Volledig scherm
Wim Heij temidden van de Hildo Krop collectie in de kelder van villa Rams Woerthe. © Wilbert Bijzitter

Krop is eigenlijk veel te groot voor ‘fietsenstalling’ van villa Rams Woerthe

Hij is verbannen naar de kelder van Villa Rams Woerthe maar Hildo Krop laat zich niet wegstoppen. Daarvoor is zijn werk te monumentaal. En conservator Wim Heij realiseert een nieuwe expositie over de Steenwijker beeldhouwer.

Het Hildo Krop Museum bestaat bijna twintig jaar maar zijn bijzondere collectie heeft betere tijden gekend. De enorme hoeveelheid werken van de beroemde Steenwijker kunstenaar, die beeldbepalend werd in Amsterdam, moest verhuizen naar de kelder van Rams Woerthe. 

De eigenaar, Vereniging Hendrick de Keyser, besloot twee jaar geleden namelijk dat de 19e eeuwse stijlkamers van de jugendstilvilla centraal moesten staan. De eigenzinnige Krop paste daar niet bij, ondanks zijn bronzen oorlogsherdenkingsmonument uit 1947 dat nog altijd prominent langs de oprijlaan staat. Het origineel van kalksteen vinden we in de kelder bij Krops gigantische Spinoza en andere cruciale sculpturen van architect Berlage onder meer, van museumdirecteur Van Beuningen, de socialist Troelstra, Vincent van Gogh en een ontwerp voor Churchill. De laatste werd nooit uitgewerkt omdat de Engelse premier vond dat je geen beelden maakt van levende personen.

De hand van de meester

Museumbeheerder Wim Heij (78) zucht en beaamt dat Hildo Krop heel wat groten der aarde vereeuwigde. ,,Wij hebben alle gipsen, de basis van het brons. En gips bevat de directe hand van de meester.” Vorig jaar kwam er geen nieuwe expositie vanwege de interne verhuizing. ,,Een gecompliceerde reorganisatie. We hebben veel in het zolderdepot moeten onderbrengen want het is woekeren met de beperkte ruimte.” 

Toch wordt zaterdag een tentoonstelling geopend en een boek gepresenteerd. Die gaat over de rol van de faunen in het openbare werk van Krop. Deze mythische wezens, half mens en half bok, komen veelal terug in zijn Amsterdamse bruggenhoofden, consoles en trapdecoraties. De meeste zien we in Steenwijk dan ook op foto’s. Het museum exposeert wel een Amsterdamse trapdecoratie met faun gemaakt voor Westhove, een van de eerste appartementencomplexen van ons land. En er is een originele coromandelhouten lambrisering met faunenkop te zien. Deze maakte Krop voor juwelier Steltman die rond 1918 nog een zaak had aan de Markt in Steenwijk, dichtbij banketbakkerij Krop. ,,Steltman is sinds de trouwringen voor Juliana en Bernhard de hofleverancier voor het Koningshuis”, licht Heij toe. ,,Toen de juwelier verhuisde naar Den Haag kreeg Krop van hem opdracht voor ornamenten als deze”

Grote voeten

In de vaste collectie zien we veel dierfiguren van Krop, die zijn atelier dichtbij Artis had. Maar waarom dook de faun sinds 1918 op in het werk van de beeldhouwer? Wim Heij wijst op het epische gedicht ‘Pan’ van Herman Gorter. ,,Pan is de Griekse god van de herders en de kudde. Net als Gorter zag Krop deze oerfaun als de leidsman die de arbeidersklasse op weg helpt naar een nieuwe wereld.” Want de arbeider is een terugkerend thema in de collectie van de destijds communistische Krop, net als zijn vele versies van De Werkloze. ,,Let op de grote benen en voeten van de figuren. Het zegt alles over de visie van Krop op de mens als deel van de wereld. Verankerd in de grond.”

Wekelijks wordt Heij gebeld met het verzoek om informatie en vragen over de echtheid of waarde van een verworven kunstwerk. Krop (1884-1970) leeft volop maar een volwaardige locatie voor het Krop Museum zit er voorlopig niet in, stelt Heij, die genoegen neemt met het souterrain van de villa. Al moet hij constateren: ,,Een zeer hoogwaardige kunstcollectie van een geboren Steenwijker die landelijk furore maakte, verdient een mooiere plek dan de fietsenstalling.”

Kop van Overijssel