Volledig scherm
Kirsten Wild (r) met haar vierde WK-medaille na de puntenkoers. Het goud was voor Alexandra Manly, de Ierse Lydia Boylan won zilver. © EPA

Kirsten Wild moet van zichzelf tevreden zijn met brons

BAANWIELRENNENKirsten Wild heeft het WK baanwielrennen afgesloten met vier medaille, in alle kleuren. Twee keer goud, eenmaal zilver, eenmaal brons. In het weekeinde won ze de wereldtitel koppelkoers met Amy Pieters en verdiende ze brons bij de puntenkoers.

Vorig jaar won Wild in Apeldoorn ook vier medailles, toen waren het drie gouden en één zilveren medaille. ,,Ik vind het moeilijk om WK’s te vergelijken. Vorig jaar was echt heel bijzonder. Zo dicht bij huis presteren en dat het allemaal lukte. Ik heb het afgelopen jaar nog regelmatig filmpjes gekeken. Daar kon ik dan echt van genieten”, refereerde ze ook aan de sfeer in Omnisport, waar het publiek duidelijk op haar hand was.

Op de slotdag dag reed Wild haar vierde onderdeel, en trof ze voor het eerst de Australische winnares Alexandra Mainly. De Australische en Britse bonden hebben meer troeven. Wild merkte wel, fysiek en mentaal, dat ze er vaker moest staan. ,,Ik had voor de puntenkoers met mezelf afgesproken dat ik blij moest zijn met mijn toernooi, ook als ik vijfde zou worden of laatste. Ik reed echt niet lekker, zat er niet helemaal goed in, maakte net de foute beslissingen. Ik had er vanochtend goede hoop in, maar toen ik aan het fietsen was, bleek het toch op.’’

Tevreden terugkijken kon ze wel degelijk. ,,Ik ben vooral heel trots op de koppelkoers, op de progressie die we hier geboekt hebben. We zaten er vaak tegenaan te hikken, het is heel cool dat het nu allemaal op zijn plek viel. Een dag later sta ik weer op het podium. Met brons was ik een paar jaar geleden heel blij, dat moet ik nu ook zijn, ook na zo’n toernooi en na het vorige WK in Apeldoorn.’’

Puzzel

Vooraf durfde ze niet te hopen op dit resultaat. ,,Misschien kijk ik wel teveel op tegen mijn tegenstanders. Dat houdt me ook scherp. Je bent de beste, maar moet ook de beste blijven. Daar moet je hard voor trainen, want anders komen ze dichterbij. Het voelt wel heel goed dat ik qua training op het goede pad zit. Maar het blijft een puzzel. Het is niet zo dat als je hetzelfde als vorig jaar erin stopt, dat je dan hetzelfde resultaat krijgt. Ik ga elk jaar weer samen met de trainers zitten. Het moet altijd weer beter. Ik moet mezelf blijven uitdagen. Fysiek maak ik echter ook zeker nog stappen. Beter worden kan ook tactisch zijn, slimme moves maken.”

Wild weet nu al dat ze voor het WK van 2020 in Berlijn niet automatisch op wereldtitels moet hopen. ,,Er zit geen houdbaarheidsdatum aan dit vertrouwen. Ik denk eraan wanneer ik er weer moet staan, ga dan weer proberen punten te halen. En straks over twee weken de Ronde van Drenthe op de weg rijden, want dat vind ik ook leuk. Al moet ik nu er nog niet aan denken.”