Bleekneus uit de oorlog blaakt van levenslust

videoBleekneusjes op Urk? Tijdens de Tweede Wereldoorlog? Het moeten er zeker 500 zijn geweest. In de hongerwinter van 1944-1945 had bijna elk gezin op Urk wel een oorlogskind in huis dat kwam aansterken. Maarten de Jong (81) uit Heerde was een van de bleekneusjes die min of meer per toeval werden opgevangen op het voormalige eiland in de Zuiderzee.

,,Maarten, binnenkomen.’’ Het is maart 1945. Maarten de Jong woont met zijn ouders, broertje en twee zussen in Schiedam. Er is weinig te eten, aardappels zijn niet te koop. Het gezin leeft op een grauwe boterham per dag, een handje groene erwten, suikerbieten en soep van de gaarkeuken. Te veel om honger te hebben, te weinig om van te leven. ,,We vinden het beter dat je een poosje weggaat’’, zegt zijn moeder. ,,Je moet nodig aansterken.’’ Een vreemde vrouw vertelt over een boot, naar Urk. Een dorp waar nog ‘genoeg te eten is’. ,,Je komt bij aardige mensen, ze hebben twee meisjes, net zo oud als je zusjes.’’ De volgende ochtend brengt zijn vader hem naar de haven. Een onbekende man vraagt Maarten, zeven jaar oud, of hij er in zin heeft. Maarten knikt, al voelt het allemaal wel wat vreemd. Hij kijkt nog een keer om naar zijn vader en daalt af in het vrachtschip dat hem naar Urk brengt. Een reis van drie dagen zonder bekende gezichten, op een bedje van stro in een ijskoud ruim.