Volledig scherm
Bouwvakkers en andere mensen met zware beroepen zouden eerder met pensioen moeten kunnen, vindt 85 procent van de ondervraagden in de studie van de Radboud Universiteit. © ANP

Laagopgeleiden en vrouwen gaan later met pensioen dan hoogopgeleiden en mannen

NIJMEGEN - De verhoging van de AOW-leeftijd en de afschaffing van de VUT hebben ervoor gezorgd dat laagopgeleiden en vrouwen langer doorwerken dan hoogopgeleiden en mannen. Dat blijkt uit onderzoek van socioloog Mark Visser van de Radboud Universiteit. 

De Nijmeegse socioloog deed onderzoek onder Nederlandse ouderen op de arbeidsmarkt en ontdekte dat laagopgeleiden ongeveer acht maanden later met pensioen gaan dan hoogopgeleiden en dat vrouwen bijna een half jaar langer door moeten werken dan mannen.  Vissers’ bevindingen zijn gebaseerd op een representatief onderzoek onder de Nederlandse beroepsbevolking.

Volgens Visser kunnen hoogopgeleiden eerder met pensioen dan laagopgeleiden, omdat ze gemiddeld in beter betaalde banen zitten en dus eerder de mogelijkheid hebben om zelf de kosten van hun vervroegde pensioen te betalen. ‘Daarnaast geldt voor vrouwen dat ze minder individueel en werkgeverspensioen opbouwen omdat ze kinderen krijgen en vaker deeltijds werken.’

Terug naar 65?

Visser onderzocht ook hoe de beroepsbevolking tegen de verhoging van de pensioenleeftijd aankijkt. Een ruime meerderheid van 65 procent van de ondervraagden blijkt de pensioenleeftijd terug te willen brengen naar 65 jaar. Hoogopgeleiden zijn het hier minder vaak mee eens dan laagopgeleiden, terwijl zij dus eerder met pensioen gaan. Daarnaast blijkt dat maar liefst 85 procent van de ondervraagden vindt dat mensen in zware beroepen eerder met pensioen moeten kunnen.

Het onderzoek van Visser is volgens de Radboud Universiteit een van de eerste studies die een helder beeld geeft van de nieuwe situatie van gepensioneerden, omdat de VUT niet meer bestaat voor mensen die binnenkort met pensioen gaan of recent zijn gegaan.