Volledig scherm
Ooggetuigen van de oorlog oorlogsdagboeken nijmegen © DG/RAN

Dagboeken uit frontstad Nijmegen: 'De bestuurder wordt in zijn hoofd geschoten'

Ooggetuige van de oorlogDe Nijmegenaren zijn de ochtend van 18 september nog vrolijk en denken dat de bevrijding is aangebroken. De Duitsers geven echter niet op. Ze verdedigen de bruggen en steken hele straten in brand om de Amerikanen op afstand te houden. Die moeten een aanval op de brug afbreken, als de landingsgronden in Groesbeek worden aangevallen.

De Nijmeegse historicus Joost Rosendaal bestudeerde tientallen dagboeken van gewone Nijmegenaren die zij bijhielden in de periode dat Nijmegen frontstad was (september ’44 - mei ’45). In een wekelijkse serie (tussen 16 en 22 september dagelijks) herbeleven we deze dramatische oorlogsmaanden, precies 75 jaar later. Lees hier de andere verhalen.

Aan de Berg en Dalseweg, tegenover het Canisius College, houden verschillende buren een dagboek bij. Onder hen huisarts Bertus Noorduijn (56):
‘Er verschijnen van boven een paar Amerikaanse parachutisten. Kleine kereltjes, zwaar bepakt en gehuld in gecamoufleerde capes. Zij hebben automatische geweren en sluipen achter een bosje in een tuin. Een Duitse auto komt naar beneden rijden en stopt voor onze deur. De bestuurder, een officier van het luchtwapen, wordt door de voorruit in zijn hoofd geschoten. Hij valt door de linkerdeur en sleept in zijn val een emmer mee. De Duitser blijft liggen. Er komt een Amerikaan uit het Canisius College met een portret van Hitler. Hij gooit het op straat. Een buurman staat er mee te dansen en vertrapt het daarna.'

De buurman is predikant Jan van Selms (63):
'Plotseling werd het vuur geopend en hiermede werd het begin gemaakt van iets onzegbaars afschuwelijks, namelijk van de stad een oorlogsterrein maken. Er kwamen nog drie auto's uit de hekken van het zogenaamde Bezirksverwaltschaft, schuin tegenover mij, voor wie hun tocht noodlottig zou worden. In een van die auto's zat een Duitse officier. Ik zag een Amerikaan zijn geweer aanleggen en de kogel vloog dwars door het achterruitje van de auto en velde deze officier, die uit het portier neerplofte. Zijn lijk ligt begraven in den voortuin van het college. Een tweede auto werd enige honderden meters verder tot staan gebracht. Een Amerikaan stapte het Canisius College binnen en kwam met het portret van Hitler naar buiten, dat hij in stukken trapte. Overal vormden zich blijde groepjes mensen, die de Amerikanen toejuichten.'

Over dat gedrag is pater Sybrand Galema (32) van de Franciscanen uit de Vermeerstraat minder positief:
'Om half tien stond ik aan de Berg en Dalseweg. Het was feest. Een grote groep parachutisten zag ik langs de bomen naar het Mariaplein trekken. Veel juichende mensen. Het portret van Hitler werd onder het gejubel van de menigte door een dansende dominee vertrapt. Diens vrouw haalde het toen uit de lijst en vele meisjes scheurden het tot snippers. Mij stuitte het gedoe, eerlijk gezegd, tegen de borst.’

's Avonds beginnen de branden. Noorduijn treft voorbereidingen:
'Om 8 uur gaan wij naar bed, maar krijgen om half 9 een waarschuwing dat de Museum Kamstraat in brand staat. Een kwartier later ook de Heydenrijckstraat. Dat is toch wel dichtbij. Wij overwegen de mogelijkheid van ontruimen. Wij staan op en kleden ons bij kaarslicht aan. Het is met vuren nogal rustig. Wij zoeken een en ander bij elkaar. Dan koppel ik in de voortuin de tuinslang aan en spuit het huis en dat van de twee buren nat. Om half tien ben ik klaar en kletsnat.'

Volledig scherm
Brand in de Heydenrijckstraat vandaag 75 jaar terug. © foto DG
De Stentor gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement