Volledig scherm
Uitgever Klaas de Jong voor het pand aan de Meppelerweg 116 in Steenwijk waar Ja’akov Adler tijdelijk verbleef. Vandaag verschijnt de Nederlandse vertaling van het boek van Ja’akov Adler die met zijn familie tijdens de Tweede Wereldoorlog was ondergedoken op diverse plaatsen in de Kop van Overijssel. © Martijn Bijzitter

Joods boek over onderduiken in de Kop van Overijssel in het Nederlands vertaald

Ja’akov Adler publiceerde in 1991 in zijn thuisland Israël een boek over onder meer zijn onderduikleven in de Kop van Overijssel. Vandaag neemt zijn dochter Bertha Jemima de Nederlandse vertaling Van Droefheid naar vreugde in ontvangst in Steenwijk, de stad waar ze werd geboren.

Van Droefheid naar vreugde is een boek over de jonge arts Ja’akov Adler die met zijn vrouw Beckel en zijn ouders David en Bertha in de oorlogsjaren onderduikt in De Kop van Overijssel. De Nederlandse vertaling wordt in de doopsgezinde kerk gepresenteerd. Drijvende kracht achter de Nederlandse versie, Jacqueline de Lange-de Wagt, biedt het boek aan.

Dochter Bertha Jemima werd in 1946 geboren in Steenwijk. Haar vader en moeder, afkomstig uit Amsterdam, overleefden de oorlog dankzij diverse onderduikadressen in Meppel, Oldemarkt, Steenwijk, IJsselham, Blesdijke en Wetering. In het boek passeren alle adressen de revue. De doopsgezinde dominee Fleischer uit Steenwijk, zeer actief in het verzet, zorgde samen met notaris Van Stapele en anderen voor onderduikadressen.

Represaille

Klaas de Jong (68) uit Vledderveen van uitgeverij Toetssteen geeft de Nederlandse vertaling uit. De totstandkoming van Van Droefheid naar vreugde, 1933-1945 Van Hitlers duisternis naar het zonlicht over de Karmel, (Bijbelse berg in Israël) is een verhaal op zich. De vader van schrijver Ja’akov, David, zat met zijn moeder Bertha ondergedoken in Wetering , terwijl Ja’akov en zijn vrouw Beckel in Oldemarkt en IJsselham zaten. Bij een razzia in november 1944 werden de ouders opgepakt. Vader David belandde in een cel in Leeuwarden. Wijlen Jo de Lange uit Wetering zat ook in die cel. Hij sprak hier nooit over. In 2012 verscheen het boek Hoe Steenwijker Joden de oorlog overleefden van Jan van Rossem. Het gezin Adler noemde hij ook. Aan zijn schoondochter Jacqueline vertelde Jo de Lange toen het verhaal dat David Adler uit de cel werd gehaald en naar later bleek werd doodgeschoten bij Dokkum als represaille voor een daad van het verzet.

Jacqueline de Lange-de Wagt ging op onderzoek uit. Ze ontdekte dat Davids zoon Ja’akov Adler al in 1991 in Israël een boek had geschreven over zijn onderduikleven in de Kop van Overijssel. Helen Bruls vertaalde dit werk en Harma Prinsen uit Steenwijk redigeerde. Ze vonden in Klaas de Jong een uitgever. ,,Wij kijken door de ogen van een Joodse onderduiker naar de oorlogsjaren in Amsterdam, maar ook hier in de Kop van Overijssel. Hij vertelt zijn eigen verhaal’’, zegt De Jong.

Het verhaal van Ja’akov begint in 1911 in Neurenberg waar hij wordt geboren. Al in 1933, als Hitler aan de macht komt, besluiten hij en zijn ouders te emigreren. Het drietal komt in Amsterdam terecht, waar Ja’akov medicijnen studeert en arts wordt in het Nederlands Israëlitisch Ziekenhuis. Daar ontmoet hij de verpleegster (Betsy) Beckel de Leeuw uit Steenwijk. Ze trouwen.

Brugwachterswoning

In 1943 duiken Ja’akov, Beckel en zijn ouders David en Bertha onder in De Kop van Overijssel, waar Beckel immers vandaan komt. Via notaris Van Stapele en dominee Fleischer verblijven ze in deze regio, het langste in Wetering. In Meppel krijgen Ja’akov en Betsy een dochter Jacqueline (Yael) die dit jaar is overleden. Ze komt ter wereld in de brugwachterswoning die kort na de geboorte door een bom wordt getroffen. Moeder en kind zijn thuis, maar blijven ongedeerd. Een SS-officier komt poolshoogte nemen. ‘Zo, u hebt geluk gehad’, zegt de SS’er als hij de verwoesting aanschouwt.

Na de oorlog blijven Ja’akov, Beckel en drie dochters kort in Steenwijk wonen. Daarna vertrekt het gezin naar Soest, waar Ja’kov zich specialiseert als longarts. In 1949 emigreren de Adlers naar Israël, waar Ja’akov in 1991 voor zijn kinderen en kleinkinderen zijn verhaal op papier zet. Ja’akov overlijdt in 2007 op 95-jarige leeftijd, zijn vrouw en grote liefde Beckel sterft in 2012, net geen 100 jaar oud.

Open Joodse Huizen en Huizen van Verzet

Voor de tweede keer doet de Stichting Stolpersteine Steenwijk mee aan het project Open Joodse Huizen en Huizen van Verzet. Op vrijdag 3 mei zijn in Steenwijk vier huizen open. Elke verhaalronde duurt 50 minuten.

Gasthuisstraat 10 is een Joods huis. Adriaan Meij vertelt om 14.00 uur en 15.00 uur over het gezin van Hijman Vrieslander die met zijn vrouw en twee kleine kinderen in Sobibor sterft.

Annie Mulder vertelt in het huis aan de Meppelerweg 116 (13.00 en 14.00 uur) over Marien en Truus van Stapele die actief zijn in het verzet. Ja’akov Adler woont hier ook een tijdje.

Klaas de Jong brengt om 15.00 en 16.00 uur bij Noordersingel 12 het verhaal over Emma Culp-Stokvis die hier met haar vader en haar kinderen Wolf en Martha woonde. In 1935 trouwde ze met weduwnaar Abraham Reindorp. Het echtpaar overlijdt in Auschwitz evenals Wolf en Martha en Abrahams drie kinderen.

Aan de Scholestraat 15 vertelt Willem Boerma om 14.00 en 15.00 uur over het gezin Slager dat vroeger in het pand een slagerij had. Simon Slager en zijn vader Isaäk worden vermoord, Nettie overleeft Auschwitz.

Kop van Overijssel