Volledig scherm
Minister van Financiën Wopke Hoekstra (CDA) kan blijven lachen. Ook dit jaar houdt hij bijna 11 miljard euro over. © GUUS SCHOONEWILLE

En wéér houdt Hoekstra zo’n 11 miljard over

Het begrotingsoverschot valt dit jaar wederom fors hoger uit dan verwacht. Minister Wopke Hoekstra van Financiën denkt in 2019 10,8 miljard euro over te houden, blijkt uit de Miljoenennota.

Omdat de omvang van de totale economie in 2019 groeit naar een bruto binnenlands product van 808 miljard euro, verwacht Hoekstra dit jaar een begrotingsoverschot van 1,3 procent. Dat is bijna evenveel als vorig jaar, toen er 11,3 miljard euro overbleef (1,5 procent). De overschotten zijn daarmee fors hoger dan waar het kabinet bij de start van de kabinetsperiode rekening had gehouden.

Dat er zoveel miljarden overblijven komt vooral door de economische groei, waardoor er dit jaar in totaal 1,9 miljard euro extra aan belastingen en premies de schatkist in stromen dan het kabinet in juni nog verwachtte. Zo leidt de groei van het aantal banen en de hogere lonen ertoe dat er meer loonheffing en inkomstenbelasting binnenkomt. Ook zorgen toenemende bedrijfswinsten voor hogere ontvangsten bij de vennootschapsbelasting (vpb). Doordat Nederlanders meer consumeren nemen bovendien de btw-inkomsten extra toe. In totaal komt er dit jaar 16,8 miljard euro meer binnen dan in 2018.

Na dit jaar de klad erin

Toch komt na dit jaar de klad erin. Doordat de economie afkoelt, in 2020 daalt het groeicijfer volgens het Centraal Planbureau naar 1,5 procent, stijgen de belastinginkomsten veel minder hard dan dit jaar. Dat komt vooral doordat het kabinet de lasten anders dan in 2019 verlaagt. Tegelijkertijd blijven de uitgaven flink stijgen: volgend jaar vloeit er ruim tien miljard meer uit de schatkist dan dit jaar. Ook in 2021 is dat het geval. Hierdoor daalt het begrotingsoverschot in 2020 naar 1,9 miljard euro (0,2 procent). In 2021 voorziet Hoekstra zelfs een tekort, van 2,6 miljard euro (-0,3 procent).

Doordat de omvang van de economie blijft groeien, neemt de omvang van de staatsschuld als percentage van het bbp de komende twee jaar verder af. In euro’s neemt de schuld in de toekomst echter toe, van 397 miljard euro in 2019 en 2020, tot 402 miljard euro in 2021.

Uitgavenplafonds verlaagd

Opvallend is verder dat het kabinet de uitgavenplafonds tussentijds verlaagt, waardoor de regering minder mag uitgeven dan eerder is afgesproken. De uitgaven nemen dus wel toe, maar minder dan men eerder van plan was. Voor dit jaar is het uitgavenplafond met 3,3 miljard naar beneden bijgesteld, met name doordat investeringen in defensie en infrastructuur pas in latere jaren tot besteding zullen komen. Ook in 2020 en 2021 is de ruimte om geld uit te geven ingeperkt, met respectievelijk 2,1 en 1,4 miljard euro.