Volledig scherm
Foto ter illustratie. Vuurwerk. © Shutterstock

Meldpunt voor wie géén vuurwerkoverlast ervaart

Er komt een meldpunt voor elke Nederlander die graag kwijt wil dat hij géén vuurwerkoverlast ervaart. Het meldpunt is een ludiek protest tegen alle mensen die willen dat vuurwerk wordt afgeschaft. ,,En om te laten zien dat veel mensen wel van vuurwerk houden’’, zegt initiatiefnemer Rob Snijders.

Liefhebber Snijders voerde al eerder actie tégen een vuurwerkverbod en richtte onlangs de Vuurwerk Federatie op. Achter die organisatie zitten diverse vuurwerkfora die het plezier van legaal consumentenvuurwerk promoten. 

Vanaf vrijdag 23 november brengen zij het meldpunt ikervaargeenoverlast.nl online, waar iedereen heel simpel kan melden dat hij of zij geen last heeft van vuurwerk. Daarna provincie, postcode en toelichting invullen en klaar. ,,Over een tijdje hebben we dan een mooie kaart en overzicht van Nederland’’, zegt Snijders. Dat iemand de ene dag geen overlast kan ervaren en de volgende dag wel, geeft niks, vindt Snijders. ,,Zo werkte het bij het Meldpunt Vuurwerkoverlast van GroenLinks ook.’’

Het Meldpunt Vuurwerkoverlast stopt er dit jaar na jaren overigens mee. Op dat meldpunt kwam door de jaren heen de nodige kritiek omdat de site soms gekaapt leek door actievoerders. Dan kwam er bijvoorbeeld een hele serie meldingen binnen van een plek waar nooit vuurwerk wordt afgestoken, zoals ergens op de Afsluitdijk.

  1. Vader door autodief meegesleurd als hij dronken zoon wil ophalen in Oisterwijk: 'We geloofden onze ogen niet’

    Vader door autodief meege­sleurd als hij dronken zoon wil ophalen in Oisterwijk: 'We geloofden onze ogen niet’

    Een onbekende man is zaterdagnacht in Oisterwijk in een auto met draaiende motor gesprongen en er vervolgens mee vandoor gegaan. De eigenaar van het voertuig zag het gebeuren en klampte zich aan het portier vast om de autodief tegen te houden. Hierdoor werd hij enkele meters meegesleurd. Annemiek Janssens (58) zag alles van dichtbij gebeuren. ,,We geloofden niet wat we zagen.”