Volledig scherm
Bestuurders van ijsclub 'Eensgezindheid Halfwegdiep' warmen zich alvast op voor het eeuwfeest vanavond. Zal het klappen van moderne Noren het krassende geluid van ouderwetse 'houtjes' tijdens de strenge winters van weleer ooit nog eens doen verstommen? In Scheerwolde houden ze hoop: 'Na 1963 liet de volgende Elfstedentocht ook lang op zich wachten.'foto Sieb van der Laan

Eeuwling Halfwegdiep houdt hoop

SCHEERWOLDE - Vroeger ging je nooit uit schaatsen zonder prikstok. Of een sjaal. Lekker warm en ook praktisch, daarmee kon een kameraad je van gepaste afstand weer uit een wak trekken. Verhalen van vroeger, over de barre winters van weleer.

Vanavond halen de leden van de 100-jarige ijsclub 'Eensgezindheid Halfwegdiep' in Scheerwolde hun mooiste koude herinneringen boven tafel. Memoires van een uit nood geboren jubilaris. Wie weet nog hoe het was? Kilometers lang aan één stuk over het Steenwijkerdiep, gekromd tegen de gure wind. Natuurijs zo dik dat er een auto op staan kon. Sterke staaltjes van vroeger dagen. Toen er nog echte winters waren.

"Nonsens" , moet de voorzitter om te beginnen van het hart. "Die vorst komt heus wel weer. Er is altijd hoop." Hij lacht en kan het weten. Frans Brandsma reed zelf mee in de legendarische Elfstedentocht van 1963 met Reinier Paping als held. Een ijzingwekkend avontuur. "Daarna heeft het toch ook tot 1985 geduurd voordat het wéér kon?"

De naam van hun ijsclub verraadt de illustere start. Een noodlottig ongeval in de winter van 1907 was aanleiding voor de oprichting van 'Eensgezindheid Halfwegdiep'.



Twee kindertjes hadden de ijzers ondergebonden om naar Blokzijl te rijden, maar ter hoogte van Halfwegdiep raakte het jeugdige duo in een wak. In allerijl toegesnelde hulp kwam voor één van de twee te laat. Dat droeve voorval zorgde volgens de geschiedschrijvers voor 'een golf van ontroering' in het gebied. Nuchtere doeners bundelden hun krachten om wakken af te zetten: zoiets ergs mocht nooit weer gebeuren. Zo waakte het clubverband over de veiligheid op de baan, een bijna negen kilometer lang tracé van Wetering tot aan 't Veerhuys in Steenwijk, dat handmatig geveegd werd.

De eensgezindheid bleef, alleen het landschap veranderde. Alie Brandsma is hier opgegroeid, weet nog hoe ze op de Minor stapten, het beurtvaartschip dat hen tot in de stad Steenwijk bracht voor boodschappen en vertier. Groot scheepvaartverkeer zorgde voor schotsen in de prille ijslaag van 't Diep.



Alie: "Zolang het ging was er doorvaart, desnoods met ijsbrekers. Dat gaf wel eens strijd met schaatsers, ja." Gewapend met ijsslee en houweel werden schotsen onderweg geslecht en kon er weer geschaatst worden. Wie 't eerst bij Van Ens in Blokzijl was zag z'n naam in de balken van het café vereeuwigd. In 1912 was de eerste hardrijderij, later volgden estafetten en priksleerijden. Veiligheid voorop, toen al en nu nog steeds.



Frans Brandsma: "De ijsclub zet wakken af met takken. Of we spannen linten voor de brug. Maar sommige toerrijders hebben er maling aan. Die suizen er gewoon overheen, echt levensgevaarlijk." Voor tien jaar terug kocht Halfwegdiep een nieuwe veegmachine. "Nog niet één keer gebruikt sindsdien." Maar de voorzitter is niet mismoedig. Is er geen natuurijs, dan gaan ze met alle kinderen naar de overdekte baan in Heerenveen. Een hoogtepunt. "De boel maar opheffen? Geen sprake van", klinkt het beslist en eensgezind.