Volledig scherm
Vissersboten in de haven van Urk. © ANP

Emotionele brief Urker visser aan minister Schouten: ‘Wij kunnen zo niet verder’

,,Jongens ik ga deze dagen niet mee naar zee. Ik zie er geen gat meer in’’, begint Urker pulsvisser Jan de Boer (UK197) zijn brief aan minister Carola Schouten. ,,Ik slaap slecht. Zelfs in mijn dromen lig ik te denken en te tobben. Wat nu...?’’ 

De Boer heeft zijn breekpunt bereikt. Hij is op. En schrijft dat van zich af in een lange brief aan de minister. Na dertig jaar in de visserij, weet hij nu echt niet meer hoe hij verder moet, na het verbod op de pulsvisserij. ,,Het lijkt wel of er een hetze tegen ons vissers is, ófwel voedselproducenten in het algemeen.’’

Noordzeevisser

Midden in de nacht werd hij wakker en schreef de brief. ,,Ik ben Noordzeevisser. Al bijna dertig jaar ga ik elke maandag naar zee en keer ik vrijdagmiddag weer terug naar huis. In de dertig jaar dat ik vis heeft het altijd gerommeld in de visserij. Het ene jaar quotum, het andere jaar een scholbox, daarna natuurgebieden, de olieprijzen, et cetera. Elke keer weer waren er beren op de weg. Ook wij hebben op een gegeven moment ons bedrijf moeten halveren. En dat ging ons echt niet in de koude kleren zitten. Ziek waren we er van. Echter, nooit zag ik een reden om NIET door te gaan.’’ Tot nu. 

Pulstechniek

De pulsvissers zijn verdeeld over drie categorieën. Al naar gelang hun vergunningen moeten ze per 1 juni of per 31 december van dit jaar stoppen of, en dat is de kleinste groep, per 1 juli 2021. Het verbod op de pulsvisserij is vastgelegd in de nieuwe visserijverordening van de Europese Unie. Die verordening gaat echter niet op 1 juni in, maar op zijn vroegst op 1 juli.  De Boer valt onder de eerste groep vissers. Hij beschrijft in zijn brief de weg naar de pulstechniek. ,,Alles was gunstig. Het milieu, de CO2, de portemonnee, etc. Alles wat de ngo’s en overheid van ons verlangden. Het toverwoord innovatie hadden we vervuld. Trots waren we. Iedereen blij, dachten we. Onze laatste buffer hebben wij geïnvesteerd in deze prachtige uitvinding.’’

Geld

En dan is daar de fatale klap. Het verbod op de pulsvisserij.  En hoe nu verder? Dat vraagt de Visser zich af. Investeren? Met welk geld dan? ,,Onze vergunning loopt deze week af... Onze investering van een paar jaar geleden; geld, veel geld, erg veel geld in nieuwe netten, tuigen, aanpassingen aan het schip, stilligtijd, geen inkomsten. Weer een dure investering doen? Van welk geld? En dan? Tja deze nieuwe visserijmethode deugde niet? De volgende wel? Bedenk maar weer eens wat anders.’’

Zorgen

De Urker vraagt zich af of hij nog wel verder wil met zijn familiebedrijf. ,,Wil ik dit mijn jongens straks aandoen? Constant in de verdediging, constante zorgen, constant negatief in het nieuws worden gezet. Alsof wij geldbeluste wolven zijn welke niks om natuur of de Noordzee geven. Het tegendeel is waar.’’ 

Waar stopt dit, vraagt De Boer zich af in zijn brief. ,,Schepen naar de sloop en vissers omscholen?’’  Hij weigert te geloven dat de minister aan het eind van haar loopbaan wil zeggen: ‘Kijk, dat is tijdens mijn beleidsperiode gebeurd. Daarom: Minister, sta op!’

In blokletters schrijft hij: ,,WIJ KUNNEN ZO ABSOLUUT NIET VERDER!’’ En anders? ,,Doe een saneringsronde. Dan bent u van het ‘probleem visserij’ af en wij van een eindeloze zorgenput.’’ 

Was getekend, Jan de Boer, schipper UK 197 ‘Noorderlicht. 

Flevoland