Volledig scherm
© Cees Elzenga / hetoog.nl

Iedereen is boos over arbeidsmarktrapport, maar wat staat er nou eigenlijk in?

De inkt is amper droog en toch nemen politieke partijen, vakbonden en werkgeversclubs nu al afstand van bepaalde voorstellen in het rapport over de arbeidsmarkt. Wie liever zelf een oordeel vormt, vindt hieronder de belangrijkste punten op een rij.

Vaste baan moet weer de standaard worden

De commissie Regulering van Werk kiest ondubbelzinnig voor herwaardering van het vaste contract. Dat betekent onder meer dat tijdelijk werk duurder moet worden gemaakt, want nu is flexwerk te goedkoop. De premies die werknemers betalen gaan verder omhoog en tijdelijke krachten zouden een hoger minimumloon of een flexpremie bovenop hun salaris moeten krijgen. Wie een tijdelijk contract heeft, moet al na twee jaar een vast contract krijgen aangeboden. Nu is dat nog na drie jaar.

Meer flexibiliteit binnen het vaste contract

De commissie stelt dat werkgevers behoefte zullen blijven hebben aan flexibele arbeid, ook als tijdelijke inhuur duurder wordt gemaakt. Als de vraag naar een product of dienst inzakt of juist toeneemt moet een bedrijf daarop kunnen inspelen. Daarom wordt het voorstel geopperd om binnen het vaste contract meer ‘wendbaarheid’ op te nemen. Nu is het zo dat een werknemer wel het recht heeft om minder uren te werken als daarom wordt gevraagd, terwijl een werkgever dat op zijn beurt niet kan opleggen.

De commissie vindt dat werkgevers moeten kunnen afdwingen dat hun personeel om bedrijfseconomische redenen tijdelijk minder uren gaat werken, op een andere locatie aan het werk wordt gezet of een andere functie vervult. Wie deeltijdontslag krijgt – zonder tussenkomst van de rechter – zal ook minder gaan verdienen, al zitten daar wel restricties aan. Zo mogen werknemers daardoor nooit onder het minimumloon uitkomen. 

Er blijven drie soorten contractvormen over

De commissie snoeit fors in de wildgroei aan dienstverbanden die de afgelopen jaren is ontstaan. Payrolling, nulurencontracten en schimmige zzp-constructies behoren straks tot het verleden. Zij worden ofwel verboden of financieel zo onaantrekkelijk gemaakt dat niemand er nog aan wil beginnen.

Uitgangspunt is straks dat iedere werkende straks in één van de drie overblijvende categorieën valt: of iemand heeft een contract voor (on)bepaalde tijd, of iemand is zelfstandige, of iemand verricht op uitzendbasis tijdelijk werk. ‘Vluchtroutes’ tussen de drie categorieën moeten met wetgeving worden bestreden en afgesloten. Uitgangspunt daarbij is dat iedere werknemer als werknemer wordt gezien, tenzij kan worden aangetoond dat hij of zij zelfstandig ondernemer is of kortstondig werk via een uitzendbureau verricht.

Zzp’ers verliezen fiscale voordelen

Werknemers met een contract dragen op dit moment relatief meer bij aan de schatkist dan zelfstandigen. Een van de redenen is dat zzp’ers geen aanspraak kunnen maken op een sociaal vangnet, zoals WW of een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Ook bouwen zij niet automatisch aanvullend pensioen op. Zij worden geacht dit risico zelf af te dekken en krijgen daarom een fiscaal voordeel van de overheid. In de praktijk blijkt echter dat relatief veel zelfstandigen geen verzekering of pensioenproduct afsluiten.

De commissie vindt dat alle inkomsten uit arbeid op dezelfde manier wordt belast en wil daarom het mes in zetten in fiscale voordelen voor zzp’ers. De zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling zou helemaal afgeschaft moeten worden. Alleen voor het kapitaal dat een zelfstandige als ondernemer in zijn bedrijf stopt zou een belastingaftrek moeten blijven bestaan. Daar staat tegenover dat er voor alle werkenden een collectieve arbeidsongeschiktheidsverzekering zou moeten komen, dus ook voor zelfstandigen. Over een aanvullende pensioenregeling voor iedereen – bovenop de aow – blijft de commissie vager: die ligt ‘in de toekomst voor de hand’. Concreter dan dat is het rapport niet.

Ontslagrecht wordt verder versoepeld

Werkgevers mogen personeel nu pas ontslaan als zij daar goede redenen voor hebben, die vastgelegd zijn in de wet. Een verstoorde werkrelatie is op zichzelf niet voldoende om van een werknemer af te komen. De commissie stelt voor om een extra bepaling op te nemen waardoor de rechter in zo’n geval toch altijd tot ontbinding overgaat. Weet de werkgever echter niet goed te motiveren waarom hij van iemand af wil, dan zal de opgelegde ontslagvergoeding hoger zijn. Tegelijkertijd moet de ww-uitkering omhoog en korter duren. De commissie zegt niet hoe lang de ww-duur dan zou moeten zijn. Nu is die nog twee jaar.

Werkgevers zouden daarnaast minder lang verantwoordelijk moeten zijn voor personeel dat door ziekte langdurig uit de running is en misschien wel nooit terug kan keren. Nu moeten bedrijven het loon van hun zieke werknemer nog tot maximaal twee jaar doorbetalen en zijn zij binnen die periode zelf verantwoordelijk voor de terugkeer in het arbeidsproces. Pas na die periode neemt het UWV die taak over. De commissie stelt voor om de termijn met een jaar in te korten.

Leven lang ontwikkelen met een persoonlijk ontwikkelbudget

Te weinig Nederlanders scholen zich gedurende hun loopbaan bij. Vooral mensen met een tijdelijk contract en lager en middelbaar opgeleiden lopen daardoor het risico dat ze door kennisveroudering niet langer meekomen op de snel veranderende arbeidsmarkt. Door de toenemende vergrijzing kan Nederland zich echter niet permitteren dat een deel van de beroepsbevolking op die manier wordt afgeschreven en langdurig langs de kant komt te staan.

Daarom wil de commissie dat iedere Nederlander al bij geboorte een persoonlijk ontwikkelbudget krijgt toegewezen dat tijdens de gehele carrière kan worden gebruikt. Dit betekent dat een mbo’er die op zijn 18de al aan het werk gaat, later met behulp van dit persoonlijke potje een opleiding kan doen om hogerop te komen. Het is bovendien de bedoeling dat werkgevers elke maand een bijdrage storten en dat bij ontslag een deel van de transitievergoeding in het persoonlijk ontwikkelbudget belandt.