Volledig scherm
Mari Meyer © RV

Als nachtredacteur het nieuws bijhouden is een beetje 'survivaljournalistiek'

Als Nederlanders gaan slapen, gaat het nieuws gewoon door. Ook dan moet iemand bepalen welk nieuws belangrijk genoeg is om over te schrijven. Mari Meyer is zo'n nachtredacteur: 'Het is in de nacht een beetje survivaljournalistiek.'

Waarom is er iemand nodig die ‘s nachts het nieuws bijhoudt?

‘Als Nederlanders gaan slapen, gaat het nieuws in de rest van de wereld gewoon door. Maar ook in Nederland gebeuren branden en ongelukken. Soms is er ook nieuws dat we niet eerder dan twee uur ‘s nachts online mogen zetten. Dat moet dan iemand publiceren, op Twitter zetten en aanvullen als het verhaal zich ontwikkelt. Die persoon ben ik, samen met twee collega’s.’

Hoe word je nachtredacteur?

Lachend: ‘De eerste vereiste heeft niet zozeer te maken met je kwaliteiten, maar dat je in de juiste tijdzone leeft. Ik woon in Los Angeles en mijn collega’s in Canada en Brazilië. Wij zijn wakker als het in Nederland nacht is.’

Gelukkig heb je geen echte nachtdiensten.

‘Nee. Ik heb ooit wel echte nachtdiensten gedraaid. Op mijn negentiende was ik een zogenaamde ‘nachtvlinder’ bij Radio 1. Ik maakte gedurende de nacht een overzicht van het nieuws in de ochtendkranten en stelde het vroege ochtendbulletin samen. Dat was de coolste baan ooit, ondanks het feit dat ik ‘s ochtends rechtstreeks van werk naar college moest.

‘Ik was dus al bekend met het fenomeen nieuws verzamelen in de nacht. Maar je moet natuurlijk ook een neus hebben voor journalistiek. Je bent als nachtredacteur in je eentje verantwoordelijk voor al het nieuws uit de wereld, voor vier krantensites: de Volkskrant, het AD, Trouw en het Parool.’

Hoe houd je het nieuws van de hele wereld in de gaten?

‘Twitter is een handige manier: de Volkskrant heeft bijvoorbeeld een lijst met de belangrijkste binnenlandse en buitenlandse media. Die twitteren meteen als ze iets hebben. En ik heb een scherm waar alle berichten van de persbureaus op binnenkomen. Nu zijn er ook persbureaus die om het minste of geringste een persalarm sturen, die notificaties heb ik uitgezet.’

Overdag zijn redacteuren voortdurend in gesprek over wat nieuws is en wat niet. Hoe doe jij dat in je eentje?

‘Je ontwikkelt daar een instinct voor. Je wilt niet iets met een toeterende hoorn brengen dat later niet zo belangrijk blijkt te zijn. Maar er zijn altijd gevallen waarbij je het niet weet. Nieuws zit niet in een vacuüm. Wat nieuws is, hangt af van eerder nieuws over het onderwerp en ander nieuws dat op dat moment speelt.

Toen ik net begon als nachtredacteur dacht ik continu: ‘Zouden ze het zo willen?’ Dat kostte heel veel energie, maar inmiddels ben ik gewend aan dat gevoel.’

Volledig scherm
© AFP

Hoe bepaal je welk nieuws je plaatst op welke site?

‘Als er in Amsterdam iets gebeurt, dan weet ik dat het Parool dat wil hebben. Het AD wil nieuws graag snel, maar natuurlijk wel gecheckt. De regio’s die bij het AD horen, moet ik ook in de gaten houden en een grote brand in een regio moet ook op de landelijke site.

‘Trouw wil graag groot internationaal en Nederlands nieuws en zij hebben speciale interesse in religie en duurzaamheid. De Volkskrant is meer op zoek naar de verdieping. Daar gaat het om de implicaties, nieuws moet gevolgen hebben. Aan op zichzelf staande incidenten besteden we daar geen aandacht.’

Maak je voor elke krantensite een andere versie van het nieuws?

‘Bij de Volkskrant probeer ik altijd verrijking toe te voegen, al is het maar een blokje met links naar eerdere stukken die we over het onderwerp hebben gemaakt. Bij het AD voegen we links meestal toe in de tekst en maak ik soms een apart stuk met reacties en wat mensen zeggen op Twitter.

‘Daar is ook meer ruimte voor bizar nieuws als ‘Man vindt verloren moeder na zestig jaar door flessenpost.’ Lezers van het AD vinden dat soort verhalen heel leuk. De toon mag dan ook wat jovialer. En shownieuws natuurlijk, zangeres Glennis Grace was voor het AD een groot verhaal.’

Het lijkt me best lastig om vanuit Amerika gevoel te houden met wat er in Nederland leeft.

‘Ik lees Nederlandse kranten en weet wat er gaande is in Groningen, met de dividendbelasting, stakende leraren, het Zwarte Pietendebat. Doordat ik dit werk doe, is het compleet vanzelfsprekend dat ik weet wat er speelt. En als ik iets niet weet, vraag ik een collega om context.’

Is het niet een beetje schizofreen om te wonen in Los Angeles en voor je werk bezig te zijn met Nederlands nieuws?

‘Nee, ik vind het juist fijn. Ik ben dol op Nederland en dit werk geeft mij een band die ik eerder misschien zou verliezen als ik dit werk niet zou doen.’

Wat als er tijdens jouw dienst een aanslag gebeurt?

‘Tijdens een van mijn diensten vond de aanslag in Manchester plaats. Pas rond middernacht werd duidelijk dat er potentieel iets ergs gebeurd was. Gedurende de hele nacht kwam er stukje bij beetje meer informatie naar buiten via video's, persbureau's, Twitter, verslaggevers, enzovoorts. Op zo'n moment zet je alle zeilen bij en gelukkig had ik ook hulp van collega's die langer bleven of eerder aanschoven.’

Wat als je echt in je eentje zit?

‘Dan probeer je er eerst zelf wat van te bakken. Maar als het nieuws echt groot is, zijn er mensen met wie je contact kunt opnemen. In Midden-Amerika zit bijvoorbeeld correspondent Marjolein van de Water voor de Volkskrant. Dan zet ik snel iets op de site met input van de persbureaus en vraag aan haar: ‘Hoe snel kun jij iets hebben?’

‘Ik probeer zoveel mogelijk zelf te coördineren, maar soms heb je meer versterking nodig. Dan moet ik een chef wakker bellen. Dat doe ik natuurlijk niet als ik alleen maar een beetje twijfel over een verhaal. Daarom is het zo belangrijk dat je goed kunt inschatten hoe belangrijk het nieuws is. Je moet het hebben van je instincten en je weet op den duur welke persbureaus en andere bronnen je kunt vertrouwen.’

Volledig scherm
. © Thinkstock

Soms is het vast ook wel heel saai.

‘Ja, ja. Al is saai natuurlijk relatief. Er zijn nachten dat er minder gebeurt. Dan heb je tijd om een rondje te doen langs alle media, te schatzoeken en een eigen verhaal te maken. Dat is ook leuk.

‘Maar meestal heb ik het gewoon heel druk. Bij elk optreden van Glennis Grace tijdens America's Got Talent moest ik weten wanneer ze zong, of ze door was naar de volgende ronde, het stuk steeds actualiseren, online zetten, op sociale media verspreiden.

‘Een tijd lang deed ik de zondagen en maandagen, dan zijn alle awardshows. Dan moet er ‘s ochtends een heel stuk zijn met winnaars, met tweets over wat ze droegen en quotes uit speeches die politiek relevant zijn.

‘Dat slokt heel veel aandacht op en tegelijkertijd gaan ook de feeds van Twitter en de persbureaus gewoon door. Eigenlijk is het in de nacht een beetje survivaljournalistiek, maar dat is wat het het zo’n bijzondere baan maakt.’

  1. Allard Besse, hoofdredacteur van de Stentor: ‘We willen altijd weten hoe het zit’
    EVEN VOORSTELLEN

    Allard Besse, hoofdredac­teur van de Stentor: ‘We willen altijd weten hoe het zit’

    Allard Besse is sinds mei 2015 hoofdredacteur van de Stentor. Dagelijks bereiken krant en website honderdduizenden mensen in een gebied dat zich uitstrekt van Flevoland tot in de Achterhoek en van Noordoost-Overijssel tot de zuidwestelijke Veluwe. “De Stentor is de bindende factor van Oost-Nederland met elke dag nieuws en mooie menselijke verhalen die voor alle mensen in deze regio interessant zijn.”