Volledig scherm
Binnenstad van Enschede, foto ter illustratie. © Annina Romita

Voorwaardelijke geldboete voor Enschedeërs na uitgaansgeweld

ENSCHEDE - Vier Enschedeërs zijn door de rechtbank in Almelo veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van 500 euro voor hun aandeel in een massale vechtpartij in november 2017 in de binnenstad. Het Openbaar Ministerie eiste vrijspraak voor het viertal, dat zowel dader als slachtoffer is.

Een gezellige stapavond van twee broers en hun neef (allen K.) en een goede vriend (D.) bij Xotix in de Stadsgravenstraat liep van het ene op het andere moment uit op geweld. Volgens de lezing van de vier verdachten was jaloezie de katalysator voor de uitbarsting. Een van de vier voerde aan de bar een geanimeerd gesprek met een voor hem onbekende vrouw.

Met glas geslagen

De vriend van de vrouw pikte dat niet en vanaf dat moment was een van de vier het doelwit. „Ik werd binnen al met een glas geslagen en kreeg klappen op mijn hoofd. Toen dacht ik maar aan een ding, ik moet hier weg. De beveiligers waren nergens te bekennen, dus ik ben naar de uitgang gegaan, maar daar was het inmiddels ook al onrustig doordat de personen die mij moesten hebben op mijn broer en neef waren gestuit.”

Escalatie

De zaak escaleert en op camerabeelden is te zien hoe twee groepen slaags raken met elkaar. Daarbij vallen rake klappen en wordt er met flessen geslagen en lijkt het alsof een van de broers een opponent, die al op de grond ligt, tegen zijn hoofd trapt. K. ontkent te hebben getrapt. „Ik maakte een trappende beweging, maar ik was nog ver bij hem vandaan en kon hem zeker niet raken. Ze hadden mijn neefje en broertje al toegetakeld met glas, dus dan ben je voorbereid op het ergste.”

Chaotische situatie

De beelden liegen niet en geven een chaotische situatie weer waar over en weer klappen worden uitgedeeld tussen het uitgaanspubliek. Voor officier van justitie Sandra Leusink reden genoeg om niet louter naar de vier te wijzen als dader, maar ze ook te zien als slachtoffer. Ze eiste daarom vrijspraak.

Politierechter Rikken vond dat hij het naar de samenleving niet kon verkopen om de vier vrijuit te laten gaan. Hij vond een voorwaardelijke boete van 500 euro en een proeftijd van 2 jaar op z’n plaats.