Volledig scherm
© Freddy Schinkel

Problemen nog groter dan gedacht: Zelfs 100 al riskant op Kamperlijntje

De problemen met het Kamperlijntje zijn nóg groter dan gedacht. Op de lijn kon al geen 140 kilometer per uur worden gereden, ook de verlaagde snelheid van 100 blijkt in de dagelijkse praktijk tricky. ,,De masten bewegen ook dan. Sommige moeten met een hulpconstructie overeind worden gehouden’’, zegt Overijssels gedeputeerde Bert Boerman.

Bij de provincie Overijssel vreest men een enorme strop als langjarig onderhoud van de lijn wordt aanvaard. Wie dan de rekening betaalt, is bovendien onduidelijk. De provincie kijkt steels naar het ministerie van infrastructuur.

Inmiddels liggen alle denkrichtingen over een oplossing nog open bij de provincie. Eén ervan is: toch kijken naar versteviging van de bodem onderweg. Het is onderdeel van de onderhandelingen met ProRail. Een dure grap: tussen 40 en 100 miljoen euro en de Kamperlijn ligt er dan vier tot zes jaar uit. ,,Maar misschien zijn andere tussenoplossingen mogelijk’’. De Overijsselse politiek is ferm in het oordeel: dit kan niet het eindpunt zijn.

Inmiddels is het Kamperlijntje ‘belangrijk leergeld voor ProRail’, zegt president-directeur Pier Eringa van ProRail. Het spoorbedrijf gaat ‘strakker naar de bodem kijken’ bij werk in uitvoering. ,,We kijken zelfs op bestaande baanvakken, waar treinen snel en frequent rijden: is het houdbaar in de toekomst? Moet er extra fundament in de bodem worden gestopt?’’

Kamperlijn: het zit het ook alweer?

De opdracht in Overijssel aan ProRail luidde: elektrificeer de Kamperlijn, zorg dat de treinen 140 kunnen rijden - zodat een ‘robuuste dienstregeling’ wordt gecreëerd en er gestopt kan worden bij het nieuwe Zwolse voorstadstation Stadshagen. Kosten: 40 miljoen.

Maar bij 140 kilometer per uur gingen de masten schudden in de slappe veenbodem. Nu er noodgedwongen 100 wordt gereden, is er onderweg geen tijd voor de stop in Stadshagen. ProRail stelde voor gewoon 100 te blijven rijden, de stops in Zwolle en Kampen te bekorten en met extra machinisten te zorgen voor een snelle ommekeer. Dan is in de dienstregeling wél een pitstop mogelijk.

De provincie voelt daar niets voor: het kost acht ton per jaar meer. ,,We hebben een product gevraagd, dat niet gekregen en krijgen de rekening. En erger: de reiziger is de dupe’’, zegt gedeputeerde Bert Boerman.

Lees het hele interview met president-directeur Pier Eringa van ProRail vanmiddag op destentor.nl