Volledig scherm
© arie kievit

Verlangen naar de tijd van het vroegere Indië

Dit zijn wijDe onafhankelijkheid van Indonesië zorgde voor de komst van ruim 300.000 Indische Nederlanders. Ze verrijkten de samenleving met hun keuken, leefstijl en muziek, maar verlangen nog altijd naar de tijd van het vroegere Indië. Tempo doeloe met ‘Blue Diamond’ Riem de Wolff en ‘Tante Lien’ Wieteke van Dort.

Volledig scherm
Riem de Wolff © arie kievit

Haar dochter heet Ramona. Vernoemd naar zijn hit, zegt moeder. Of de man die de naam wereldberoemd maakte met zijn zoetsappige evergreen uit 1960, met háár Ramona op de foto wil. Daar zegt Riem de Wolff (74) van The Blue Diamonds natuurlijk geen nee tegen.

Als Riem over de Tong Tong Fair in Den Haag wandelt, ’s wereld grootste Indische festival, wordt hij volop aangesproken. Hij schudt handen, luistert naar verhalen, poseert voor foto’s en zingt spontaan een liedje, tokkelend op een ukelele. Altijd vriendelijk en bescheiden lachend. Op z’n Indisch. ,,Dit verveelt nooit. Ik heb er altijd genoten en dat doe ik nog steeds.’’

De ene helft van The Blue Diamonds – zijn broer Ruud overleed in 2000 - treedt nog steeds op. De fans willen vaak maar één liedje horen: Ramona. Riem teert bijna zes decennia op het succes van dat ene nummer. ,,We hebben toen iets neergezet waarvan ik me afvraag waarom het nog steeds zo leeft.’’

Tante Lien

Riem is een boegbeeld van de Indische gemeenschap. Net als Wieteke van Dort (74), actrice, zangeres en theatermaakster, die later arriveert. Elk jaar staat Wieteke met een liedjesshow op het festival als haar alter ego ‘Tante Lien’. ,,Ik voel hier een verbondenheid. Het eten, de geur, de mensen. Dat verbindt iedereen met een tropisch verleden, ook Surinamers en Antillianen.’’

De twee voelen zich senang op de Tong Tong Fair (voorheen Pasar Malam Besar), de Indische tentenstad op het Malieveld. Tienduizenden bezoekers genieten van de kleurrijke kraampjes vol Indische kledij, kunst en prullaria, de geur van wierook en eten, en de klanken van oosterse muziek. ,,Het is gezellig en de saamhorigheid is groot’’, zegt Riem. ,,Mijn broer had er niet zoveel mee. Hij vond het gek dat Indo’s opeens met een overdreven Indisch accent gingen praten zodra ze hier binnenkwamen.’’

Volledig scherm
Wieteke van Dort © arie kievit

Tong Tong Fair

De Tong Tong Fair vertelt het verhaal van ruim 300.000 Indische Nederlanders die de geliefde archipel – vaak voorgoed – moesten verlaten vanwege de politieke situatie in Indonesië. Na de Japanse capitulatie op 15 augustus 1945 riepen nationalisten onder leiding van Soekarno de onafhankelijkheid uit. Nederland stuurde troepen om het gezag te herstellen, maar na een bloedige oorlog werd op 27 december 1949 de soevereiniteit overgedragen aan de Republiek Indonesië.

Ondertussen waren de Indische Nederlanders en Molukkers – die in het KNIL aan Nederlandse zijde vochten – hun leven niet meer zeker. Ze werden slachtoffer van geweld en moordpartijen door Indonesische vrijheidsstrijders (Bersiap). De vader van Wieteke werd tijdens zijn werk bij een suikerfabriek opgepakt en doodgeschoten.

Blader in onderstaande tijdlijn door de geschiedenis van Nederlands-Indië. Het verhaal gaat onder de tijdlijn verder. 

Tempo doeloe

Volledig scherm
© arie kievit

De Indo’s werden met scheepstransporten naar Nederland gehaald. Ze vonden stilletjes hun weg in de samenleving, maar bleven altijd verlangen naar het Indië van vroeger (tempo doeloe). Naar de grond waar hun placenta na de geboorte volgens goed Indisch gebruik is begraven, als symbool van eeuwige verbondenheid. Naar de geur van de tropen, de vriendelijkheid van de mensen, de klapperbomen en de groene rijstvelden.

Het gezin van Riem kwam in 1949 met de Willem Ruys naar Nederland. ,,Het deed mijn ouders pijn dat ze Indonesië moesten verlaten. Twee jaar lang hebben ze hun hutkoffer niet uitgepakt, omdat ze dachten dat we terug zouden gaan.’’

Wieteke kwam in 1957 naar Nederland. Het gezin was op vakantie toen Indonesië  alle Nederlanders als ongewenste vreemdeling bestempelde en Nederlandse bedrijven nationaliseerde, waaronder de suikerfabriek van haar stiefvader. Het gezin kon niet terug. ,,De wereld van mijn ouders stortte in elkaar. Mijn stiefvader had al zijn geld in de fabriek gestoken. Ze waren alles kwijt, maar mijn ouders zeiden: we hebben elkaar nog.’’

Indorock

De komst van de de Indo’s bracht Nederland een andere cultuur, mentaliteit, leefstijl, omgangsvormen, oorlogsverleden en een nieuwe muziekcultuur (rock&roll). In de hoogtijdagen van de Indorock braken ook Ruud en Riem de Wolff door als The Blue Diamonds.

Ze boekten succes met covers van The Everly Brothers – tot de Amerikaanse platenmaatschappij daar een stokje voor stak – maar braken pas echt door met ‘Ramona’, een uptempo versie van een oude wals (1928). Ze zongen het in het Duits, Engels, Frans, Spaans, Indonesisch en verkochten 20 miljoen exemplaren.

Kookboek

Riem interesseerde zich pas op latere leeftijd voor de Indische cultuur. ,,Het voelde alsof ik het in de steek had gelaten. Ik schaamde me dat ik de taal niet sprak. We hadden toen geen tijd om ons erin te verdiepen. We waren altijd onderweg, reisden de wereld rond voor optredens. Mijn ouders vonden het ook niet belangrijk. Toen we in Nederland kwamen, spraken ze geen maleis meer. We gingen toch nooit meer terug en moesten ons aanpassen.’’

Nu wil Riem de recepten van zijn moeder bundelen in een kookboek. ,,Ze was altijd aan het experimenteren met gerechten en wij moesten proeven. Ze was heel secuur tijdens het koken. De recepten schreef ze op de achterkant van zilverpapiertjes uit sigarettenpakjes.’’

In 1964 keerden The Blue Diamonds voor het eerst terug naar Indonesië voor een optreden. ,,Dat werd ons niet door iedereen in dank afgenomen. Ik had nooit stilgestaan bij de gevoeligheden. Ik was aan het entertainen. We hielden ons niet met politiek bezig. Pas later hoorde ik verhalen over de Bersiap. Daar hadden mijn ouders altijd over gezwegen.’’

Oorlogsmisdadigers

Zwijgen is een traditie. Er zit nog veel pijn in de Indische gemeenschap. Het gevoel van onbegrip, omdat in Nederland hun leed tijdens en de oorlog in Indonesië niet wordt erkend. Nog steeds demonstreert de stichting Japanse Ereschulden elke tweede dinsdag van de maand voor de Japanse ambassade.

Wieteke komt op voor de Indië-militairen, die piepjong voor de leeuwen zijn gegooid en bij terugkomst werden neergezet als oorlogsmisdadigers. Voor de Molukse jongeren die in de jaren ’70 overgingen tot gijzelingsacties. ,,Het verdriet en de frustraties van hun ouders is door de kinderen opgepikt. Daar zit een enorme wrok in. Als het over de Indische zaak gaat willen Nederlanders niks horen. We waren hier niet welkom. Nederland schaamt zich voor zijn koloniale verleden. Maar een verbond van 400 jaar kun je niet zomaar wegmoffelen.’’

Volledig scherm
© Archieffoto

Reizen

Pas in 2001 kregen Indische oorlogsslachtoffers een uitkering (Het Gebaar). En pas twee jaar geleden kwam er een regeling voor nooit uitbetaalde Indische pensioenen en salarissen tijdens de oorlog (backpay-kwestie). Wieteke: ,,Sommige Nederlanders leven nu in Indonesië onder de brug. Oma’s verdienen een euro per dag met het inzamelen van plastic flessen. Schandalig. Zo ga je niet om met je eigen onderdanen.’’

Wieteke reist nog geregeld door Indonesië. Het gemis verdwijnt nooit. ,,In Indonesië hadden we een heerlijk leven. We leefden altijd buiten, klommen in bomen en beleefden avonturen. Ik mis het heel erg, mijn vriendinnen, de geur van de tropen, de natuur.’’

Zelf ging Wieteke in 1978 voor het eerst terug naar haar geboortestad Soerabaja. Ze ontmoette haar oude vriendinnen en schreef een lied over de plek van haar kinderdromen:

Toch ben ik blij dat ik ben teruggekomen
De drukke straten, lanen, ik herken ze weer
Maar waar zijn al die mooie, oude bomen
'k Hoor geen vogels meer

Meer te weten komen over de Stille Generatie of alle generaties daarna? Blader door onderstaande tijdlijn of kijk in het dossier Dit Zijn Wij. Deze verhalen en meer zijn gebundeld in het gelijknamige boek. Bestel nu!