mond. „De bouw van 1300woningen is absoluut niet noodzakelijk. Er staan in Kampen op dit moment 700 woningen te koop en op tal van plaatsen is nog volop ruimte voor woningbouw. En denk je nou echt dat de westerlingen door die Hanzelijn in Kampen komen wonen? De reistijd naar Amsterdam is nauwelijks korter. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de honderden hectaren oud cultuurlandschap dat door de bypass word opgeslokt.”