Volledig scherm

Van Kluin tot De Zeeuw:
acht Apeldoorners in Oranje

APELDOORN - Acht Apeldoornse voetballers droegen ooit het oranje shirt. Samen speelden ze 58 interlands. Nadat Jo Kluin in 1928 de eerste was in een oranje shirt volgden in 82 jaar tijd (met flinke tussenpozen) nog zeven andere Apeldoornse voetballers.

Jo Kluin was in 1928 de eerste Apeldoorner die de eer van Oranje verdedigde. Welgeteld één keer speelde hij in het nationale tenue. Kort voor de Olympische Spelen in Amsterdam speelde Kluin op 1 april 1928 in Antwerpen als middenvoor tegen België. Tijdens het duel (1-0 verlies) stortte een staantribune in. Veertig mensen raakten daarbij gewond.

Gep Landaal speelde in 1929 en 1930 acht keer voor Oranje. De rechtsbuiten - fameus om zijn verwoestende schot - had pech dat het Nederlands elftal een kwakkelperiode kende. Drie gelijke spelen waren zijn hoogtepunt.

Na Landaal volgden pas in 1989 de volgende Apeldoornse internationals: op woensdag 20 december, in een natte en gure Kuip, mochten Frank Berghuis en Edward Sturing zich bewijzen in een oefenduel tegen Brazilië: 0-1. ,,Er waren veel blessures'', weet Berghuis nog goed. ,,Daarom startte ik zelfs in de basis, als linksbuiten. Ja, dat maakte wel indruk. Vooral omdat het tegen Brazilië was. Ik heb 58 minuten gespeeld, toen werd ik gewisseld voor John van 't Schip. Leuk hoor.'' Voor Berghuis bleef het bij dat ene optreden, Sturing mocht in 1990 nog twee keer opdraven.

Eén jaar later volgde de vijfde Apeldoornse international: Peter Bosz. De Feyenoorder kwam in vijf jaar tot acht interlands, met als hoogtepunt deelname aan het EK in 1992. Ook al duurde dat slechts drie minuten: de toenmalig Feyenoorder mocht van Rinus Michels twee minuten voor tijd invallen in het beladen duel met Duitsland, dat door Oranje met 3-1 werd gewonnen. De rest van het EK bracht Bosz door op de bank, de plek waar hij overigens de meeste tijd van zijn acht interlands zat: zeven keer viel hij in, één keer was er een basisplaats. In totaal kwam hij tot 'slechts' 136 minuten speeltijd.

Dat is nog altijd veel meer dan Ugur Yildirim ooit speelde voor Oranje. De belofte, die zo moeilijk kon kiezen tussen Nederland en Turkije, moest het op 9 februari 2005 stellen met een invalbeurt van 27 minuten in het vriendschappelijke duel met Engeland (0-0). Het bleek zijn enige optreden voor het Nederlands elftal.

Een jaar voor Yildirim was Jan Kromkamp de zesde Apeldoornse international. Van 2004 tot en met 2006 speelde hij elf interlands en mocht hij zelfs mee naar het WK in Duitsland. Dat toernooi liep echter uit op een deceptie voor de toenmalig Liverpool-verdediger: Kromkamp mocht slechts de bank warmhouden van bondscoach Marco van Basten.

Diezelfde Van Basten was ook verantwoordelijk voor het debuut van de achtste en voorlopige laatste Apeldoornse international: Demy de Zeeuw. Hij speelde eind maart 2007 zijn eerste interland in en tegen Slovenië en is dik drie jaar later nog altijd Oranjeklant. Deze maand hoopt hij als eerste Apeldoorner daadwerkelijk op een WK te mogen spelen, maar nu is hij met 25 interlands al verreweg de meest succesvolle Apeldoorner in Oranje.

Met een beetje fantasie is de lijst van Apeldoornse internationals overigens nog aan te dikken tot elf internationals: wat te denken van toenmalig AGOVV'er Mauk Weber, die echter geen echte Apeldoorner was, en Wim Bleijenberg, die pas na zijn drie interlands in Apeldoorn kwam wonen. Net zoals Peter Boeve (16 interlands), die geboren werd in Staverden, maar later in Uddel kwam wonen. En dan is er nog Marc Overmars , de Emstenaar die we graag als Apeldoorner hadden gezien. Goed voor de zesde plaats op de lijst van meeste interlands, met liefst 86 Oranje-optredens.

Volledig scherm
Volledig scherm
Volledig scherm
Volledig scherm
Volledig scherm
De Stentor gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement