Volledig scherm
Els en Frits Koopman van Stichting Ooievaarsstation De Lokkerij in Meppel. © Pedro Sluiter

‘Vooral oudere ooievaars overwinteren in Nederland’

Frits Koopman (82) van ooievaarsstation De Lokkerij in Meppel ziet dat meer ooievaars overwinteren in Nederland dan vroeger. Of dat door het bijvoeren of het veranderende klimaat komt, weet hij zo net niet. ,,In totaliteit zijn er veel meer ooievaars dan een aantal jaar geleden.’’

Doet u dit weekend mee met de ooievaarstelling van STORK (Stichting Ooievaars Research & Knowhow)?

,,Ja, ik ga vanavond op de bank zitten en dan ga ik tellen. Ik tel meestal een paar keer. Een week geleden had ik er 121, maar gister waren het er 108. Ik lees ook zoveel mogelijk ringnummers, dan weet ik waar ze vandaan komen.’’

STORK wil weten waarom steeds meer ooievaars overwinteren in Nederland. Is dat bij uw station ook het geval? 

,,Wij hebben hier een overwinterende populatie, maar lang niet niet alle ooievaars blijven. Ongeveer 75 procent van de volwassen vogels trekt weg en de jonge ooievaars die in normale conditie zijn, trekken allemaal weg. Er blijven er hier op het station zo’n 25. Daarbij komen dan nog de aanvliegers, waardoor ik er nu 's avonds ruim honderd heb zitten.’’

Waar verblijven die honderd ooievaars?

,,Onze eigen ooievaars zitten op hun nesten. De aanvliegers zitten ergens op een dak , in een boom of op een nest dat niet bezet is. Ze blijven hier 's nachts hangen en 's morgens vroeg vertrekt het weer.’’

Overwinteren er meer ooievaars dan een aantal jaar geleden?

,,De overwinterende populatie groeit. Maar anderzijds groeit de niet-overwinterende populatie ook. Dat komt gewoon doordat er meer ooievaars zijn. Ik tel ze elk jaar en aan de ringen kan ik aflezen dat het elk jaar andere ooievaars zijn. Een aantal zijn er elk jaar, maar er zijn ook ooievaars die hier voor het eerst zijn. Of die eens een jaartje overslaan en dan weer terugkomen.’’

Welke ooievaars blijven hier?

,,Dat zijn vooral oudere ooievaars en vogels met een mindere conditie.  Ze durven de gok naar het Zuiden niet te wagen. En dan heb je ook nog de ooievaars die het hier prima vinden.’’

Komt het omdat we ze teveel voeren?

,,Ja, dat kan. Wij voeren ze hier ook bij. Maar ondanks dat vertrekt driekwart (zo’n 70 stuks) naar het Zuiden. En de jonge ooievaars die het bijvoeren kennen, blijven hier geen van allen. Dus ik vind dat een lastig argument. Maar de winters zijn ook zacht natuurlijk. Nu is de grond grotendeels niet bevroren, dus ze kunnen ze nog wel wat voedsel vinden.’’

Kop van Overijssel