Volledig scherm
© Shody Careman

‘Een pepernoot is géén kruidnoot, lul’

Tijdens een huiselijke twist over snoepgoed maakt het echtpaar Giphart elkaar uit voor rotte vis.

Alleen al de aankondiging waarover mijn bijdrage zou gaan leverde me in mijn omgeving gefronste wenkbrauwen op. ‘Hè, wat ongezellig’, zei mijn vrouw. Mijn onderwerp is tegenwoordig zo beladen dat velen er uit voorzorg maar niet meer over beginnen. Eén verkeerd woord en al dan niet verbale oekazes uit verschillende kampen vallen je ten deel.

Volledig scherm
© Shody Careman

Nu was het nooit iets waarmee je mensen makkelijk op de kast kreeg of het misnoegen van sociale media opriep, maar de tijden zijn veranderd. En daarom zal ik mij, met tegenzin, in deze rubriek toch ook mengen in die vermoeiende discussie.

‘Ik ga het hebben over pepernoten’, zei ik zuchtend.

‘Kruidnoten bedoel je’, zei mijn vrouw.

En ja hoor, voor we het wisten kwamen terecht in een verbeten woordenwisseling, met vele argumenten pro en contra.

Na een tijdje werd het zaak de hulptroepen in te zetten. De Dikke Van Dale zegt het expliciet: een pepernoot is een ‘dobbelsteentje van peperkoek, ook wel half bolletje van speculaas (gegeten in de tijd rond sinterklaas)’. Volgens het woordenboek is ‘kruidnoot’ een ander woord voor pepernoot. Een pepernoot is overigens óók een synoniem voor penis, maar in die betekenis kende ik het dan weer niet.

‘Helder’, zei ik. ‘Kruidnoten zijn ook pepernoten’.

‘Onzin’, riep mijn huisgenoot. ‘Van Dale zit ernaast. Een pepernoot is géén kruidnoot, lul’.

Geïrriteerd raadpleegde ik hierna de site van Onze Taal, de gerechtelijke woordmacht. De site erkende dat de betekenis van kruidnoten en pepernoten al lange tijd in elkaars vaarwater zitten.

Men citeerde Het Woordenboek der Nederlandsche Taal, oftewel - dat weten weinig mensen - het grootste woordenboek ter wereld (met tussen de 350.000 tot 400.000 woorden). In 1931 omschreef het WNT de pepernoot als ‘een klein gebak van meel en honing, suiker of stroop, met peper en andere kruiderijen, de grootte van eene hazelnoot en de gedaante van dobbelsteentjes hebbende, doch van boven meestal bolrond’.

‘Duidelijk’, zei mijn vrouw. ‘Een pepernoot is een pepernoot en geen kruidnoot’.

‘Ho!’ riep ik, want het WNT kwam met een aanvulling: ‘In Zuid-Nederland [wordt de pepernoot] ook als naam [gebruikt] voor eene soort van moppen [koekjes], kruidnoten.’

‘Zie je wel?’ zei ze. ‘Ga terug naar je eigen land met je pepernoot als kruidnoot, Belg’.

‘Racist’, riep ik terug.

Ja, het zijn ontvlambare tijden. Om de kampen bij elkaar te brengen, maken we voor vandaag een heerlijke kruidnotentaart. Of pepernotentaart, dat mag van mij dus ook.

Pepernoten-/ kruidnotentaart
- 100 g boter en wat extra om in te vetten
- 230 g pepernoten (kruidnoten), verkruimeld
- 400 g roomkaas op kamertemperatuur
- 240 g witte basterdsuiker
- 3 el bloem
- Flinke snuf zout
- Rasp van een citroen
- 2 el citroensap
- 1 vanillestokje, opengesneden en zaadjes eruit geschraapt
- 3 eieren en 1 eierdooier
- 125 ml crème fraîche

Haal de bodem van een springvorm los, bekleed deze ruim met bakpapier en klik de ring weer vast. Vet de binnenkant van de ring in met boter. Smelt de boter op laag vuur en vermeng hem met het kruid-notenkruim. Verdeel dit mengsel over de taartbodem en druk stevig aan. Laat de bodem afkoelen in de koelkast. Verwarm de oven voor op 240 graden. Klop de roomkaas los en meng hem met suiker, bloem, zout, citroenrasp, citroensap en vanillezaad. Klop vervolgens de eieren een voor een erdoor en roer als laatste de crème fraîche erdoorheen. Haal de vorm uit de koelkast en schenk de vulling over de bodem, bak hem tien minuten in de oven. Zet de oven op 110 graden en bak de taart nog veertig minuten, of totdat hij niet meer drilt. Laat hem afkoelen en zet hem dan zeker een uur in de koelkast alvorens hem te serveren.