Volledig scherm
Kiran Badloe in actie op het WK in het Deense Aarhus. © Richard Langdon / Watersportverbond

Vrienden, trainingsmaatjes én concurrenten voor Tokio

Slechts één plek in de Olympische selectie voor Tokio 2020. Windsurfer Kiran Badloe uit Lelystad knokt de komende twee jaar nog met regerend Olympisch kampioen Dorian van Rijsselberghe om dat ene ticket. Na het WK in Aarhus (Van Rijsselberghe goud, Badloe zilver) staat de Lelystedeling 1-0 achter, maar ,,We hebben nog twee WK’s te gaan. Er kan nog van alles gebeuren.’’

Hoe gek kan het lopen? Vrienden, trainingsmaatjes, concurrenten. Dorian van Rijsselberghe en Kiran Badloe, twee Nederlandse topsporters die bij het windsurfen om dat ene ticket voor Tokio strijden. Twee mannen die geen geheimen voor elkaar hebben, tweede van hun tijd samen doorbrengen over de hele wereld, keihard trainen en veel plezier met elkaar hebben. ,,Dit is een unieke situatie’’, zegt Badloe, zes jaar jonger dan Van Rijsselberghe. ,,Veel mensen denken dat het juist vervelend is deze situatie. Omdat we samen trainen, vrienden zijn èn ook tegen elkaar strijden. Maar we maken elkaar alleen maar beter. Omdat de sfeer zo goed is, we elkaar alles kunnen zeggen. Daarom kunnen we al die trainingsuren maken en afzien, omdat we er plezier in hebben.’’ Nooit heeft hij de afgelopen jaren gedacht aan het uitkomen voor een ander land, zodat de weg naar Tokio makkelijker zou zijn. Zoals schaatser Bart Veldkamp ooit deed, de Nederlander die zich tot Belg liet naturaliseren en zo bij de Olympische Winterspelen van Nagano als schaatsbelg een bronzen medaille op de 10 kilometer won. ,,Nee, dat gaat niet gebeuren’’, zegt Badloe. ,,Het is heel simpel. Als ik naar de Olympische Spelen ga, dan ga ik om te winnen. En dan moet ik van iedereen kunnen winnen. Ook van surfers van het kaliber Dorian.’’

Volledig scherm
Een jonge Kiran Badloe op de windsurfplank. © Eigen foto

Bonaire

Badloe, geboren in Almere in 1994, verhuisde om 6-jarige leeftijd met zijn ouders naar Bonaire, waar zijn vader voor drie jaar werd uitgezonden voor zijn werk. Daar raakte de jonge Badloe geïnfecteerd met het windsurfvirus. ,,Daar is het allemaal begonnen, de eerste lessen, de eerste uurtjes op een surfplank. In het begin moest ik nog veel leren. Maar het waren ideale omstandigheden. Ik kon iedere dag naar het strand om in het water te kunnen spelen. Echt spelen eigenlijk, want ik was een sportief kind. Dus ik kon mijn energie kwijt in de surfsport, op het water en al snel begon het te kriebelen om harder te gaan. Een onbeschrijflijk gevoel dat ik later meenam naar Nederland. Dat was wel even wennen, hoor. Van 25 graden naar het Nederlandse klimaat in oktober. Van het kristalblauwe water naar het bruine water in Nederland. Dat was wel even een shock. Als tienjarig kind was Bonaire eigenlijk de standaard, daar leerde ik windsurfen. Dan valt Nederland eigenlijk toch wel een beetje tegen. Maar ja, de kriebel bleef wel. Die kick kan ik ook hier vinden, dacht ik. Dus liet ik me door de omstandigheden niet tegenhouden. We woonden destijds in Almere en in Almere-Haven was een windsurfvereniging. Daar ben ik verder gegaan.’’

Ondertussen ging de jonge Badloe gewoon naar de basisschool. ,,Toen ik naar de middelbare school ging, verhuisden we naar Lelystad. Al stond wel alles in het teken van windsurfen. Mijn ouders hebben zelf niet op de plank gestaan, maar vonden het heel mooi om te zien hoe groot mijn passie was voor de sport. Dat ik alles op alles wilde zetten om daar verder mee te komen. Ze hebben me ondersteund om er zoveel mogelijk tijd in te stoppen en zo goed mogelijk te worden.’’

Volledig scherm
Kiran Badloe met het WK-zilver. © Richard Langdon / Watersportverbond

Twaalf jaar was de Lelystedeling toen Robert-Jan van Velzen zich met het Nederlandse windsurfen ging bemoeien. ,,Ik heb echt geluk gehad dat in die tijd een jeugdselectie werd opgesteld. Ik was 12 of dertien jaar. Robert-Jan van Velzen was de coach die dat oppakte. Hij wilde een groep jongeren klaarstomen voor het grote werk. Windsurfen moest weer populair worden gemaakt onder de jeugd. En daar kon ik op meeliften. Ik ben er bij gekomen en heb heel het traject naar de senioren meegemaakt. Het was de bedoeling Nederland weer op de kaart te zetten.’’

Het paste precies in zijn straatje, weet Badloe. ,,Al was ik nog niet bezig met grote overwinningen. Ik droomde er toen van om een waanzinnige tijd te hebben en het naar mijn zin te hebben. We werden met de selectie uitgenodigd om naar Frankrijk te gaan. Iedereen mocht mee, superleuk, nieuw en heel gaaf voor mij.’’

Kiezen

Tot er een moment kwam dat hij moest kiezen. Badloe wilde na zijn middelbare school de studie Lifestyle-coach in Haarlem oppakken. ,,Het echte kiezen kwam voor mij na de middelbare school. Tot dat moment kon ik het nog combineren. Op school was veel mogelijk, maar met surfen heb je een heel uniek programma, Niet dat je lekker ‘s ochtends naar school gaat en ’s middag lekker kan trainen. Als het hard regent of hagelt in Nederland moet je soms beslissen twee weken naar het buitenland te gaan en even helemaal niet naar school. Dat werd tijdens mijn studie niet meer mogelijk helaas. Er werd wel meegedacht, maar er kon niet worden voldaan aan de eisen die ik stelde om mijn sport goed te kunnen beoefenen. Dus toen moest ik kiezen. Of eerst papiertjes halen of deze kans in windsurfen met twee handen aangrijpen. Het is dat laatste geworden.’’

En van die keuze heeft hij nooit spijt gehad. ,,Ik ben nog jong en wil nu alles pakken wat ik pakken kan. Ik wil heel graag naar de Olympische Spelen. Er mag er maar eentje naar Tokio. Ja, dat is jammer, helemaal omdat we twee wereldtoppers hebben. Maar voor ons is het al een tijd heel normaal, windsurfen zit al sinds 1984 in olympische cyclus en sindsdien is het al zo dat er maar één deelnemer per land mag worden afgevaardigd. Niet zoals schaatsen waar nagenoeg het hele Nederlandse team gaat.’’

Volledig scherm
Kiran Badloe (links) met coach Aaron McIntosh en trainingsmaatje Dorian van Rijsselberghe. © Richard Langdon / Watersportverbond

Karakter

De situatie voor Badloe is bekend. ,,Sinds 2013 train ik al met Dorian. We zijn meer dan trainingsmaatjes, we zijn vrienden. Toen ik aansloot was het de vraag of ik erbij zou passen. Karakterologisch ook, want het was belangrijk dat de sfeer goed zou blijven. Met coach Aaron McIntosh was de afspraak dat we zouden bekijken of ik er bij paste. De samenwerking moest optimaal zijn. Je opereert veel beter en makkelijker als alles aanvoelt als één geoliede machine. En met wie kan je makkelijker opschieten dan met je vrienden? Je kent elkaar door en door, alles is vanzelfsprekend. Je hebt dezelfde ideeen en gedachten. Gelukkig lag ik goed in de groep. Ik kon al snel heel goed opschieten met ‘Door’. Al kende ik hem pas, maar dat is verder gegroeid. Tweederde van het jaar zitten we dicht bij elkaar. Je brengt zoveel tijd met elkaar door dat er automatisch een vriendschap ontstaat.’’

Trainingsmaatjes, vrienden maar ook concurrenten….. ,,Ja aan de ene kant denken heel veel mensen dat het lastig is. Maar ik heb liever, wij allebei, dat ik het voorin uitvecht met mijn vrienden, dan dat ik tegen mensen aan het racen ben tegen mensen die ik minder mag. Onze situatie doet je dan al snel een beetje denken aan het begin waar we nog echt aan het windsurfen waren voor de lol, met je vriendjes om je heen. Je bent elkaar steeds aan het sarren dat je harder gaat dan die ander. ‘En nou ik weer’, dat is het een beetje. Terug naar ‘we houden de lol er in’ en ‘weer racen met je vrienden’. Elkaar proberen te verslaan is dan wel de grootste motivatie die er is.’’

Keihard

Dat klinkt mooi, maar de inzet is een keiharde: één ticket voor Tokio. Het trio Badloe, Van Rijsselberghe en coach McIntosh legde zelf de selectiecriteria vast. De WK’s van 2018 (vorige weekend in Aarhus) en in 2019 en 2020 zijn bepalend. Van Rijsselberghe werd wereldkampioen in Aarhus, Badloe tweede. ,,En toch zijn we superblij voor elkaar. De insteek voor de selectieprocedure voor Tokio 2020 is dat we allebei zo goed mogelijk varen en dat de beste gaat. En dat we nu 1 en 2 worden op het WK toont wel aan dat we iets heel goeds doen. Sta ik nu 1-0 achter? Nee, dat gevoel heb ik niet. Het is pas net begonnen, er komen nog twee WK’s en er kan nog van alles gebeuren in die weken. Dus het is helemaal niet vanzelfsprekend dat we dan weer zo goed gaan varen. Dus we moeten gewoon weer keihard aan de bak. En zorgen dat we er de volgende keer weer staat.’’

Ze hebben weinig geheimen voor elkaar. ,,We delen veel. Op het technische gebied is dat heel belangrijk. Als ik al mijn trucjes met Dorian deel en Dorian die van hem met mij, dan worden we daar veel beter van. En we moeten allebei ontzettend ons best blijven doen omdat we anders door de concurrentie worden voorbij gevaren. Dus je laat wel je kaarten zien, maar je wordt er zelf zoveel beter van. En dat is vrij uniek in topsport, dat je zo open durft te zijn omdat je ziet dat je er baat bij hebt. Dat is iets heel moois. En we hebben er zo veel plezier in dat het makkelijker is om zo keihard te trainen. Door dat plezier kunnen we harder afzien dan de concurrentie.’’

Hydrofoil

Het nieuwe wereldbekerseizoen begint in de eerste week van september al weer. Dan gaat de reis naar Japan. Aan het einde van die maand maak Badloe een uitstapje naar een andere klasse. ,,Met het oog op de toekomst ga ik ook op ander materiaal experimenteren. Windsurfen is zeker in 2024 nog olympisch, maar we weten nog niet op welk materiaal er dan wordt gesurft. Dat kan wel eens hydrofoilen worden. Dat betekent dat we onder de plank een draagvleugel komt. Een beetje het idee van een vliegtuigvleugel, waardoor we als we snelheid maken eigenlijk heel het bord uit het water getild wordt. Dan zweven we als het ware boven het water. Er is een kans dat dit in 2024 de olympische discipline wordt. En daarom ga ik aan het WK meedoen, in deze hydrofoil-klasse op 21, 22 en 23 september in Portugal, Portimao. Nog zonder verwachtingen omdat ik er nog geen uren op heb gemaakt. Het is vooral om af te tasten, wat gaat het worden en is het iets wat wij ook kunnen doen. Het wordt in elk geval spectaculair.’’