Volledig scherm
Het Deltion College in Zwolle, waar 1.500 mensen werken, veelal in een vast dienstverband. Onderwijs is één van de sectoren waarin flexwerkers na een jaar het vaakst een vast contract kunnen tekenen. © Frans Paalman

Flexwerkers in Overijssel komen het moeilijkst aan een vaste baan

Flexwerkers in Overijssel en Limburg komen het moeilijkst aan een vaste baan. Dat blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vandaag publiceert. In beide provincies was bijna 56% van de flexwerkers in 2016 een jaar later nog steeds flexwerker.

Van de ruim 700.000 mensen die in 2016 in Nederland begonnen als flexwerker, had 54% een jaar later nog steeds geen vaste baan, becijferde het CBS.

Overijssel 

Uit de cijfers blijkt dat Overijssel (55,7%) en Limburg (55,8%) de provincies zijn waarin flexwerkers het minst vaak doorstroomden naar een vast dienstverband.

Uit onderstaande taartdiagram blijkt verder dat in Overijssel 13,8% in 2017 een vast dienstverband kreeg, 4% verderging als zelfstandige, 15,5% werkloos werd met een uitkering en 11% werkloos zonder uitkering.

Drenthe, Flevoland, Gelderland

Door op de blauwe button te drukken in de diagram, verschijnen de andere provincies waarin het verspreidingsgebied van deze krant.

In Drenthe was 55,1% van de flexwerkers in 2017 in 2016 ook al flexwerker, in Gelderland 54,4% en in Flevoland 54,2%.

Drenthe heeft overigens het laagste percentage ‘doorstromers naar geen werk zonder uitkering’ van Nederland (9,9%).

Onderwijs

Flexwerkers in het onderwijs en de olie- en gassector komen volgens het CBS na een jaar het vaakst aan een vast contract. Laagopgeleiden en mensen met een migratieachtergrond stromen volgens het statistiekbureau het minst vaak.

In de zorgsector zaten flexwerkers een jaar later het minst vaak zonder werk en uitkering. In de landbouw, horeca, delfstoffenwinning en zakelijke dienstverlening was die uitstroom het grootst.

In samenwerking met indebuurt Zwolle