Volledig scherm
De winnaars van de Nijmeegse Literatuurprijs 2019. Met Ernie Bossmann (l), Pascal Lamberigts (m) en Rik Sprenkels. © Foto: Marcel Krijgsman - www.mar

‘Weird en tof’: met dit verhaal wint Pascal Lamberigts de Nijmeegse Literatuurprijs

NIJMEGEN - Pascal Lamberigts (52) uit Nijmegen is dit jaar de grote winnaar van de Nijmeegse Literatuurprijs. Die werd vrijdagavond uitgereikt in Bibliotheek De Mariënburg. Lamberigts won zowel de publieksprijs als de juryprijs.

Lamberigts won met het verhaal Barcelona, een ‘herkenbaar verhaal met een open einde’. ‘Het blijft weird, dat is tof’, vermeldt het juryrapport. ,,We hebben er met z'n drieën nog een tijdje over na zitten denken’’, zei Maaike Pleging namens de jury.

Rik Sprenkels werd tweede met drie gedichten, die volgens de jury getuigen van een eigen stem. Derde werd Ernie Bossmann, ook met drie gedichten: ‘ritmisch top’.

De jury van de Nijmeegse Literatuurprijs heeft ieder jaar een andere samenstelling. Dit jaar waren Dennis Gaens, Maaike Pleging en Edwin van Meerkerk de leden. Dennis Gaens is schrijver, Maaike Pleging is redacteur voor Lebowski Publishers, Edwin van Meerkerk is cultuurwetenschapper aan de Radboud Universiteit.

Stijl

Aan de Nijmeegse Literatuurprijs deden dit jaar 44 schrijvers mee. De oudste deelnemer is 76 jaar, de jongste 18. Opvallend dit jaar is dat de juryleden sommige schrijvers al aan hun stijl herkenden. De top 10 bestond dit jaar voor een belangrijk deel uit deelnemers die gestructureerd aan hun schrijfontwikkeling werken. 

De literatuurprijs is bedoeld voor toekomstige schrijvers en talenten uit Nijmegen en omgeving. De prijs werd eerder gewonnen door Hein van der Schoot (2014), Marjon Klomps (2015), Alan Moss (2016), Niels Raaijmakers (2017) en Jordi Lammers (2018).

De Literatuurprijs wordt georganiseerd door de Openbare Bibliotheek Zuid-Gelderland, Poëziecentrum Nederland, Nieuwe Oost / Wintertuin, literair tijdschrift Op Ruwe Planken en De Gelderlander. Het geheel staat onder leiding van de Stichting Literaire Activiteiten Nijmegen. De winnaar krijgt 500 euro, een coachingsgesprek en een optreden op het Nijmeegs Boekenfeest.

Barcelona

Nog maar een half uur geleden was hij ingestapt. Hij had de zevende en laatste plek in onze taxi ingenomen. Zijn geur van een dagen-, nee misschien wel wekenlang ingetrokken mengsel van drank, zweet en urine maakte van de taxi een hel. De felle middagzon brandde door de nauwelijks getinte ramen. Vier uur na ons vertrek uit Barcelona was de airco al uitgevallen. Het zweet zocht zijn uitweg uit onze rood aangelopen hoofden.

,,Nu is het genoeg,” riep Willem. ,,Hij moet eruit!” Van ons vijven bereikte onrust hem altijd als eerste. We vielen hem bij, ik als laatste. Erik sprak in zijn beste Spaans met de taxichauffeur. Het kon zo niet langer. We moesten stoppen, hij moest eruit, of we gingen niet verder en betaalden ook niet. Zoiets moet Erik gezegd hebben; ik herkende een paar Spaanse woorden. De taxichauffeur gebaarde wild met zijn kleine armen, vouwde toen zijn handen en prevelde nog een paar woorden als laatste smeekbeden.

Het nieuws over de aanslagen had ons zaterdagmiddag bereikt, toen we na een lange wandeling terugkeerden bij het huis van Bernard. Zijn vrouw Enrica was ons in de zonovergoten tuin tegemoet gekomen en vroeg bezorgd of we het al hadden gehoord. Hun riante huis lag in de heuvels rond Barcelona. Vanaf het dakterras hadden we vrijdagavond het uitzicht over de stad met zijn duizenden lichtjes bewonderd. En ons afgevraagd of wonen op deze plek toeval was, of het gevolg van keuzes die hij wél, en wij niet hadden gemaakt.

We wisselden een enkel woord in de schaduw van de plataan die midden op het gazon in de voortuin stond. De aanslagen hadden het vliegverkeer en het internationale treinverkeer volledig plat gelegd. Ook onze terugvlucht op zondag was geannuleerd. De verplichtingen op maandagochtend gaven de doorslag. Kinderen, school, het aflossen van partners, werkgroepoverleggen en presentaties. Enrica kende iemand bij een taxibedrijf vier straten verder; drie keer bellen waarvan twee keer over de prijs en het was geregeld. Zondagochtend vroeg zouden we worden opgehaald voor onze terugreis. 

,,Of hij in de kofferbak kan,” Erik draaide zich half naar ons om, maar wachtte niet meer op onze reactie. ,,Prima,” zei hij tegen de taxichauffeur. De dronken man kreeg er weinig van mee; in plaats daarvan meende hij in de schouder van Willem een donszacht kussen aan te treffen. Willem duwde zijn plakkerige hoofd ruw terug. ,,Oprotten nu!”

Na ongeveer tien minuten was het gestomp in de kofferbak opgehouden. De penetrante geur bleef in onze taxi hangen. ,,Het dodental is al opgelopen tot duizend; nog een onbekend aantal gewonden.” Peter had al urenlang het nieuws bijgehouden op zijn smartphone en elke nieuwe ontwikkeling direct gedeeld. Zo speelde ieder van ons zijn eigen rol; hij nog altijd meer loyaal aan anderen dan aan zichzelf. We volgden elkaars keuzes alleen op hoofdlijnen sinds onze levens verstrengeld raakten op die koude maandagochtend, samengepakt in een viertonner, om onze dienstplicht te gaan vervullen, als officieren. De etentjes na onze diensttijd - twee of drie keer per jaar, al bijna dertig jaar lang - vervulden de behoeften van deze tijd en waren iedere keer weer even vertrouwd als vluchtig.

Het was net twaalf uur geweest toen we Saint-Denis waren binnengereden, een voorstad van Parijs. De reclamezuilen toonden fletse beelden en kleurden oranjebruin van de roest. Een paar uur voor Parijs werd onze taxichauffeur gebeld. Het ging niet zo goed met zijn broer; of we hem op konden pikken in Parijs. Omdat we voorliepen op schema en het op de route lag, stemden we in. De taxi sloeg de hoofdstraat in, sloeg drie keer rechtsaf in steeds smallere straten en draaide toen een parkeerplaats op, achter een vervallen woonkazerne van veertien hoog. De taxichauffeur prevelde kort iets tegen Erik, stapte uit en liep de achterdeur van de vervallen flat binnen. Naast de deur stonden enkele fietswrakken en een splinternieuwe, ferrarirode Ducati. Tien minuten werden twintig minuten. Opeens zagen we schaduwen in het trapportaal, even later gevolgd door het bekende en gehaaste gezicht van onze taxichauffeur. Achter hem aan strompelde een grote, oude man, in een gescheurde, vuile jas en met een kapotte plastic tas waar flessen in leken te zitten. In zijn rechterhand hield hij een fles die hij om de vijf passen aan zijn mond zette. ,,Wat krijgen we nou,” verzuchtte Willem.

De taxichauffeur had hem als eerste gezien. De blauwe auto van de Marechaussee, die ons net voorbij de Nederlandse grens het teken gaf om te volgen. Op de parkeerplaats van het tankstation stapten we uit en lieten één voor één onze paspoorten zien. De andere agent vroeg de taxichauffeur de kofferbak te openen. Het verhaal hadden we zojuist, tussen het volgteken en de parkeerplaats in, nog even geoefend; het was de broer van de taxichauffeur die vanaf Parijs zó graag meewilde dat hij had voorgesteld in de kofferbak te kruipen. De achterklep opende tergend langzaam, alsof hij door de taxichauffeur nog werd tegengehouden. Onze tassen waren platgedrukt tegen de zijwanden. In het midden lag alleen een gevarendriehoek.

Als op commando keken we naar de taxichauffeur. Hij leek niet verrast; alleen het ongemak van de plotselinge controle was op zijn gezicht te zien. De agent sloot zelf de achterklep weer. ,,Alles in orde”, zei hij. ,,Al zal ik jullie maar niet naar de rijtijden vragen.”

De zon stond al laag toen we aan het begin van de avond Breda binnenreden. Mensen keken verwonderd om naar de vreemde, geelzwarte verschijning in het straatbeeld. We waren al veertien uur onderweg, met slechts twee tussenstops van elk tien minuten - de laatste ter hoogte van Brussel. De blikjes Red Bull hadden de taxichauffeur al die uren fit gehouden.

Stram en moe stapten we uit bij het centraal station; vanaf hier had ieder van ons nog zijn laatste etappe af te leggen. We telden en overhandigden het geld en drukten elkaar stilzwijgend de hand. Alles was gezegd, nog weinig was besproken. Het laatste wat we samen zagen, was de glimlach van de taxichauffeur toen hij zijn taxi keerde voor de terugweg.

De Stentor gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement