Volledig scherm
Een blauweregen fungeert als dak (of parasol) van een terras in Nijmegen. © Stefan ten Teije

Waarom een boom als dak in Nederland niet zo'n goed idee is

Eigen tuin eerstTuingoeroe Romke van de Kaa vertelt elke week hoe je een lustoord maakt van een dorre lap grond. Deze week heeft hij het over de dakboom. Allerlei bomen kunnen je een groen dak boven het hoofd bieden. Maar waarom zou je zoiets in ons land willen, vraagt hij zich af.

PostNL heeft onlangs mijn vertrouwde brievenbus weggehaald. Dat lijkt me zakelijk gezien geen goed idee, als je core business uit brieven bezorgen bestaat. Maar goed, de dichtstbijzijnde benzinepomp bestaat ook niet meer. En de Shell nog wel, dus er zal wel iets mis zijn met mijn economisch inzicht.

Dat ik nu verder moet fietsen om een brief te posten heeft grote voordelen. Ik ontdek heel andere tuinen. De meest verbazende ontdekking is een voortuintje waarin een dakmagnolia staat. Ik ken veel dakbomen: daklinden, dakplatanen, dakmoerbeien, dakkornoeljes - ja zelfs een dak-appel staat hier in de buurt. Van alles wat goed snoeibaar is kun je tenslotte een dak maken. Maar een dakmagnolia, die kende ik nog niet. Daar staat hij, als een reusachtige alpinopet op een stokje. Hij bloeit zelfs - een beetje, want de meeste bloemknoppen worden weggesnoeid.

Doorleefd

Waarom vind ik een dakmagnolia potsierlijk en een dakplataan normaal? Het zal te maken hebben met de functie van de boom. Van een plataan verwacht je dat hij tot een dakje wordt gemaakt, of in ieder geval in vorm wordt gesnoeid. Van een magnolia verwacht je dat hij uitgroeit tot een karakteristiek doorleefd exemplaar, met een grillige takkenstructuur. Tot een boom die in het voorjaar overdekt is met duizenden tulp-achtige bloemen. Je plant een magnolia voor de bloei, en niet omdat je er een parasol van kunt snoeien.

Maar klopt mijn redenering wel? Ik ken wel meer bomen waarvan je een dak kunt maken, maar die toch om hun bloemen worden geplant.

Blauweregen

Neem de blauweregen. Die kun je opkweken tot een vrijstaande boom en als je dan een wielvormige constructie maakt van stalen palen kun je onder een dak van blauweregen zitten terwijl de geurende bloemtrossen sierlijk boven je hoofd bengelen. Ja maar, zou je kunnen zeggen, een blauweregen is geen boom maar een klimplant. Goed, neem dan de goudenregen. Dat is wel een boom. En ook die kun je tot een mooie parasol snoeien. Daarvoor heb je geeneens een stalen constructie nodig. En terwijl de blauweregen, zeker in de stad, een cliché is geworden, zie je de goudenregen daar zelden. Een gemiste kans.

Nu dringt zich naar aanleiding van al deze dakpraat wel één vraag op: waarom zou je een dakboom willen? Om onder te zitten als de zon te fel schijnt? Waarom staan dakbomen dan veel vaker in een voortuin terwijl mensen toch meestal in de achtertuin zitten? Kennelijk is de dakboom eerder bedoeld als architectonisch element dan dat hij werkelijk een functie heeft.

Eigenlijk is de dakboom geen goed idee, tenminste - niet in ons klimaat. Op een dorpspleintje in Zuid-Frankrijk of Spanje is het heerlijk om met een glas wijn onder een bladerdak te zitten, maar bij ons regent het toch wel vaak. En zoals iedere bezitter van een dakboom weet: na een regenbui blijft zo’n boom nog de rest van de dag nadruppen.