Volledig scherm
Ayşe GüL Güner (links) wordt voor het boek geïnterviewd door Lotte Rinzema. © Deltion College

Boek vol bijzondere levensverhalen van Deltionstudenten

Studenten van hogeschool Windesheim hebben meer dan dertig bijzondere levensverhalen van leeftijdgenoten opgetekend. Deze zijn verzameld in het boek 'King Leroy & andere verhalen uit het middelbaar beroepsonderwijs' dat vrijdag gepresenteerd wordt bij het Deltion College in Zwolle.

Studenten van de lerarenopleiding Nederlands en de opleiding Journalistiek gingen in gesprek met studenten van START.Deltion en Deltion Niveau 2-breed over hun leven en hun ervaringen op school. 

Doel van het project was vooral om een stimulans te geven aan de leesmotivatie van mbo-studenten. Zij kunnen nu hun eigen verhaal teruglezen in het boek. 'Soms is het resultaat meer journalistiek, soms meer verhalend van karakter, soms is het een combinatie van beide. Beide groepen, mbo- en hbo-studenten, hebben in dit proces veel geleerd van en over elkaar en zichzelf. Deze ervaring nemen ze mee in hun verdere beroepspraktijk: de ontmoetingen hebben hun ideeën over onbekende anderen en over maatschappelijke kwesties veranderd en genuanceerd', schrijven Deltion en hogeschool Windesheim in een persbericht.

Voorpublicatie

Hieronder alvast een voorpublicatie van een van de artikelen uit het boek. Het is het levensverhaal dat journalistiekstudente Lotte Rinzema schreef over Ayşe GüL Güner, die op haar vijftiende vanuit Turkije naar Nederland kwam, het land waar haar vader al jaren woonde. Ze verheugt zich op een nieuwe toekomst in Nederland, maar de taal blijkt een grote barrière. Vanwege hun veelal kwetsbare achtergrond zijn de geïnterviewden in het boek overigens met een gefingeerde naam opgevoerd. Ayşe wordt in het boek Naz genoemd, maar voor deze voorpublicatie gaf ze toestemming om haar echte naam te gebruiken.

Ayşe en de toets die haar toekomst bepaalt

Door Lotte Rinzema

Ayşe GüL Güner was twee jaar oud toen haar vader in het vliegtuig stapte naar Nederland. Later begreep ze dat hij op zoek ging naar een goede baan met een mooi salaris, om zijn vrouw en vier dochters een betere toekomst te kunnen geven. In de ogen van haar vader was Nederland een mooi, vrij maar vooral veilig land. 

Voordat haar vader zijn gezin naar Nederland kon halen, moest hij genoeg geld verdienen en een vaste baan krijgen. Hij verdiende steeds meer en na een jaar kon hij zijn twee oudste dochters naar Nederland halen. Na zes jaar volgden ook zijn twee jongste dochters. Haar moeder was altijd bang om alleen achter te blijven. ‘Wat als ik ziek word? Wat als ik dood ga? Het is te gevaarlijk om hier in mijn eentje te blijven. Ayşe, jij blijft bij mij,’ zei ze. En zo bleef Ayşe samen met haar moeder achter in Turkije.

Onafscheidelijk

Ayşe kan haar geluk niet op. Het is zomervakantie en dat betekent dat ze haar vader weerziet. Een vakantie lang samen, ze hoopt dat die oneindig zal duren: ‘Baba, ga niet terug naar Nederland. Ik ben zo blij als jij hier bent, wanneer we samen grapjes uithalen en naar het strand gaan. Als je er niet bent dan ben ik zo verdrietig.’ Maar helaas moet hij weer terug. Ze is teleurgesteld en voelt zich somber. Zij en haar vader zijn onafscheidelijk, ze kan simpelweg niet zonder hem. Ayşe is de jongste thuis en haar vader houdt oneindig veel van haar. Altijd als haar vader hen opzoekt in de vakanties neemt hij cadeautjes mee en doen ze leuke dingen samen. Op straat komt Ayşe haar beste vriendin Dilay samen met haar vader tegen. Ze voelt een steek van verlangen. Wat zou ze graag ook met haar vader aan het wandelen zijn, in plaats van in haar eentje. Dilay heeft wél een vader, een vader die er is. Ze kijkt nu alweer uit naar de kerstvakantie. Met een beetje geluk kunnen ze dan een wandeling door de sneeuw maken.

Quote

Fronsend kijkt haar moeder haar vader aan. ‘Ik ben het zat om alleen maar nare dingen over jou te horen in het dorp.'

Ayşe gaat de theekopjes van haar familie langs met de Çaydanlık. Iedereen is er; haar moeder, haar vader, haar oma én haar drie zussen Ozgul, Azra en Fatma. Ze zitten verspreid in de knusse woonkamer. ‘Anne, wilt u ook nog wat çay?’ vraagt ze, maar haar moeder reageert niet. Ayşe voelt de spanning die in de kamer hangt tot in haar tenen. Dan begint het. ‘Waarom zijn Ayşe en ik nog in Turkije?’ Fronsend kijkt haar moeder haar vader aan. ‘‘Ik ben het zat om alleen maar nare dingen over jou te horen in het dorp. Als ik naar de markt ga, word ik nagekeken en beginnen de mensen te fluisteren. Ze zeggen dat jij daar met een andere vrouw bent getrouwd, dat je misschien wel een kind daar hebt. Ik krijg er hoofdpijn van!’ Haar vader probeert haar te kalmeren. ‘Wat denk je wel van mij! Canim, natuurlijk heb ik geen andere vrouw…’ Hij wordt onderbroken door Ayşe: ‘Als jij ons nu niet naar Nederland haalt, dan word ik advocaat. Dan ga ik jullie scheiden’, roept ze wanhopig. Ze hoopt dat haar vader bang wordt en haar moeder en haar gelijk meeneemt in zijn koffer naar Nederland. Haar vader moet lachen. ‘Ik zou niets liever willen dan jullie dicht bij mij in Nederland hebben. Maar ik kan jullie nu nog niet meenemen. Ik heb geen vaste baan. Ik heb geen geld.’ Het maakt Ayşe verdrietig. Ze wil zo graag in Nederland wonen, maar ze begrijpt haar vader wel.

Avontuur

Ayşe kijkt door het raampje naar de steeds kleiner wordende huizen onder haar. Eindelijk is haar droom vervuld. Ze zullen allemaal weer samen zijn in Nederland. Toch is ze een beetje bang. Wat als het nou tegenvalt? Ze werpt nog één blik door het kleine vliegtuigraampje. ‘Dag Turkije,’ zegt ze zachtjes, ‘tot ziens.’‘

Moeder! Ayşe!’ Ayşe kijkt verrast op als ze haar naam hoort. Daar staat Azra, haar oudste zus. In haar ene hand houdt ze een paarse ballon vast en in de andere een bosje bloemen. Samen rijden ze in de auto naar haar nieuwe huis. Op de deur hangt een briefje: ‘eve hoş geldiniz’, welkom thuis. Ze voelt zich gelukkig. Ze is er klaar voor om aan dit avontuur te beginnen.

Gefrustreererd

Twee jaar later stapt Ayşe de overvolle bus uit en loopt door de ochtenddauw naar het schoolgebouw. Ze staat op het punt om de capaciteitentest te maken, de toets die haar toekomst bepaalt. In gedachten hoort ze haar vader: ‘Ayşe, je moet het goed doen op school. Begin niet met mbo niveau 1, maar met niveau 2.’ Dat wil ze zelf ook. Ze wil graag verpleegkundige of doktersassistent worden.

Quote

‘Je hebt alles goed gedaan, maar je score op de Nederland­se taal is echt te laag.' Ayşe ziet haar toekomst uit elkaar vallen.

Zenuwachtig neemt ze plaats achter de computer. De opdrachten zijn moeilijk, pittig zelfs. Haar ogen beginnen pijn te doen van het turen naar de reken- en taalsommen op het beeldscherm. Na twee uur zit de test er op, nu moet ze een week of twee wachten op de uitslag. Haar docent geeft Ayşe een papiertje waarop de resultaten staan. ‘Je hebt alles goed gedaan, maar je score op de Nederlandse taal is echt te laag. Je mag eigenlijk niet op niveau 2 starten.’ Ayşe ziet haar toekomst uit elkaar vallen. ‘Maar ik wil, nee ik móet met niveau 2 beginnen! Anders duurt het veel te lang. Een jaar voor niveau 1, een jaar voor niveau 2 en dan ben ik straks al achtentwintig jaar. Dan heb ik een baan en ben ik oud!’, brengt ze gefrustreerd uit. ‘Het hoeft niet te betekenen dat je nu moet beginnen met niveau 1’, stelt de docent haar gerust. ‘Er zijn meer opties voor je. Je kunt vier maanden aan je Nederlands werken in een taalklas, of taal- en zorglessen volgen. Je kunt zelfs tegen mijn advies in beginnen aan Zorg niveau 2.’’

Tranen

Thuis belt ze haar vader op, die nog met haar moeder op vakantie is in Turkije. Ze is bang voor zijn reactie. Dat blijkt terecht: haar vader wordt heel boos. ‘Ayşe, jij bent dom. Je bent al twee jaar in Nederland, en je taal is nog steeds niet goed! Je gaat nu misschien wel in een fabriek werken met andere mensen. Of misschien wc’s schoonmaken!’ Ze voelt tranen opkomen. ‘Wat moet ik nu doen, wat ga ik kiezen?’, vraagt ze met een snik. ‘Ga maar vier maanden taalles volgen, misschien word je dan wel beter in Nederlands. Dan kun je straks alsnog beginnen op niveau 2.’

Maar haar vader is niet de enige die boos op haar is. Als ze het haar zussen vertelt, krijgt ze weer de wind van voren. ‘Heb jij soms niet goed geleerd? Hoe kan het anders dat je resultaten zo laag zijn?’ Ayşe snapt het niet. Ze heeft zo haar best gedaan om haar Nederlands te verbeteren en om aan de Nederlandse normen te voldoen. ‘Jullie waren ook zo, jullie moeten mij begrijpen!’, stoot ze kwaad uit. ‘Ja kardeşim, jij moet hard leren. We kunnen niks anders doen, het is Nederland.’ Haar zussen blijven keihard voor haar.

Quote

'Als ik op mijn tiende was gekomen, dan was mijn Nederlands goed en had ik de juiste diploma’s. Maar nu loop ik altijd achter bij de Nederland­se mensen.'

Ze kijkt er nog wel eens op terug. Dan denkt ze: je hebt goed geleerd Ayşe, je doet je best. De woorden van haar vader en haar zussen hebben een diepe indruk gemaakt. Nog steeds vraagt ze wel eens aan haar ouders waarom ze niet eerder naar Nederland is gekomen. ‘Ik kwam op mijn vijftiende, nu ben ik zeventien. Ik loop achter en kan nog steeds niet zo goed Nederlands. Als ik op mijn tiende was gekomen, dan was mijn Nederlands goed en had ik de juiste diploma’s. Alles was dan goed geweest. Maar nu loop ik altijd achter bij de Nederlandse mensen.’

Vertrouwen

Maar ondanks alle ruzies en tegenslagen is Ayşe gelukkig, hier, in Nederland, samen met haar ouders en haar zussen. Ze vindt haar leven hier leuk. Ze zit aan de keukentafel met haar vader. ‘Baba, weet je nog, toen ik advocaat wilde worden?’, vraagt ze lachend. ‘Ja, natuurlijk weet ik dat nog. Jij hebt dat toen gezegd, en kijk nu eens om je heen! We zijn met zijn allen in Nederland. En ook belangrijk: ik heb geen andere vrouw en kinderen’, grinnikt haar vader. Ayşe is gelukkiger dan ooit. Op dat moment zegt haar vader iets wat ze altijd zal onthouden: ‘Vertrouw op jezelf. Ayşe, jij kan alles doen wat jij wil. Wij vertrouwen op jou.’ 

In samenwerking met indebuurt Zwolle