Het karkas, afgelopen voorjaar.
Volledig scherm
Het karkas, afgelopen voorjaar. © Frans Paalman

Zwolse dichter schrijft ode aan voormalige IJsselcentrale

De sloop van de voormalige IJsselcentrale levert niet alleen fraaie foto’s op, maar ook poëzie. De Zwolse dichter Peter de Ruiter liet zich tijdens een fietstocht inspireren door de vergane glorie en stuurde zijn verzen naar de redactie van de Stentor.

Fietsend vanuit Zwolle-Zuid langs de IJssel

.

Op alweer zo’n zwoele nazomerse avond

passeer ik de molen en het ranke kerkje

van Windesheim op weg naar Wijhe aan de IJssel

Aan de Gelderse kant van de meanderende rivier

observeer ik een reuzentreurwilg aan de waterrand

met zijn lange op een gracht neerhangende takken

in de voortuin van een boerenhofstee

hoor voorbij volgroeide knoestige knotwilgen

gegons van insecten luid kwakende kikkers

en zie turende vissers langs de waterkant

.

Terugfietsend via Marle en Werven

op de Hoenwaardseweg ontwaar ik ontdaan

de voorheen onverwoestbaar en onverschrokken

geachte massieve kolos van beton en staal

met z’n ronde rijzige schoorstenen de IJsselcentrale

het meesterwerk van architect Gruyter

nu door sloopkabels stukje bij beetje omvergetrokken

verworden tot een karkas van verwrongen oud-metaal

een skelet waarin ketels en stoomturbines

afgetakeld en ontmanteld nog berustend staan

.

Centrale Harculo ruim zestig jaar de blikvanger

en een richtpunt voor iedere Zwollenaar

vanuit diverse windstreken huiswaarts reizend

de energieke energiereus wankelt op z’n laatste benen

is na grootschalig sloopwerk bijna te gronde gegaan

onomkeerbaar van de aardbodem verdwenen

In samenwerking met indebuurt Zwolle