Volledig scherm

Banhoffer, opgewonden standje in Zwolle

ZWOLLE -Yuri Banhoffer speelde van 1975 tot 1979 voor PEC Zwolle en stond bekend als een opgewonden standje. Goede voetballer, zeker voor PEC-begrippen, maar een eenling in de groep. Zijn ploeggenoten van weleer memoreren dat zonder uitzondering. „Het temperament van een echte Zuid-Amerikaan”, lacht Koko Hoekstra.

„Technisch goed en hij kon enorm koppen. Ik denk dat ik een van de weinigen was die goed met hem kon opschieten, want hij was inderdaad zeer op zichzelf. Misschien door de cultuurverschillen. Of door de taal. Hij sprak amper Engels of Nederlands. Hoewel, als hij boos was kon hij wel vloeken in het Nederlands, haha.”

En Banhoffer was nogal eens boos. Met stevige mannen als Rinus Israel en Klaas Drost in de groep moest Banhoffer op de training het nodige incasseren. „Hij kreeg wel eens een tikje”, grijnst Rinus Israel. „Dat kon hij dan moeilijk verwerken. Dan speelde z’n temperament op. Het viel denk ik niet mee voor hem. Een trotse Zuid-Amerikaan, overtuigd van zijn eigen kwaliteiten. Maar ik moet zeggen dat hij inderdaad heel aardig kon voetballen. Voor PEC was het een goede spits.”

Klaas Drost beaamt dat. „Hij stond een beetje alleen in de groep, volgens mij koos hij daar ook min of meer bewust voor. Op het veld gedreven, temperamentvol inderdaad. Soms schopte hij uit frustratie wel eens een bal alle kanten op. En ik heb hem wel eens in de kladden gegrepen toen hij over de rooie ging. Ik herinner me ook een incident met Peter Gerards, onze keeper. Peter was 1.96 meter en 105 kilo, Yuri een kop kleiner en 65 kilo. Toen Peter op de training een keer een sliding maakte, vloog Yuri hem aan. Maar ja, dan kun je net zo goed proberen tegen een tank op te lopen.”

Banhoffer speelde voor zijn PEC-jaren twee seizoenen in de Amerikaanse profleague bij Los Angeles Aztecs. Daar werd hij opgeduikeld door Jan-Willem van der Wal, destijds voorzitter van PEC. Als directeur van de Slavenburg Bank vertoefde hij regelmatig voor zaken in de Verenigde Staten. „Hij kocht hier en daar spelers op een rommelmarkt, zal ik maar zeggen”, grinnikt Hoekstra. Banhoffer bleek echter wel een schot in de roos te zijn.

„Ik heb van de week nog een paar keer aan hem gedacht”, zegt Drost. „Komt natuurlijk omdat Oranje tegen Uruguay moest spelen.” Drost en Hoekstra verkeerden ook in de veronderstelling dat Banhoffer was overleden. „Leeft hij nog? Dat meen je!”, is Hoekstra aangenaam verrast. „Dat doet me heel goed. Ik zou Yuri nog wel eens willen ontmoeten.”

De Stentor gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement