Volledig scherm
Foto ter illustratie. © ANP XTRA

Celstraf voor man die iemand met hamer mishandelde in Emmeloord: ‘Ik ben hier het slachtoffer’

De 29-jarige H.A. uit Emmeloord moet achttien maanden de cel in, waarvan zes voorwaardelijk. Dat heeft de rechtbank in Lelystad woensdag beslist. A. ging op 16 april iemand te lijf met een hamer aan de Moerasandijviestraat in zijn woonplaats. Poging tot doodslag, vinden de rechters.

Want het had maar zo fataal kunnen zijn, het slaan met de hamer. ‘A. nam de kans dat het slachtoffer zou komen te overlijden op de koop toe. Er mag van geluk gesproken worden dat dit niet het geval is’, schrijft de rechtbank in haar vonnis. De officier van justitie eiste twee weken terug dertig maanden cel, waarvan zes voorwaardelijk. De rechtbank matigde de straf echter, omdat zij van mening is dat de Emmeloorder zichzelf wel mocht verdedigen die dag.

A. en het slachtoffer kwamen elkaar tegen bij de slager aan de Moerasandijviestraat. Na een woordenwisseling reed de A. samen met zijn neef weg. Het slachtoffer gooide toen een steen naar zijn auto en ging ook weg. Even later kwamen de twee elkaar toch weer tegen op die plek, het slachtoffer liep op A. af en pakte hem vast. Die pakte vervolgens een hamer uit zijn auto en sloeg het slachtoffer daarmee meerdere keren, onder meer op zijn hoofd.

Noodweer

De Emmeloorder zei twee weken terug ter zitting dat hij handelde uit noodweer. Na de woordenwisseling was het, bij de tweede confrontatie, het slachtoffer die op hem afliep en hem vastpakte. En dus vindt de rechtbank het terecht dat hij zich verdedigde. ‘Maar dit moet wel binnen de grenzen van het redelijke blijven. Met de manier waarop hij zich verdedigde, heeft hij die grens ver overschreden’, staat in het vonnis te lezen. A. werd ook een contact- en straatverbod opgelegd, zodat hij uit de buurt van het slachtoffer blijft. 

Hij sloeg inderdaad met een hamer op 16 april aan de Moerasandijviestraat in Emmeloord. ‘Maar het was een reflex, ik was bang’, zei de 29-jarige H.A. uit Emmeloord woensdag in de Lelystadse rechtbank. Volgens hem was het slachtoffer de eerste die geweld gebruikte die dag. ‘Ik moest mezelf wel verdedigen.’ A. vertelde ter zitting dat hij die dag naar de kapper ging en omdat hij even moest wachten wat te drinken haalde bij het naastgelegen winkeltje. ‘Daar kwam ik mijn neef tegen en we stonden wat te lachen en te praten.’

Het slachtoffer kwam op dat moment in beeld, zei de verdachte. ‘Hij was geïrriteerd, vroeg waarom wij lachten en begon te schelden. Toen gooide hij iets op mijn auto en scheurde weg.’ A. en zijn neef zetten de achtervolging in, maar konden de man niet meer vinden. Dus toog de Emmeloorder weer naar zijn kapper. ‘Daar stond hij weer met zijn vriendin. Ik zag ze vanuit mijn ooghoek op me af komen en toen pakte ik de hamer.’

Pistool

Wat volgde was een vechtpartij. ‘Zij kwamen met een honkbalknuppel en later ook een pistool. Ik kon niet anders dan mezelf verdedigen met die hamer, ik dacht dat mijn laatste uur had geslagen’, legde hij uit. Volgens het slachtoffer en zijn vriendin liep het die dag heel anders. Bij de kapper was A. juist degene die op hen afkwam en vroeg om geld, dat ze nog aan hem moesten betalen. Volgens sommige getuigen voor drugs, maar dat ontkennen zowel de verdachte als het slachtoffer.

Quote

Zij kwamen met een honkbal­knup­pel en later ook een pistool. Ik kon niet anders dan mezelf verdedigen met die hamer

Verdachte H.A.

Die laatste reed met zijn vriendin naar huis, kwam samen met haar even later terug om bij de slager langs te gaan en toen ging het mis. A. kwam op hen af met de hamer en sloeg daar meerdere malen mee in op de man. ‘Ik dacht dat mijn vriend, de vader van mijn kinderen, het niet zou overleven’, schreef de vrouw in haar slachtofferverklaring. ‘Niemand deed ook iets, al dat bloed, al dat geschreeuw, ik was in shock. En dat terwijl ons zoontje van vijftien maanden in de auto lag te slapen.’

Ze pakte uiteindelijk een neppistool uit de auto in de hoop dat dat hun belager zou afschrikken. ‘Maar het hielp niet, hij ging maar door.’ Uiteindelijk haalde de slager de mannen uit elkaar. Het slachtoffer werd met de ambulance afgevoerd, hij mocht die avond weer naar huis. ‘Ik zat toen vast in een politiecel voor dat nepwapen. Mijn kinderen waren ondergebracht bij een buurvrouw, ik had geen idee hoe het met mijn vriend was. Ik heb echt doodsangsten uitgestaan.’

Angst

Volgens een psycholoog kampt de vrouw met een posttraumatische stressstoornis. ‘Ik voel me niet meer veilig in mijn eigen woonomgeving, die man heeft zeven broers. Daarom doe ik boodschappen buiten Emmeloord, uit angst om familie van hem tegen te komen. Het liefst zou ik verhuizen, maar daar heb ik geen geld voor.’

Ze vroeg om een schadevergoeding van 12.000 euro, haar partner om zo’n 3.000 euro. Belachelijk, vindt A.. ‘Mijn leven is kapot gemaakt. Ik zit sinds die dag vast, ben mijn baan en vriendin kwijtgeraakt en heb nu schulden. Ik ben hier het slachtoffer.’

Flevoland