Volledig scherm
Ook de Finse schoolschutter Matti Juhani Saarisch kondigde in 2008 zijn daad op internet en in brieven aan. foto EPA

Schutter kondigt zijn actie altijd aan

Is het een impulsieve daad, een vlaag van verstandsverbijstering als iemand zijn vuurwapen leegschiet op leraren of klasgenoten? Nee vrijwel nooit. Niet alleen is de daad doorgaans tijdenlang voorbereid, de schutter heeft hem waarschijnlijk ook al aangekondigd. Direct: 'ik schiet die rotzakken morgen overhoop'. Of indirect: in graffiti-tekeningen bijvoorbeeld.



Dat een dergelijke moordpartij in een opwelling zou gebeuren, is een van de vele misverstanden, zegt Birgit Pfeifer, hoofddocent bij de Hogeschool Windesheim in Zwolle. Zij doet promotieonderzoek naar de zogeheten 'school shooters', waarin zij probeert de motieven achter dergelijke daden te vinden. Pfeifer ergert zich aan veronderstellingen die zo gemakzuchtig door de commentatoren op dergelijke gebeurtenissen worden gebracht.

"We weten weinig over de daders. Je hoort nu dat zij een geestesstoornis hebben, of waarschijnlijk een psychiatrisch verleden. Maar als je de daders van schietpartijen op scholen bekijkt, zijn het over het algemeen gewone, heel onopvallende mensen. Beetje stilletjes, wat narcistisch aangelegd misschien, maar in veel gevallen geen probleemmakers. Vaak zonder strafblad. Het zijn bijvoorbeeld ook niet per definitie gepeste of eenzame jongeren, die uit wraak zoiets doen."

Er zijn voorbeelden bekend van juist heel populaire jongeren die aan het moorden sloegen. "Veelzeggend is dat de FBI al twintig jaar onderzoek doet naar dit soort massamoorden, maar nog steeds geen wetenschappelijk onderbouwd profiel weet op te stellen van het type dader. Dat komt, omdat school shooters heel verschillend zijn. Verschillend van leeftijd, sociaal achtergrond, sommige goede leerlingen, anderen weer met weinig intellectuele capaciteit."

Volgens Pfeifer is het ook niet waarschijnlijk dat gewelddadige computergames zouden prikkelen tot dit soort moorddadig geweld. "Dat is wetenschappelijk niet aangetoond. Zeker, 'school shooting' komt vaker voor dan vroeger, maar is anderzijds van alle tijden. Vaak hoor je Colombine in 1999 noemen als eerste incident. Twee studenten van die school schoten twaalf leerlingen en een leraar dood en verwondden twaalf anderen. Dat was in de tijd dat dergelijke games sterk in opkomst waren. Maar er is ook een geval bekend van een schoolmeester in Duitsland, die in 1913 zijn leerlingen doodde. Of neem Brenda Spencer, die in 1979 als zestienjarige met een geweer acht kinderen en een politieagent verwondde en twee volwassenen doodde op de speelplaats van een basisschool. Zo zijn er veel meer van die gevallen. Toen Brenda Spencer werd gevraagd waarom ze was gaan schieten zei ze bijvoorbeeld: 'I don't like mondays'. The Boomtown Rats hebben er nog een hitje mee gescoord."

Volgens de promovenda is het moeilijk om jongeren te herkennen die dergelijke moordplannen ontwikkelen. Maar een paar dingen vallen wel op. "De plegers zijn tussen de elf en 25 jaar. Wat in zichzelf gekeerd. Wel zie je een fascinatie voor gewelddadige computerspellen en belangstelling voor wapens, militaire kledij. En soms het aanhangen van verkeerde rolmodellen. Zoals Hitler of eerdere daders van massamoorden. Op heel veel jongeren zijn meer of minder van deze kenmerken toepasbaar. Gelukkig slaat maar een fractie echt aan het moorden."

'Leaking' zou eerder potentiële daders aan het licht kunnen brengen. "Leaking is het afgeven van signalen door een aspirant-dader, die immers vaak al lang bezig is met de voorbereidingen. De FBI stelt dat in alle gevallen vooraf leaking te observeren was, in tachtig procent waren die plannen bij anderen bekend. En in 95 procent waren 'die anderen' medeleerlingen. Dus leaking is eigenlijk het ene element dat ze allemaal delen."

Medeleerlingen doen vaak niets met die boodschappen, omdat ze denken dat het flauwekul is, of hun medescholier niet in de problemen willen brengen. Pfeifer: "Het is lastig een systeem te bedenken dat leaking signaleert. Aanslaan op alle stoere praat heeft ook geen zin. Het maakt misschien onnodig bang. Feitelijk is de hele nare conclusie dat je nu niet kunt voorspellen welk kind in potentie dit soort daden zal gaan plegen. Dus zullen we verder moeten onderzoeken. Om dit soort leed in de toekomst waar dat maar kan te voorkomen."

In samenwerking met indebuurt Zwolle