Volledig scherm
Orhan Džepar (links) maakte tegen FC Volendam de openingstreffer voor Go Ahead Eagles, zijn eerste treffer in anderhalf jaar tijd. © Erik Pasman

Orhan Džepar bijt van zich af: 'Ik word met de week beter'

Niet iedereen ziet een linksbuiten in hem. En dat heeft Orhan Džepar – van nature middenvelder - wel een beetje geïrriteerd; de verontwaardiging die hij her en der vernam over zijn nieuwe positie. Maar vrijdagavond tegen FC Volendam haalde hij duidelijk zijn gram.

Met de openingstreffer zette de 22-jarige Eefdenaar Go Ahead Eagles op koers voor een eenvoudige zege op de palingvissers: 3-0. ,,Nu ik in de aanval speel, is het wel belangrijk voor me: scoren”, erkende Džepar met een brede grijns op zijn gelaat. 

 ,,Een lekker goaltje, ik kwam goed voor mijn man en gleed de bal mooi binnen.” Het was zijn eerste treffer in competitieverband sinds anderhalf jaar tijd. ,,Toen maakte ik de openingstreffer voor Telstar in het uitduel bij FC Eindhoven.”

Wennen

Džepar speelde vorige week bij MVV ook een behoorlijke eerste helft, maar werd halverwege om tactische redenen gewisseld voor Paco van Moorsel. ,,Vanavond ging het denk ik nog weer een stukje beter", concludeerde hij. 

,,Het is ook nieuw voor mij hè, deze positie. Vind je het gek dat ik even tijd nodig heb om te wennen. Ik lees dan links en rechts dat ik niet op deze plek hoor te spelen. Maar ik sta er toch, of mensen het nou leuk vinden of niet. En ik blijf er ook staan, als het aan mij ligt. Gelukkig is John Stegeman een trainer die spelers tijd en vertrouwen geeft. Bovendien hoef ik niet strak aan de zijlijn te staan, en heb ik ook de vrijheid om een beetje te zwerven over het veld.”

Misbruikt

Džepar heeft in elk geval een heel ander gevoel over zijn rol als linksbuiten dan als linksback, de positie waar hij vorig seizoen een aantal keer werd neergezet. Of is misbruikt een beter woord? ,,Haha, een beetje wel, ja. Ik ben een middenvelder die meer aanvallend is ingesteld. Linksback is echt niets voor mij. Maar op mijn nieuwe positie voel ik me erg lekker, moet ik zeggen. En ik merk dat ik met de week beter word.”