Andreas Voss
Volledig scherm
Andreas Voss © Paul Rapp

Verwacht voor juni niks, zegt deze hoogleraar infectiepreventie

Het was de Nijmeegse hoogleraar infectiepreventie Andreas Voss die het kabinet enkele weken geleden op televisie opriep tot vergaande coronamaatregelen. ,,Dat ‘geen handen schudden’ sloeg nergens op.’’

Hij werkt de klok rond nu. ,,Het is werken, eten en slapen.’’

Hij kucht, zoals hij het zelf zegt, ‘als een idioot’. ,,Maar dat is een infectie die ik ergens begin februari heb opgelopen. Het is niet iets wat te maken heeft met nu.’’

Gelukkig maar. Andreas Voss, hoogleraar infectiepreventie van het Radboudumc en medisch manager (infectiepreventie) bij het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis in Nijmegen, is een belangrijk man nu. 

Als bestuurslid van de Vereniging voor Hygiëne & Infectiepreventie in de Gezondheidszorg, maar zeker ook voor het dagelijkse werk in het ziekenhuis en daarbuiten.

Eigenlijk geen pauzes

,,Het is veel. En het zijn lange dagen, met eigenlijk geen pauzes. Het is werken, eten en slapen.’’ Maar dat vertelt hij alleen maar omdat er naar gevraagd wordt. Want hij klaagt niet. 

,,Ik heb geen patiënten die ik permanent moet zien. De mensen in het wit hebben het de hele dag lang superdruk en maken dingen mee die ze nooit eerder meegemaakt hebben. Ik mijn geval heb ik de hele dag - en nacht - om te werken.’’

Maar druk is het. ,,Alleen al omdat er permanent dingen veranderen. Voorbeeld: vroeger hadden we hier twee soorten maskers, en dat was het. Nu komt er van alles binnen en moet je alles testen.’’

Beschermingsmiddelen

En hij draagt zo goed en zo kwaad als het gaat ook zorg voor de beschermingsmiddelen van bijvoorbeeld mensen in de wijkverpleging, de thuiszorg, de verpleeghuizen, de huisartsenposten. 

,,En dan zie je dat wij in de ziekenhuizen met al het ondersteunend personeel nog goed hebben. Buiten de ziekenhuizen is het werken nog vele malen moeilijker. Daarom proberen we al die mensen zo goed als mogelijk te ondersteunen.’’

‘Dit mag niet’

Voss coördineert de laboratoria waar de coronatesten worden gedaan, denkt mee over beleid om verdere besmettingen te voorkomen en houdt toezicht op de beschermende middelen die worden gebruikt. 

,,En er zijn permanent vragen van mensen die zich zorgen maken. Vergis je niet: onze mensen komen in situaties terecht die ze niet kennen. En dan kom je tegen dat je dertig jaar lang gezegd hebt: dit mag niet. En dat dan nu ineens wel mag.’’ 

Zo werd vroeger per patiënt een mondmasker gewisseld. ,,Dat doen we niet meer, dat is niet meer nodig. We hebben niet genoeg maskers en het risico op overdracht via maskers bestaat ook niet eigenlijk.’’

Quote

De verdere versprei­ding gaat op een bepaald moment echt langzamer. Maar wat nu zou helpen, is als we meer kunnen testen.

Uren per dag bezig 

Alleen al met die beschermende middelen is Voss uren per dag bezig. ,,Wie krijgt wat, waar moet het heen, hoe instrueer je mensen’’, somt hij op.  

Hij vertelt over beschermingsjassen, die als ze totaal onderdoorlaatbaar zijn de kleur geel hebben. De jassen die enkel waterafstotend zijn, zijn blauw. 

,,En welke kleur hebben de nieuwe blauwe jassen die we kunnen kopen? Ook geel. Dus nu zijn de ongecoatte jassen, en dus kloppen alle protocollen niet meer.’’

Kruidvat

Ander dingetje dat onnozel lijkt maar voor kopzorgen zorgt: de wattenstaafjes waarmee de coronatesten worden afgenomen. ,,Die stokjes zijn het grootste knelpunt. De wattenstaafjes die je in je oren stopt,  kun je er niet voor gebruiken. Zou mooi zijn, want dan zou ik naar het Kruidvat gaan.’’

Zo rent hij als een brandweerman van brand naar brand. En ziet hij onderwijl dat het aantal coronapatiënten oploopt en oploopt. ,,De grote piek op de ic’s komt nog. Ik had heel erg gewenst dat de maatregelen die genomen zijn wat eerder waren gekomen. Dat ‘geen handen schudden’ sloeg nergens op, dat was pure symboliek.’’

Quote

Je doet dingen die je nooit eerder gedaan hebt

Andreas Voss

Maximale stressfactor

Andreas Voss, Medisch microbioloog, medisch manager infectiepreventie en algemene bacteriologie bij het CWZ, tevens hoogleraar Infectiepreventie aan de Radboud Universiteit
Volledig scherm
Andreas Voss, Medisch microbioloog, medisch manager infectiepreventie en algemene bacteriologie bij het CWZ, tevens hoogleraar Infectiepreventie aan de Radboud Universiteit © Paul Rapp

Maar de maatregelen die daarna genomen zijn, kunnen wel op zijn goedkeuring rekenen. ,,Maar we moeten nu niet verslappen, want we komen aan de maximale stressfactor in ons gezondheidssysteem.’’

Hij denkt dat misschien al wel 20 procent van de bevolking is geïnfecteerd door het coronavirus. ,,De verdere verspreiding gaat op een bepaald moment echt langzamer. Maar wat nu zou helpen, is als we meer kunnen testen. 

Je moet weten waar je zieken en besmetten zijn. Ik denk dat mensen zich heel anders gedragen als ze echt weten dat ze het hebben dan wanneer te horen krijgen: u bent waarschijnlijk besmet en blijft u maar weg van de rest.’’ 

Het zou een groot verschil maken in hoeverre mensen zich echt aan de maatregelen houden als ze echt weten of ze het hebben.

Honderd procent consequent

Quote

Dan hoop je dat de tweede coronagolf in oktober, november mogelijk rustiger verloopt

Volgens Voss ligt nonchalance op de loer. ,,Mensen moeten niet gaan denken: zo erg is het niet. Want het kan jouw broer,  jouw zus, je moeder, je grootvader raken. Hou je gewoon aan de maatregelen, zelfs als niet is aangetoond dat je positief ben. Als is er alleen maar het vermoeden: mijd het contact.’’ En wees daarin honderd procent consequent, voegt hij er aan toe. 

Voss hoopt dat tussen juni en oktober de aanwas van nieuwe patiënten dusdanig vermindert dat de ziekenhuizen weer een beetje op adem kunnen komen. ,,En dan hoop je dat de tweede coronagolf in oktober, november mogelijk rustiger verloopt.’’

Toch niks

Hij zegt juni. Met opzet. ,,Persoonlijk plan ik pas weer dingen in juni. Want in april en mei zal er toch niks kunnen denk ik. Tot en met mei zullen we zien dat aanvoer van nieuwe opgenomen patiënten terugloopt, maar voordat ziekenhuizen weer normaal lopen:  dat duurt misschien wel een jaar.’’ 

Hij zegt zich niet voor te kunnen stellen dat openbare leven voor juni weer op gang komt.

Of deze coronacrisis voor hem als professional op een bepaalde manier ook nog leuk is? ,,Op een manier wel. Je doet dingen die je nooit eerder gedaan hebt. Ook mooi is het de ontregeling van de zorg te zien. Niet in de zin dat het chaotisch wordt, maar dat alle regels die je altijd belemmerden ineens verdwenen zijn.’’

,,Als je vroeger iets nodig had, kwam er eerst een businesscase, kwamen er discussies of het echt nodig was. En heb je nu iets nodig? Morgen is het er. We kunnen snel schakelen.’’

De Stentor gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement