Appel Canadezen in de Kerkstraat in Raalte, voor Bernardusgebouw en Mariaschool.
Volledig scherm
Appel Canadezen in de Kerkstraat in Raalte, voor Bernardusgebouw en Mariaschool. © collectie Richard Woolderink / www.raalte-clopedie.nl

Nederlandse vlag niet overal uit na bevrijding

DEEL 5 door Benny Koerhuis - Het Nederland van boven de rivieren hunkert in 1945 naar bevrijding van het Duitse juk. De opmars van de Canadezen wordt gestuit door ongekend fel strijdende Duitsers, die de IJssel tot de laatste man verdedigen.


Vanuit Holten en Deventer rukten de Canadezen in april 1945 verder op naar het noorden. Maar de opmars verliep op meerdere plaatsen bloederig, lang niet overal was het meteen feest na vijf jaar Duitse overheersing. Naast gesneuvelde Canadezen en Duitsers waren ook burgerslachtoffers te betreuren. Een reconstructie van de laatste oorlogshandelingen in Salland.

Vanuit het op 8 april 1945 bevrijde Holten rukt de Tweede Canadese Infanterie Divisie de volgende dag in noordelijke richting op. Daarbij volgen de bevrijders een route ten westen van de Sallandse Heuvelrug. Nieuw Heeten, Heeten en Okkenbroek worden op die negende april bevrijd. Maar dat gaat gepaard met veel geweld en bloedvergieten.
Duitse troepen trekken zich in allerijl terug. Om de Canadezen te vertragen leggen de Duitsers een rookgordijn aan door tussen Holten en Nieuw Heeten zeven boerderijen op rij in brand te steken. Zoals van de familie Marissink, die bij het naderen van de Canadezen de eigen schuilkelder heeft opgezocht, vertelt zoon Hein. 'De varkens konden we in de schuilkelder horen schreeuwen. Toen ons huis brandde konden we niet in de schuilkelder blijven en zijn alle kanten op gevlucht. 's Middags kwamen de Canadezen. We waren vrij. Plezier hadden wij op dat moment niet. De ravage was verschrikkelijk. De meeste dieren waren dood. Ook het veulentje lag dood. Het hele huis met de inboedel was verbrand. Een hele tijd had ik geen andere kleren dan die ik droeg. Ik schaamde me dood.'

Drama
Maar in de buurt van de Vlessendijk, tussen Nieuw Heeten en Okkenbroek is het drama nog vele malen groter. De Canadezen lossen meerdere salvo's op terugtrekkende Duitsers, die zich fanatiek verzetten. In de kelder van de boerderij van de familie Boode schuilen ook hun buren, de familie Marsman. Ze zitten er met zijn achttienen, als ook daar brand uitbreekt. Iedereen vlucht en zoekt dekking achter de boerderij. Maar de Canadezen hebben bij deze boerderij ook Duitsers zien lopen en vuren daarom enkele granaten af. Daarbij komen vader en moeder Marsman en hun kinderen Zwaantjen en Willem Hendrik om het leven, evenals moeder Boode (jonkvrouwe Gerritdina van Coeverden) en haar zoon Frederik. Alle zes doden worden begraven op de hervormde begraafplaats in Okkenbroek. Drie andere leden van de familie Marsman zijn gewond geraakt en worden verpleegd in een ziekenhuis in het al lang bevrijde Nijmegen.

De Tweede Divisie verdrijft de Duitsers op 9 april ook uit Heeten. Maar de kerktoren raakt zwaar beschadigd als de Nederlandse vlag wordt uitgehangen. Duitsers die zich nog verschanst hebben aan de westkant van het Overijssels Kanaal (zijde Wesepe) nemen namelijk de vlag en daarmee de toren onder vuur, waarna de Canadezen terugschieten. Bij geallieerde beschietingen een dag eerder is ook al veel schade aangericht aan de toren, evenals aan de pastorie en ruim twintig gebrandschilderde kerkramen. Pas in maart 1946 kan de Heetense kerk weer in gebruik worden genomen.

Molen
Mariënheem en Haarle worden ook bevrijd op 9 april. De Haarlese molen en het molenaarshuis gaan in vlammen op na een beschieting door Canadese vliegtuigen. De schermutselingen zijn fel in de omgeving van Haarle, constateert ook Jan Rodijk, toen net 15 jaar. 'Tijdens de bevrijding moest ik m'n zusjes die nog niet thuis waren zoeken. Ik kwam in de vuurlinie terecht en heb toen veel narigheid gezien. Een jonge Duitser schreeuwde om zijn 'Muttie', even verderop lag een Canadees. 'Mother', zei hij nog en toen stierf hij.'
De volgende ochtend bevrijden de Canadezen het dorp Hellendoorn, waarna ze verder trekken richting Luttenberg. Vanuit Hellendoorn rijdt een colonne pantservoertuigen de Luttenberg op, het gelijknamige dorp binnen. Raalte is dan nog altijd niet bevrijd en ligt midden in de vuurlinie.

Levensgevaarlijk
In de tuin van villa De Meerle, aan de Koestraat in hartje Raalte, vuren Duitse kanonnen richting de naderende Canadezen, vertelt de Raalter verzetsman Jan Tielbeek. 'De granaten vlogen over onze huizen, en de Canadezen schoten terug. Levensgevaarlijk. Toen ik op een gegeven moment naar buiten ging, zag ik dat de Duitsers hun stellingen verlieten. Ik besloot dat te melden aan de Canadezen zodat Raalte niet langer beschoten zou worden, en sloop richting het kanaal. Daar kon ik met een oud bootje oversteken, waarna ik bij de Leeren Lampe een oude fiets met stuiterbanden pakte. Overal op de weg naar Mariënheem hadden de Duitsers bomen omgezaagd, om de weg te versperren. En overal waren bomtrechters. Op de Hellendoornseweg kwam mij een Canadese motor-ordonnans tegemoet. Ik liet hem mijn armband van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten - de NBS - zien, waarna hij me naar zijn commandant bracht. Dat was op het weiland bij de viersprong bij Luttenberg, waar een kamp was ingericht vol jeeps, tanks en carriers. De Canadezen beloofden zo snel mogelijk te komen, en ik kreeg sigaretten en chocolade mee. Toen ik in Raalte terugkwam waren er al balken over de opgeblazen brug gelegd en was de NBS 's ochtends al bezig om achtergebleven Duitsers en NSB'ers op te pakken. De Nederlandse vlaggen hingen al uit toen de Canadezen op de middag van 11 april Raalte binnentrokken. Een prachtig moment dat ik nooit zal vergeten!'

Reelaer
Maar de Duitsers zijn nog niet ver weg. Ze verschansen zich onder meer op landgoed het Reelaer, tussen Raalte en Heino. Bij de nabijgelegen Hondemotswetering treft de Raalter ondergrondse een groep Duitse soldaten aan, die zich tegoed doen aan spek en weck die zijn geroofd uit een boerderij in de buurt. De verzetslieden nemen de Duitsers gevangen en willen ze afvoeren naar het 'vrije Raalte'. Onderweg ontsnapt een Duitser, achterna geschoten door verzetslieden. Daarbij raakt hij gewond aan een van zijn ledematen, maar hij bereikt toch het Duitse kamp in het Reelaer en alarmeert de wacht. Daarop nemen de Duitsers represaillemaatregelen: op weg naar Heino worden willekeurig 66 mannen aangehouden. De volgende dag wordt de groep als gijzelaar door de terugtrekkende Duitsers meegenomen richting Zwolle. Als de Canadezen nog op diezelfde 12e april het dorp Heino bevrijden, is er - heel begrijpelijk - nauwelijks vreugde. Het verdriet en de onzekerheid over het lot van de gijzelaars overheersen bij hun Heinose dorpsgenoten. Ook de gijzelaars zelf leven dagenlang tussen hoop en vrees. Op 14 april komen ze ineens vrij. Dat hebben ze te danken aan de heldhaftige Canadese soldaat Leo Major, die in de nacht van 13 op 14 april vanuit het al bevrijde Wijthmen samen met kameraad Willy Arsenault op verkenning gaat naar het strategisch belangrijke Zwolle. Arsenault wordt al voor Zwolle (bij Zalné) dodelijk getroffen. Maar Major trekt verder de stad in, straat voor straat, gooit granaten en schiet met zijn stengun. Zo wekt hij de indruk dat de geallieerden massaal Zwolle binnenvallen. De bezetters maken zich uit de voeten, waarna de stad èn de gijzelaars vrij zijn. Zonder verder bloedvergieten. Nog diezelfde dag keren de Heinoërs terug naar hun dorp en volgt wel een groot feest.

Volledig scherm
Na een actie van het Raalter verzet nemen de Duitsers 66 mannen uit Heino als gijzelaar mee naar Zwolle. Op 14 april keren ze heelhuids en opgelucht in optocht terug.
Volledig scherm
Na een actie van het Raalter verzet nemen de Duitsers 66 mannen uit Heino als gijzelaar mee naar Zwolle. Op 14 april keren ze heelhuids en opgelucht in optocht terug. © collectie Richard Woolderink / www.raalte-clopedie.nl
Jan Tielbeek (tweede van links met bril) met zijn Raalter verzetsgroep.
Volledig scherm
Jan Tielbeek (tweede van links met bril) met zijn Raalter verzetsgroep.