Woningbouw gaat binnenkort een dal in, maar komt daar na volgend jaar als het goed is weer uit. Zo is de verwachting van het Economisch Instituut voor de Bouw.
Volledig scherm
Woningbouw gaat binnenkort een dal in, maar komt daar na volgend jaar als het goed is weer uit. Zo is de verwachting van het Economisch Instituut voor de Bouw. © ANP XTRA

‘Vergunningverlening nieuwe huizen komt volgend jaar stevig op gang’

stikstofcrisisVergunningverlening voor woningbouw komt vanaf 2021 weer stevig op gang. Dat verwacht het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) in zijn vooruitzichten voor de periode 2020 tot en met 2023. De instantie verwacht dat stikstofproblemen vanaf volgend jaar ‘geen wezenlijk obstakel’ meer vormen voor het overgrote deel van de huizenmarkt.

Momenteel kampt Nederland met een enorm tekort aan vergunningen dankzij de stikstofcrisis. Daardoor worden er de komende jaren veel minder huizen gebouwd, terwijl de woningnood onverminderd groot is. 

De vergunningverlening is sinds vorig jaar gestagneerd omdat de Raad van State oordeelde dat in Nederland te veel stikstof werd uitgestoten in de buurt van beschermde natuurgebieden. Er moeten eerst compensatiemaatregelen komen voordat nieuwe uitstoot is toegestaan. 

Verwachting

Het bouwinstituut denkt dat het aantal verleende vergunningen volgend jaar met 77.000 woningen kan stijgen. In 2022 en 2023 neemt dat verder toe tot 80.000 per jaar. De stikstofmaatregelen van de overheid leveren tegen die tijd ruimte op voor de woningbouw. De verlaging van de maximumsnelheid op snelwegen naar 100 kilometer per uur biedt als eerste de nodige ruimte. De andere maatregelen, als andere samenstelling van veevoer en een vrijwillige saneringsregeling voor varkenshouders, laten iets langer op zich wachten, maar hebben een relatief groter effect.

De EIB wijst er wel op dat een aantal regio’s nog tegen stikstofrestricties zal aanlopen. Volgens voorlopige berekeningen van het EIB en het RIVM gaat het om de woningbouw in de regio’s Den Haag en Zuid-Kennemerland.