Koninginnedag 2009: Als het nieuws te dichtbij komt

Een goede journalist moet afstand nemen van datgene waar hij over schrijft. Dat is part of the job. Maar wat als het nieuws wel heel dichtbij komt? Het overkwam verslaggever Jeroen Pol op Koninginnedag 2009. Terwijl hij verslag deed van een drama, kreeg hij zelf slecht nieuws.

In de journalistiek zijn er maar weinig dingen die je kunt plannen. Nieuws kun je per definitie niet voorspellen. Maar als er van een mega-evenement een heel dagprogramma klaarligt, waar talloze mensen maandenlang aan hebben gewerkt, dan kom je een heel eind. Het bezoek van de koninklijke familie aan het Oranjegezinde Apeldoorn bijvoorbeeld, tijdens Koninginnedag 2009. De Stentor van vrijdag 1 mei 2009 was zo goed als ingedeeld. Elke verslaggever wist wat er te doen stond die dag. Het was zogezegd vakjes vullen.

Quote

Er gingen geruchten dat Amalia zich zou laten zien. Dat zou de foto kunnen zijn

Jeroen Pol

„Het enige wat we nog moesten bepalen was wat het beste verhaal was en welke foto’s het leukst waren. Er gingen bijvoorbeeld geruchten dat prinses Amalia zich voor het eerst zou laten zien. Dat zou de foto kunnen zijn. Verder lag alles vast.” Apeldoorner Jeroen Pol was die dag net als zijn collega’s in touw ergens op de route van de bus waarmee de koninklijke familie door zijn stad reed. Pol stond aan het einde van de route, bij de ingang van Paleis het Loo. Een paar meter van de Naald, waar Karst Tates iets voor twaalven met zijn Suzuki Swift tegenaan zou rijden.

Volledig scherm
Jeroen Pol bij de Naald in Apeldoorn, waar hij met bovenstaande video verslag deed van de situatie. © Hanne Koops

Twee kranten

Er zouden die dag twee kranten gemaakt worden. De deadline van de eerste krant was om 14.00 uur. Binnen twee uur zou die krant worden gedrukt bij de drukkerij die destijds ook in Apeldoorn zat. Vanaf 16.00 uur stonden teams klaar die de eerste kranten in de stad zouden uitdelen. De tweede krant zakte net als de normale krant rond half een ’s nachts.

„Er was op geen enkele manier rekening gehouden dat het op deze manier verkeerd zou gaan”, vertelt Pol. „Ik had die dag ervoor nog een interview gedaan met de vrouw van de burgemeester met de kop: ‘Harma de Graaf redt tocht Oranjepark’. Dat was achteraf natuurlijk pijnlijk.”

Groot scherm

Pol benadrukt wat een heerlijke dag het was. „Zelfs al had je een beetje angst gehad. Met het zonnetje, de vrolijkheid en de goede sfeer van die dag was je die zo kwijt geweest.” Op het voorterrein van Paleis het Loo zaten mensen in het gras, herinnert Pol zich. „Het was als een wielerwedstrijd. Mensen keken op het grote scherm naar wat er gebeurde, zochten een plekje langs het parcours om te kijken, en keken dan op het grote scherm naar de finish.”

Voor de middagkrant had Pol alvast enkele mensen van de historische stoet geïnterviewd. „Die startte vlakbij de Naald en zou de route van de bus kruisen. Het was een optocht met een flinke lengte, dus die was al in gang toen het gebeurde.” Pol filmde de bus met het koninklijke gezelschap en stond daardoor met zijn rug naar het parcours. „Ineens hoorde ik dat geluid. Een klap van iets tegen de Naald. Ik wist meteen dat er doden moesten zijn gevallen.”

Beheerst

Op de videobeelden is Pols reactie te beluisteren. Zo beheerst als hij spreekt, zo geraakt is hij door wat er voor zich afspeelde. „Het geschreeuw en de paniek. Ik liep naar de auto en zag daar de dader. Dat was geen oude man. Want even dacht ik nog dat er iemand onwel was geworden.” Bang was de Apeldoorner niet. „Door de adrenaline denk ik. Mensen hebben later nog wel gevraagd: wat nou als er explosieven in de auto hadden gelegen? Maar daar denk je niet aan. Je bent aan het filmen en je wil vastleggen wat je ziet.”

Quote

Het zou nog een hele toer worden om die 1500 meter naar de redactie af te leggen

Jeroen Pol

Dat het gruwelijk mis was gegaan wist hij meteen. Hij realiseerde zich ook meteen dat dit Apeldoorn was. Zíjn Apeldoorn. „Maar ik probeerde me af te sluiten daarvoor. Er konden weleens bekenden van me bij betrokken zijn, maar wat moest ik met dat gegeven? Ik moest door, ik had om 14.00 uur een deadline.” De middagkrant zou worden geschrapt, maar dat wist Pol toen nog niet. Het mobiele netwerk was overbelast en lag plat. In zijn hoofd was hij vooral aan het plannen. Nu was het 12.00 uur, het was zo’n 1500 meter naar de redactie. „Het zou nog een hele toer worden om die 1500 meter af te leggen.”

Pershesje

Zijn oranje pershesje had hij maar aangehouden. „Dan zou ik sneller terug kunnen.” Daardoor was hij ook herkenbaar voor anderen. Een vrouw van de organisatie klampte hem aan. Of hij haar Roel ook had gezien. Alles was goed met Roel. Een volgende bekende kwam naar hem toe met eenzelfde soort vraag. En zo deed hij al mondeling verslag voordat er ook maar één letter gedrukt was. „Gelukkig kon ik die mensen vertellen: Het gaat goed met je dierbare.”

Volledig scherm
Jeroen Pol bij het gedenkteken voor de slachtoffers van de aanslag in Apeldoorn. © Hanne Koops

Maar zelf ontving hij slecht nieuws. Het onheilspellende telefoontje kwam om 15.00 uur. „Jan en José zijn erbij betrokken.” Met Jan zat Pol in het bestuur van de voetbalclub. Een week daarvoor was het voltallige bestuur nog met de partners uit eten geweest. Jan en zijn vrouw José waren daar ook bij. Het nieuws over het stel raakte hem diep. „José was daar al overleden, Jan was geschampt en naar het ziekenhuis in Harderwijk gebracht.” Het telefoontje veranderde alles. De Apeldoornse verslaggever liep naar buiten, ging op een trapje zitten en begon te huilen.

Sprakeloos

Waar hij daarvoor nog naar foto’s van de aanslag zat te kijken, kon hij nu niet meer verder. „Het veranderde de impact. Mijn zakelijke blik viel er nu wel af. Ik kon niet meer met een journalistieke blik naar de foto’s kijken.” Berend van de Sande, zijn chef destijds, stuurde hem naar huis. „Ik wilde mijn column nog afmaken, maar dat ging niet meer. Tot ik bedacht hem leeg te laten, met ‘Sprakeloos’ als titel.”

Pol ging de stad in. Praatte met mensen, dronk een biertje. Rond etenstijd bezocht hij nog de redactie, ze aten samen chinees. ‘Het gaat wel weer’, dacht hij toen. „Ik wilde helpen.” Maar zijn chef stuurde hem opnieuw naar huis. „Daar had hij compleet gelijk in. Je denkt dat je er nog wel zakelijk naar kunt kijken, maar ik had geen professionele distantie meer.”

Dichtbij

Even daarna zag hij zijn vriendin voor het eerst sinds de aanslag. Hoogzwanger van hun tweeling. Dat moment greep de verslaggever aan, herinnert hij zich nog. Alles kwam toen ineens dichtbij. „Ik betrapte mezelf erop dat ik het op mezelf betrok. Wat als…? Totaal irrelevant natuurlijk, maar dat kwam toen voor het eerst.”

Het waren heftige dagen voor Pol. Herdenkingsdiensten, condoleances. Met de verslaglegging van de aanslag heeft hij zich nooit beziggehouden. Dat kon niet meer. In de nasleep heeft Pol ervoor gezorgd dat zijn collega’s in contact kwamen met Jan van den Berg, betrokkene en nabestaande. Jan heeft ook zijn verhaal gedaan. Of dat een dilemma was? „Nee, ik weet dat mijn collega’s daar zorgvuldig mee omgaan en ik wist dat Jan zijn verhaal wilde delen.”

Quote

Bij het geluid van sirenes komt het nog weleens naar boven. De chaos

Jeroen Pol

Nooit meer feestvieren

Ook Koninginnedag kreeg voorgoed een andere lading. Ieder jaar denkt hij eraan. „Ik realiseerde me laatst dat ik de laatste drie jaar niet meer naar de plek ben toegefietst. Dat deed ik elk jaar, meestal ook om 12.00 uur. Dan legde ik er een roosje neer.” Feestvieren doet hij eigenlijk nooit meer op Koningsdag (of eerder op Koninginnedag). „We gaan sinds een jaar of vijf ieder jaar naar Movie Park in Duitsland. Dan is het er lekker rustig. Maar als we toch hier blijven dan vieren we het in het dorp Ugchelen, nooit in de stad.” Dat Koningsdag nu op 27 april is en niet op 30 april, heeft het gevoel wel anders gemaakt. „Dat maakt het iets minder beladen.”

Of hij er nog last van heeft? „Bij het geluid van sirenes komt het nog weleens naar boven. De chaos. Maar er zijn ook mensen die het van heel dichtbij hebben meegemaakt en lang niet hebben kunnen werken. Dat heb ik niet.”

Impact

Zijn vier dochters, onder wie de tweeling waarvan zijn vriendin destijds zwanger was, weten wel dat hij erbij was en dat het een enorme impact heeft gehad. Maar of ze echt weten wat het heeft betekend voor Apeldoorn? „Dat is de vraag. Vanaf welk moment is het deel van de geschiedenis? En wanneer behandel je dit in de lessen? Voor kinderen zijn vooral de koningsspelen leuk. Wanneer begin je met om je heen te kijken en gaat de historie je boeien? Ik weet het niet.”

Jan, tien jaar later

Tien jaar na dato staat Jan van den Berg weer in de krant. „Het gaat goed met Jan en dat is heel mooi om van dichtbij mee te kunnen maken”, zegt Pol. „Het is een verhaal van hoop. Mooi opgeschreven door mijn collega Niek Megens. Na al die ellende kun je toch verder.” 

Volledig scherm
Jeroen Pol bij de Naald in Apeldoorn, waar hij verslag deed toen er een aanslag werd gepleegd op het koninklijk huis. © Hanne Koops
  1. Allard Besse, hoofdredacteur van de Stentor: ‘We willen altijd weten hoe het zit’
    EVEN VOORSTELLEN

    Allard Besse, hoofdredac­teur van de Stentor: ‘We willen altijd weten hoe het zit’

    Allard Besse is sinds mei 2015 hoofdredacteur van de Stentor. Dagelijks bereiken krant en website honderdduizenden mensen in een gebied dat zich uitstrekt van Flevoland tot in de Achterhoek en van Noordoost-Overijssel tot de zuidwestelijke Veluwe. “De Stentor is de bindende factor van Oost-Nederland met elke dag nieuws en mooie menselijke verhalen die voor alle mensen in deze regio interessant zijn.”