Volledig scherm

In die ene seconde zie je je moeder die je nooit zag

ZWOLLE - Met niet veel meer dan het vermoeden dat er Indisch bloed door zijn aderen stroomt, stapte Franklin Tuinebreijer dik twee jaar geleden bij Fiom Breda binnen. "Ik woonde destijds in Sliedrecht," verklaart de 41-jarige Tuinebreijer met onvervalst Haagse tongval. "Mijn hele leven lang wist ik al dat ik geadopteerd was, maar meer eigenlijk ook niet."

Lange tijd was er niks geks aan het 'geadopteerd zijn' en was er ook niet de directe behoefte om op zoek te gaan naar bloedverwanten. Tot het in 2005 volkomen onverwacht tot een breuk kwam met zijn adoptiemoeder. "Op dat moment werd ik echt op mezelf teruggeworpen en ging de vraag spelen 'wie ben ik eigenlijk'."

Doordat de biologische moeder van zijn - eveneens - geadopteerde broertje met het gezin Tuinebreijer in contact was gekomen via Fiom, wist de voormalige salesman dat hij met zijn vragen bij deze stichting terecht kon. "In die tijd speelde het enorm voor me. Elke twee weken ging ik trouw naar de inloopavonden en ook nam ik onder andere deel aan triadebijeenkomsten voor adoptie-ouders, afstandsmoeders en geadopteerde kinderen. Zelfs toen ik al in het oosten van het land woonde, ben ik nog een aanzienlijk aantal keren naar bijeenkomsten in Breda geweest. Zo belangrijk was het voor me."

Hoewel hij zichzelf van meet af aan had voorgehouden dat de zoektocht weleens een kwestie van een heel lange adem kon zijn, was het adoptiedossier binnen korte tijd boven water. Meerdere brieven van Fiom aan zijn moeder ten spijt, bleef het lange tijd stil.



Begin 2007 verhuisde de 'geboren Hagenees met een vleugje Rotterdam' naar Enschede en werd zijn Fiomdossier van Breda naar Zwolle overgeheveld. "Nadat ik daar kort na de zomer voor het eerst een gesprek had gehad, ging het snel", weet de import-Twent nog goed. " In overleg met de maatschappelijk werker van Fiom besloot ik mijn persoonlijke brief aan mijn moeder op de post te doen, wat achteraf doorslaggevend is gebleken." Zijn moeder nam contact op met Fiom Zwolle en bleek, net als haar zoon, een spraakwaterval. "De maatschappelijk werker vertelde me dat ze het telefoongesprek echt had moeten afkappen. Dat vele praten heb ik dus van mijn moeder," zegt Tuinebreijer met gevoel voor zelfkennis. "Het is gek om te merken dat bepaalde kenmerken via de bloedlijn bepaald zijn."



Een tijd lang was er helemaal geen contact, totdat die ene dag in november aanbrak. De dag van de ontmoeting. "Vooraf wilde ik me er zo weinig mogelijk voorstelling van maken, uit angst om teleurgesteld te raken. Toch zat ik met kloppend hart in de auto naar Zwolle." Het half uurtje dat hij moest wachten, deed hem bijkans 'stuiteren van de spanning'. En toen was het zover. "Dan loop je een kamertje binnen en zie je in die ene seconde je moeder. De vrouw die je nog nooit hebt gezien." Wat er op dat moment door hem heen ging, kan de Enschedeër nauwelijks vertellen. "Je verkeert in een soort roes. Ik weet wel dat mijn eerste gedachte was 'dat is echt een Indische vrouw'. Zij reageerde heel ingetogen, dus ik twijfelde tussen een hand geven of haar vastpakken," haalt hij in herinnering. "Daarom heb ik gevraagd of ik haar een knuffel mocht geven. Dat mocht."



Op televisie zien we in programma's als Spoorloos doorgaans emotionele herenigingen, waar moeder en kind elkaar huilend in de armen vallen. " Bij ons was het geenszins het ideale plaatje. Ten minste, zo voelde het niet. Ze was op dat moment eerder een wildvreemde vrouw voor me, bepaald geen zielsverwant."



Met twee geboren praters komt het gesprek, ook op zo'n emotioneel beladen moment, wel op gang. "Ik denk dat we twee uur over van alles en nog wat hebben zitten praten. Ze liet me ook foto's zien van haar drie andere kinderen, mijn halfbroers en -zusje."

Die eerste ontmoeting werd afgesloten met het uitwisselen van telefoonnummers. "Sindsdien hebben we bijna dagelijks contact. Eén keer hebben we zelfs drie uur aan de telefoon gezeten." Niet dat het contact van de ene op de andere dag vlekkeloos verliep. "In het begin waren we heel voorzichtig. Bang om de ander te kwetsen of om elkaar opnieuw kwijt te raken. Dat hebben we een aantal keren hardop moeten zeggen." Sindsdien heeft Tuinebreijer het gevoel dat hij zijn moeder heeft gevonden. "Dat ik belangrijk voor haar ben. Ik ben haar zoon. Het voelt alsof we zielsverwanten zijn."



Vragen uit het verleden zijn beantwoord. Karaktereigenschappen, talenten en onhebbelijkheden zijn te herleiden naar zijn biologische familie. "Hoe het in de toekomst zal lopen, weet ik niet, maar ik ben blij dat ik ben gaan zoeken. Het zal in ieder geval nooit meer aan mijn hart knagen dat ik niet heb geprobeerd mijn moeder te vinden."

De Stentor gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement

In samenwerking met indebuurt Zwolle