Volledig scherm
Johan Hulsman met Rosa en Saskia, de twee paarden die de huifkar op de dag van het ongeluk voorttrokken. De koetsier is trots op zijn dieren. "Ze hebben mijn leven gered." foto Tom van Dijke

Paarden redden leven koetsier

Bijna drie maanden na het ongeluk met de huifkar is koetsier Johan Hulsman blij dat hij het kan navertellen. „Ik heb hulp gehad van boven, dat kan niet anders.” 'De laatste wonden zijn pas net geheeld, bijna drie maanden na het ongeluk." De gevolgen van het ongeluk dat Johan Hulsman met zijn huifkar had, zijn nog dagelijks merkbaar.

Niet alleen zijn de wonden nog maar net dicht, de 61-jarige koetsier heeft in zijn arm posttraumatische dystrofie gekregen, een aandoening aan de zenuwen. De rechterhand van Hulsman is nog steeds twee keer zo dik als de linker, maar dat was nog veel erger.

Door de aandoening aan zijn arm durft Hulsman niet meer alleen op de koets te gaan zitten. Zijn bedrijf, 't Belsenspan, organiseert huifkartochten, veelal met gehandicapten en ouderen. "Ik kan de paarden prima leiden, ook wel met één hand, maar als er iets met mijn passagiers gebeurt, dan kan ik niet snel genoeg handelen. Ik kan ook niet iemand met een rolstoel in de huifkar krijgen." Angst voor de koets of de paarden heeft Hulsman niet. Ook niet toen hij voor het eerst weer op de bok klom. "De paarden hebben mijn leven gered, dus waarom zou ik daar bang voor zijn."

Het bewuste ongeluk gebeurde halverwege juni, tijdens een ritje met een groep ouderen uit Nijmegen. Hulsman kan zich bijna alles nog goed herinneren: "Ik wilde de leidsels pakken die los waren geraakt. Ik klom over de bok op de dissel en verloor toen mijn evenwicht. De paarden hebben niets verkeerd gedaan, ze zijn niet op hol geslagen, maar liepen gewoon door. Dat moest ook, want we reden een helling op en bij stilstand wordt de huifkar, die inclusief passagiers meer dan vijfduizend kilo weegt, te zwaar. De paarden hebben echt mijn leven gered. Ze zijn over mij heen gesprongen, ik heb nog wel een hoefijzer tegen mijn hoofd gehad maar meer ook niet. De eerste keer dat ik na het ongeluk bij de paarden ging kijken heb ik gehuild als een klein kind."

Na het ongeluk lag Hulsman tien dagen in het ziekenhuis. "Eerst moesten ze natuurlijk mijn vrouw bellen over wat er was gebeurd." Hij slikt even wat tranen weg. "Het eerste dat ik vroeg was hoe het met de mensen in de huifkar was afgelopen. Ik ben bewusteloos geraakt toen ik onder de kar kwam, dus dat wist ik niet meer. Ik geloofde het niet toen ze me vertelde dat iedereen ongedeerd was gebleven."

"De eerste dagen na het ongeluk kon ik geen licht verdragen omdat ik een zware hersenschudding had. De gordijnen zaten dicht en ik lag met een handdoek over mijn ogen. Toen ik eenmaal thuis was, kwam die posttraumatische dystrofie erbij en moest ik weer terug naar het ziekenhuis. Daarna kreeg ik tweemaal daags thuiszorg en nu komt de zuster om de paar dagen nog langs om mijn wonden te verzorgen."

Nog altijd gaat Hulsman naar de fysiotherapeut, voor zijn arm en ook voor de schouder die uit de kom was geraakt. In de toekomst hoopt hij weer alleen op de bok te klimmen. "In tachtig procent van de gevallen van posttraumatische dystrofie komt het weer helemaal goed, dus daar reken ik ook op. Het is onvoorstelbaar dat ik het verhaal überhaupt kan navertellen. Ik ben een gelovig man, dus ik ben er zeker van dat ik hulp van boven heb gehad. Dat kan niet anders."

De Stentor gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement

Vechtdal