Volledig scherm
© AP

'Gemiddelde prijsstijging topsmartphone is gigantisch’

Voor een nieuwe topsmartphone van Samsung, Huawei of Apple betaal je tegenwoordig tot 400 euro meer dan voor de telefoons van vijf jaar geleden. Hoe komt dat eigenlijk? En zijn die nieuwe toestellen die hogere prijs ook waard?

Nog niet heel lang geleden verbaasden we ons nog collectief over het feit dat nieuwe smartphones in hun krachtigste uitvoering meer dan 1000 euro konden kosten. Ondertussen gaan de drie grootste fabrikanten daar vrolijk fluitend overheen. De prijzen stijgen natuurlijk vanwege de hardware die erin zit.

Iedere component – van het scherm via de processor tot het printplaatje – kost de fabrikanten geld om te produceren en die kosten worden doorgerekend naar de consument. Maar is de krachtigere hardware van de nieuwste modellen echt zoveel meer waard dan die van hun nog maar vijf jaar oude voorgangers? We zetten de modellen van de bekende fabrikanten op een rij.

Samsung Galaxy S5 (2014) en Samsung Galaxy S10: 300 euro verschil

Toen de Samsung Galaxy S5 op de markt kwam voor 599 euro, had hij geen specificaties om zich voor te schamen: het scherm was al Full HD, zijn camera kon al 4k-beelden schieten en dit was een van de eerste smartphones die een vingerafdrukscanner had en waterdicht was.

De huidige Galaxy S10, op de markt gebracht voor 899 euro (maar vandaag wel al te vinden voor 633 euro), heeft natuurlijk in de eerste plaats veel krachtigere hardware. Het werkgeheugen verdubbelde tot acht gigabyte, het beeldscherm heeft een veel hogere resolutie, het aantal processorkernen (zeg maar: chips binnen de centrale chip) ging van vier naar acht en de capaciteit van de accu steeg van 2800 milliampère naar 3400mAh (de batterij zingt het dus beduidend langer uit).

De spectaculairste verbetering gedurende de afgelopen vijf jaar zit hem in de camera: het enkele cameraatje in de S5 steekt nu erg schril af tegen de drievoudige camera achterop de S10.

Huawei P7 (2014) en Huawei P30: 300 euro verschil

Volledig scherm
Huawei Ascend P7 had een 8 megapixel frontcamera © De Persdienst

De grote doorbraak van Huawei moest nog komen toen de Chinese fabrikant de P7 – toen nog de ‘Ascend P7’ – op de markt bracht. Het was een toestel dat zich, voor zijn introductieprijs van 450 euro, goed kon meten met de topper van concurrent Samsung: eveneens een keurig Full HD-scherm, een accu van 2500mAh, een fijne camera, enzovoort.

Wanneer we daar de P30 naast leggen, is het verschil echter enorm: het intern geheugen is verdrievoudigd en het aantal processorkernen verviervoudigd. De batterij is een krachtpatser met haar capaciteit van 3650mAh en haar mogelijkheid tot snelladen.

Maar net als bij de Samsung Galaxy S10 ging de bulk van de vooruitgang ook hier naar de drie camera’s achterop. We zitten wel al enkele maanden na de lancering van de P30, dus de prijs is ondertussen gezakt naar 527 euro.

iPhone 6 Plus (2014) en iPhone XS Max: 400 euro verschil

Volledig scherm
© AP

Apple en zijn iPhones hebben – terecht – de naam dat ze wat trager zijn in het brengen van innovaties naar hun volgende editie. Wanneer je de iPhone 6 Plus uit 2014 (de grootste smartphone die het bedrijf toen in de rekken had staan) vergelijkt met de huidige topper iPhone XS Max, is het verschil duidelijk.

De schermresolutie is bijvoorbeeld een stuk beter dan de Full HD-resolutie van de 6 Plus, maar zit een eind onder die van de huidige toppers van Samsung en Huawei. Er zitten slechts twee camera’s op, tegenover de drie van de twee anderen. En de batterijcapaciteit groeide slechts van 2915mAh naar 3174mAh.

Het maakt dat het prijsverschil van de twee smartphones over de afgelopen vijf jaar – van 799 naar 1200 euro – bij de iPhone feitelijk het minst gerechtvaardigd is wat hardware betreft. Al zullen fans toch zweren bij de iPhone omwille van design en gebruiksvriendelijkheid binnen het Apple-ecosysteem.

Conclusie?

De gemiddelde prijsstijging van een zogenaamde ‘flagship’-smartphone is gigantisch. Waar je over kan discussiëren: waar wordt dat extra geld aan besteed? De prijzen zijn niet omhooggegaan om alleen maar een nog grotere marge te pakken.

Want op alle gebieden volgden de innovaties elkaar de afgelopen jaren in een hoog tempo op. De hardware werd in het algemeen veel krachtiger.

Bovendien worden de toppers duur in de markt gezet, maar zakt de prijs vaak al snel flink.