Volledig scherm
Wessel Willemsen is in zijn 'vrije tijd' bevelvoerder/manschap bij de brandweer Harderwijk. © Rob Voss

Wessel (40) uit Harderwijk is doordeweeks technicus in St Jansdal in het weekend is hij brandweerman

Door de week werk je voor de baas. Zet je 's avonds de wekker en prop je 's ochtends vier boterhammen in je blauwe broodtrommel. Elastiekje eromheen. Maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag. En dan is het weekend; je hobby wordt je werk. Je bent scheidsrechter bij het voetbal, lotusslachtoffer bij de EHBO, trekt de balletjes bij de bingo. Leuk. Weekend.

Het mag eigenlijk geen naam hebben. Wessel Willemsen (40) uit Harderwijk noemt het dan ook 'een incidentje'. Zes jaar geleden was er een brandje bij zijn werk. En de brandweer is onderweg. ,,Sirene, wagen, brandweermannen in vol ornaat'', schetst Wessel het volledige plaatje. Hij laat de banden piepen, de slangen rollen. Het doet 'm denken aan de tijd dat hij nog bij de marine zat.

Brandwacht

,,Ik heb daar vijftien jaar geleden ook een opleiding tot brandwacht gedaan'', vertelt hij later aan de mannen. Hij diept zijn opleidingspapieren op - blaast wellicht de stof er vanaf - en gaat op gesprek in de kazerne. ,,Die papieren werden direct aan de kant geschoven, daar konden ze niets mee.''

Ze geven Willemsen wat huiswerk mee. Wessel moet goedkeuring van zijn werk krijgen om als vrijwillige brandweerman aan de slag te gaan. Er volgt een medische keuring, een psychische. Wessel moet een VOG, een Verklaring Omtrent het Gedrag, aanvragen. En wanneer het papierwerk in orde is, zijn vrouw achter hem staat, kan de opleiding beginnen.

Volledig scherm
Wessel Willemsen werkt als werktuigbouwkundige bij ziekenhuis St Jansdal in Harderwijk. © Rob Voss

,,Tweeënhalf jaar lang, twee avonden in de week was ik aan de studie. Maandagavond oefenen in de praktijk. Ik sloot modules af. En uiteindelijk heb je dezelfde papieren als een beroeps’’, beëindigt Wessel zijn betoog.

Hij legt mij uit dat je er langzaam ingroeit. ,,In het begin mag je nog niet alles. Je blijft dan bij de auto staan. Niet met je neus op de brand, niet direct bij het ongeluk.’’

Eerste brand

Ik breng hem terug naar zijn eerste echte brand. ,,Niet leuk'', schudt Wessel zijn hoofd. ,,Hier, moet je kijken.’’ Willemsen laat zijn linkerarm zien, een boomstam met kippenvel. Wessel is weer terug. De brandweerwagen neemt kruispunten, pakt bochtjes. De mannen achterin gaan van rechts naar links. De sirene loeit. Het ging om een pannetje dat te lang op het vuur had gestaan.

,,Bij het aanrijden kregen we te horen dat er misschien kinderen binnen waren.’’ In de wagen kan je een speld horen vallen. ,,Mijn collega en ik kregen de opdracht naar de kinderen te zoeken.’’ Zij naar boven. Laarzen die de treden per twee tegelijk nemen. ,,Kinderen kruipen soms weg. Ergens onder'', legt Wessel uit. En zo staat Willemsen in de kinderkamer met een schietgebedje in het hoofd. ,,Lieve schat, lig alsjeblieft niet onder de dekens.’’ Niks. ,,Lieverd, alsjeblieft niet onder het bed.’’ En zijn gebeden werden die keer verhoord. ,,Ik kwam thuis en mijn vrouw had het eten op tafel staan. Zijn twee kinderen al met mes en vork in de aanslag. ,,Zit je daar met adrenaline tot hier.’’   

En het enige wat ik kan doen, doe ik. Ik knik.

Kent u iemand die naast zijn of haar 'normale' leven ook iets bijzonders doet? Mail dan naar ronald@destentor.nl.

Veluwe