Volledig scherm
Phaedra Werkhoven © Vakfoto Van Der Beek

‘Hij weet ook wel dat dit rampenpand geen woondroom wordt’

columnPhaedra Werkhoven schrijft wekelijks een column over wat haar bezighoudt.

,,Ik heb misschien wel iets interessants voor je,” zegt de makelaar tegen me. Omdat de koop van een huis op het allerlaatste moment niet doorging, gunt hij me het eerste zicht op een huis dat nog niet op funda staat. Hij weet dat ik perse in de binnenstad van Zutphen wil wonen en we spreken af bij de woning. Zo aan de buitenkant denk ik nog dat het pand zeker een optie kan zijn. ,,Het moet nog wel een beetje gemoderniseerd worden,” mompelt hij als we de trap op lopen die vol lijmresten zit.

Ah, handig zeg, een douche in de keuken. Zegt hij nou serieus ‘keuken’? Ik zie drie treurige kastjes en een wasbak. Je zou deze muur er uit kunnen breken, tuurt hij door zijn wimpers, dan heb je best een aardige woonkamer. Boven zijn nog drie hokken met afgebladderde muren, enkel glas en een zolder waar je ‘echt iets van kunt maken’. De badkamer, tja, die is er eigenlijk niet. De makelaar kijkt me met een scheef lachje aan, met zo’n blik dat hij ook wel weet dat zijn woorden dit rampenpand niet in een woondroom kunnen veranderen. Het mag voor 220.000 euro weg. Wat een goed idee, ik, alleenstaande fulltime werkende moeder met twee linkerhanden, die een verbouwing aan zou moeten gaan voor minstens nog een ton.

Gisteren las ik dat de gemiddelde huizenverkoopprijs inmiddels 313.000 euro is, voor mij totaal onhaalbaar. In Zutphen loopt dat zo’n vaart niet, dacht ik steeds. Al best wat huizen heb ik gezien. Van beleggers die panden ombouwen tot appartementen en denken dat je voor 249.000 euro best wel in een appartement wil wonen waar je alleen je neus naar buiten kunt steken. Of een pand van 270.000 euro, waar de brand die er overduidelijk gewoed heeft nog het minste van de problemen is. En dan dat vochtige ‘authentieke pand’ van 230.000 euro waar de schimmel doorheen woekert. Ik vind het een belediging voor mij als aspirant koper. 

Dagelijks schuim ik briesend funda af. In mijn middeleeuws huurhuis zijn we met drie onhandige slaapkamers namelijk eindeloos aan het kwartetten. Hoe we het ook indelen, steeds is iemand de klos. Geen kledingkast past vanwege de schuine wanden en in één kamer zit zelfs geen raam. Maar vanavond komt er een voorlopige escape uit de huizenmarkt die totaal op slot zit. Een dakraam. Thank god,  even geen funda meer voor mij.