Volledig scherm
PREMIUM
© Koen Verheijden

Nul procent van de mensen met beenmergfibrose is er nog na 25 jaar, behalve Johan uit Holten

Annemarie Haverkamp praat met mensen over hun leven en het einde dat nadert. Johan Jansen (76) uit Holten vergelijkt zijn leven met een voetbalwedstrijd. De verlenging heeft hij al lang uitgespeeld, nu zit hij in de strafschoppenfase. Jansen wil graag zijn verhaal vertellen, omdat hij een boodschap heeft. ‘Als ik straks dood ben, moeten de mensen echt niet met lange gezichten naar mijn begrafenis komen.’

Johan Jansen (76) vergelijkt zijn leven met een voetbalwedstrijd. De verlenging heeft hij al lang uitgespeeld, nu zit hij in de strafschoppenfase. Hij buigt zich over een grafiek. ,,Hier zie je dat 60 procent van de mensen met beenmergfibrose na tien jaar is overleden. En dit hier is het percentage dat er na 25 jaar nog is.’’ Zijn vinger blijft rusten op de nullijn. Nul procent leeft nog. Johan Jansen is die nul procent. ,,Ik heb geluk gehad’’, zegt hij.

Jansen wil graag zijn verhaal vertellen, omdat hij een boodschap heeft. Of eigenlijk twee boodschappen, maar laten we beginnen bij één.

  1. Eerste schop in de grond voor Buurtplein Okkenbroek

    Eerste schop in de grond voor Buurtplein Okkenbroek

    In Okkenbroek gaat eind maart de eerste schop in de grond van het nieuwe Buurtplein. Het voormalige schoolplein krijgt een ontdektuin met veel struiken en planten voor insecten en andere beestjes, een waterpomp, koersbalveld, jeu de boules, volleybalveld, een klimmuur en andere uitdagende toestellen. Inwoners van Okkenbroek zijn al sinds 2018 bezig om het plein van de grond te krijgen. De werkgroep heeft eerst bij buurtbewoners, kinderen, ouderen en verenigingen de wensen geïnventariseerd. Daarnaast is gekeken hoe het nieuwe plein het dorp aantrekkelijker kan maken. Hieruit is in samenwerking met Nijha, een bedrijf gespecialiseerd in beweeg- en speeltoestellen, een volgens de werkgroep ambitieus ontwerp uitgekomen. Het Buurtplein is gefinancierd door fondsen en investeerders. Nu ook de Provincie een bijdrage heeft geleverd kan heel Okkenbroek de komende maanden aan de slag.

Deventer